Oude Honger is slechts taalspel

Ze dragen breisels die de vetrollen, bochels en hangborsten optimaal doen uitkomen. Tijl Uilenspiegel, zijn lief Nele en zijn aartsvijand Philips II zijn in Oude Honger zeventig en niet meer echt in vorm. Ver weg is de tijd waarin Uilenspiegel aan de kant van de Geuzen door Vlaanderen raasde, ver weg de tijd waarin de Inquisitie voor deze schelm en vrijheidsstrijder beefde. Het is vrede en Tijl vreet zich vol. Maar Nele wil nog één keer passie en Philips wil nog één keer vechten.

Dus toch weer spetterend, heroïsch drama? Nee: daar houden schrijver Peer Wittenbols en regisseur Rob Ligthert niet zo van. Hun personages, ook in oudere stukken als Doodrijp, Noordeloos en April, zijn stugge mensen die zich houterig op het toneel bewegen – voorzover ze überhaupt in beweging te krijgen zijn. Zulke doe-maar-ge- woon-dan-doe-je-al-gek-genoeg- types laten zich moeizaam tot drama verlokken. Slechts een fractie van hun gevoelens komt naar buiten: hortend en stotend en altijd tergend langzaam.

En Oude Honger komt langzamer op gang dan ooit. Voor het oog valt er aanvankelijk weinig te beleven. Niet dat het decor van deze openluchtvoorstelling niet mooi is. Integendeel: het podium in de vorm van een blauwe steiger steekt fraai af tegen het groen van het gras, het paars van de rododendrons en het rood van de her en der in het landschap gepote lichtbakens. Maar het duurt een hele tijd voordat de acteurs park Zypendaal in Arnhem werkelijk benutten. Een groot deel van de avond staan zij stijfjes op de hellende steiger, en die stijfheid is zelfs voor de binnenvetters van Peer Wittenbols te veel van het goede.

Kan het zijn dat de première-zenuwen Manon Nieuweboer (Nele), Iwan Walhain (Uilenspiegel) en Remco Melles (Philips) parten speelden? Vooral de laatste leek nog krampachtig op zoek naar zijn rol.

Wat de aanloop van Oude Honger ook saai maakt, is de tekst. Men babbelt over oud en jong en mooi en lelijk en pas laat komen de verrassingen: de eigenaardigheden van Wittenbols taal, de krankzinnige combinaties van staccato-Nederlands en vloeiende poëzie, van kreupel Vlaams en weelderig Oud-Hollands.

Op de beste momenten in Oude Honger jongleert toneelgroep Oostpool met rijm en grammatica, met koorzang en lyrische klankassociaties: ,,Bij gebrek aan laarzen heeft hij twee adders laten stikken door die zijn voeten in te laten slikken.''

Natuurlijk zijn sommige zinnen van Charles de Coster gejat, maar waar het om gaat is de sfeer van de zestiende eeuw – die zo weer omslaat in slonzig Hedenlands, bijvoorbeeld wanneer Nele tegen Philips II zegt: ,,U gaat me niet pijn doen of iets dergelijks.'' Zulke stijlbreuken zijn het zout in de pap.

Jammer alleen dat we zo lang op het zout moesten wachten.

Voorstelling: Oude Honger door Toneelgroep Oostpool. Tekst: Peer Wittenbols. Regie: Rob Ligthert. Muziek: Wim Selles. Decor: Matt Vermeulen. Gezien: 9/6 park Zypendaal, naast kasteel, Zypendaalseweg 44, Arnhem. Aldaar t/m 8/7, aansluitend tournee. Aanvang 21u; Inl.: (026) 4459625 of www.oostpool.nl.