Oude vrienden in Rotterdam

Nouchka van Brakel (Amsterdam, 1940) kan bogen op een uniek record. Zelfs Paul Verhoeven deed het haar niet na: een regisseur van Nederlandse speelfilms die sinds de jaren zeventig nog nooit een flop had, en bovendien trouw bleef aan haar thematische uitgangspunten. Met uitzondering van het enthousiast ontvangen Van de koele meren des doods (1982) waren de recensies overwegend gemengd, maar niemand kon Van Brakel een fijne neus ontzeggen voor het vertalen van feministische principes in goed gemaakte, met de toenmalige tijdgeest sporende publieksfilms. De onderwerpen zijn voer voor contemporaine historici: de relatie tussen een veertienjarig meisje en een veertigjarige huisvriend (Het debuut, 1977), de vrijheidsdrang van een huisvrouw (Een vrouw als Eva, 1979), waanzin als product van maatschappelijke restricties (Van de koele meren des doods) en de wederzijdse afgunst van een ongebonden carrièrevrouw en een gebonden moeder (Een maand later, 1987). Na een klein uitgebracht, semi-documentair tussendoortje (Aletta Jacobs: het hoogste streven, 1995) maakte Van Brakel De vriendschap als haar vijfde grote publieksfilm, tevens de derde en laatste in een reeks met fiscale faciliteiten (de zogeheten `c.v.-constructie') door producent Matthijs van Heijningen tot stand gebrachte films. Al maanden zoemt door de grachtengordel het gerucht hoe verschrikkelijk tenenkrommend slecht De vriendschap zou zijn, dat de aanvankelijke distributeur de film niet uit heeft willen brengen en dat Van Heijningen zijn derde commerciële fiasco op rij tegemoet mag zien.

Het valt mee. Er is veel mis met De vriendschap, maar Van Brakel noch Van Heijningen verdient messenslijperij en karaktermoord. Als er in Nederland honderd films per jaar gemaakt zouden worden, dan was De vriendschap een acceptabele middenmoter, bedoeld voor een publiekscategorie (de zestig-plussers) die de meeste films niet bedienen. Nog steeds preekt Van Brakel voor eigen parochie; de film over de hereniging van twee oude jeugdvrienden (Gerard Cox en Willem Nijholt) pleit onder meer voor de vitaliteit van bejaarden, voor het recht van oudere vrouwen op seks met jongere mannen, voor het recht op euthanasie en de mogelijkheid om per testament de droomwens van een vriend in vervulling te laten gaan. Dat zulke thema's ver van het bed staan van het publiek van Costa! kun je Van Brakel moeilijk verwijten.

Een paar andere dingen wel. Onvergeeflijk is bijvoorbeeld de temerige stroopmuziek van Ruud Bos. Ook het door de regisseur samen met Edwin de Vries geschreven scenario is weinig scherp of elegant en doet, mede door de mannetjesmakerij van Cox, eerder denken aan een reeks achter elkaar gemonteerde afleveringen van televisie-sitcoms. En het nadrukkelijk Rotterdamse karakter van de film, gesitueerd in een fictieve stad van multiculturele harmonie en verlangen, doet kunstmatig aan. Daarin past dan weer wel heel goed de sprookjesachtige climax, waarin de Hef – De brug van Ivens – knarsend in beweging komt.

Deze – niet uitputtende – lijst van bezwaren ten spijt wekt De vriendschap af en toe ook ontroering. Het is een charmante mastodont uit een eerder stadium van de Nederlandse filmgeschiedenis, toen gehoorzaamheid aan marketingwetten en de casting van soapacteurs nog geen vereisten waren. Van Brakel blijft trouw aan zichzelf, ook al is ze daarmee uit de mode. Je ouders moeten vooral weer eens naar de bioscoop!

De vriendschap. Regie: Nouchka van Brakel. Met: Gerard Cox, Willem Nijholt, Pleuni Touw, Karina Smulders, Sylvia Kristel, Pim Lambeau, Raymond Contein, Marie-Lou van Steenis, Liz Snoyink, Joop Doderer. In: 12 theaters.