Met de Bijbel en Mulisch op zee

Zeezeiler Henk de Velde is deze week vertrokken voor zijn solo-tocht langs de noordoostelijke doorvaart, via de Noordelijke IJszee, naar Alaska. Wat leest De Velde tijdens zijn avontuur?

De boekenkast van Henk de Velde (1949) aan boord van het helgroene zeilschip Campina meet slechts een meter breed en tachtig centimeter hoog. Het stalen, ijsversterkte schip zelf heeft een lengte van een kleine twintig meter. Voor elke solo-tocht die De Velde ondernam, koos hij zorgvuldig zijn literatuur. Zo vergezelden hem in 1993 aan boord van de catamaran Zeeman, naast vakliteratuur, de Bijbel, Het 80.000 stratenboek, The death ship van de mysterieuze schrijver B. Traven, de gedichten van Slauerhoff, Himalaya dagboek van Bart Vos, Zen en de kunst van het motor-onderhoud van Robert M. Pirsig.

In de Campina staan de boeken keurig achter latjes. Opnieuw gaan de gedichten van Slauerhoff en de Bijbel mee. Ditmaal niet Het 80.000 stratenboek. De Velde neemt, vlak voor vertrek uit de haven van IJmuiden, de tijd om zijn keuze toe te lichten. ,,In de tijd van de Zeeman had ik een verhouding', legt De Velde uit. ,,Nu niet. Ik wilde toen in het Stratenboek de wandelingen van mijn geliefde door Amsterdam kunnen volgen. Of ik sloeg een plattegrond van een andere stad of een dorp op en keek naar de straten waaraan mensen die ik ken wonen. De twee belangrijkste werken zijn de Bijbel en de Verzamelde gedichten van Slauerhoff. Die gaan altijd mee en ik herlees ze voortdurend. Slauerhoffs werk vormt de rode draad van mijn leven. Ik herken in hem zijn onrust, zijn heen en weer geslingerd worden tussen verlangen naar de zee en de onmogelijkheid het ultieme geluk te vinden. Daarom vind ik de titel van een reisbundel van hem zo mooi, Alleen de havens zijn ons trouw.'

Op al zijn reizen nam De Velde ook een jeugdboek mee uit zijn zondagsschooltijd, De overwintering op Nova Zembla door P. de Zeeuw. Ook ditmaal staat het boek in het gelid. Hoe kan het anders? De Velde wil dezelfde doorgang langs het noordoosten vinden die de Nederlanders zochten. Hun legendarische overwintering in 1596-1597 krijgt in dit boek levendig gestalte. ,,Als je leest over Willem Barentsz en zijn mannen', zegt De Velde, ,,dan slaat de schrik je om het hart. Zij hadden nauwelijks een idee hoe de noordkust van Siberië eruit zag. Als je door het pakijs wordt ingesloten, raakt je schip beklemd en dan verlies je het misschien wel. Toch, voor de kou ben ik niet echt bang.

,,De samenstelling van mijn boekenkast is een vast ritueel van de voorbereidingen. Met nieuwe boeken loop ik het gevaar dat ze me om welke reden dan ook niet boeien en dan is er het risico dat ze overboord gezet worden. Als cadeau kreeg ik Harry Mulisch' De ontdekking van de hemel. Het is de vraag of meneer Mulisch de tocht wel tot het eind zal meemaken. Een boek moet zich voegen naar mijn belevenissen en gedachten, naar de sfeer van zwervende onrust waarin ik altijd leef. Het werk van de Brit C.S. Lewis belichaamt mijn esoterische kant. Ik wil ook nadenken over de zin van mijn leven, de waarde van de menselijke ziel. Er gaat daarom ook literatuur mee over de sjamaan, want ik ga naar Alaska waar sjamanen zijn. Als tegenhanger kies ik dan het christelijke werk van de Franse filosoof en priester Teilhard de Chardin en als reactie daarop een biografie over Nietzsche.'

Sommige exemplaren uit De Velde's bibliotheek zijn stukgelezen en door de zeiler zorgvuldig met tape hersteld. The Sound and the Fury van Faulkner bijvoorbeeld, een hele rij Joseph Conrads en een boek dat hij tot een `meesterwerk' verklaart, De brief, door de onbekende schrijfster A.H. Nijhoff, de vrouw van Martinus Nijhoff die zelf met een bloemlezing uit zijn gedichten present is. Beslist mee moeten twee boeken van de Caraïbische, romantisch geaarde schrijver Boeli van Leeuwen, Een vreemdeling op aarde en De rots der struikeling. Eveneens onmisbaar is het werk van de Amerikaan Cormac McCarthy, onder andere zijn Angel. ,,Dit boek gaat over de vroegste Amerikaanse cultuur, die van de indianen en hun teloorgang nadat de kolonisten uit het westen hen begonnen uit te roeien. Niemand moet mij vertellen dat natives geen cultuur hadden, het is ongelooflijk. Eén zin uit dit boek is me altijd bijgebleven, deze: `De menselijke ellende kent geen grenzen, het kan altijd erger'.'

Het meest gezaghebbende literaire werk aan boord van de Campina is misschien wel Ulysses van James Joyce plus de afzonderlijk uitgegeven toelichting door vertaler John Vandenbergh. De Velde: ,,De tocht die ik nu ga maken is geen strijd om snelheid, zoals met de Zeeman in honderd dagen rond de wereld. Ik zal aanleggen in Russische havens, misschien moet ik in de duisternis van de pool lang wachten. Ulysses is een onuitputtelijk boek. Ik heb ook een nieuwe vertaling meegenomen, maar die van Vandenbergh is toch de beste, de weerbarstigste.'

Tijdens de reis zal De Velde een e-book schrijven, waarop fans kunnen intekenen. Daartoe beschikt hij over een onverwoestbare laptop en een grote computer. Altijd wil hij kunnen schrijven, desnoods met steenkoude handen of met handschoenen aan die druipen van het water. Onder de titel Het zweet des aanschijns legt hij zijn poolervaringen vast. Deze reis voert de Campina verder dan de Noordpool, eveneens naar Antarctica. ,,Dat moet', vindt hij. ,,In één reis de beide polen bezeilen.' Daarna zal De Velde via de Azoren terugkeren naar Nederland. Hij wil de eerste zeiler zijn die de ijszeeën van het hoge, verschrikkelijke noorden heeft bevaren. Hij wil, zoals hij het noemt, `onbegaanbare wegen' gaan met geen ander doel dan `de grens van het menselijk mentale en fysieke vermogen te verkennen.'

Op www.henkdevelde.com is dagelijks een verslag te lezen van de reis.