Intifadah hindert criminelen

Voor de bewoners van het Israëlisch-Palestijnse grensgebied is het leven aanzienlijk veranderd sinds de tweede intifadah in september begon. Zowel voor de Israëliërs als de Palestijnen. Vandaag: de poreuze grens bij Qalqilya.

,,Dit'', zegt Ahmed Tahsin uit Qalqilya terwijl hij over de anderhalve meter hoge metalen balustrade stapt, ,,is dus levensgevaarlijk''. Hij versnelt en houdt tien meter verderop in de schaduw van een drie meter hoge berg puin stil. ,,Nu zijn we weer veilig'', zegt hij. Dan doet hij een stapje de schaduw uit, en wijst behoedzaam naar de Israëlische grenspost op een veel hogere berg, 50 meter verderop. ,,Als ik nu nog vijftig meter loop en die weg oversteek, dan wandel ik zo Israël binnen. Maar eerst schieten de Israëliërs me dood'', zegt Ahmed laconiek. ,,Of niet, dat weet je nooit.''

Plaats van handeling is net buiten de Palestijnse stad Qalqilya, precies op de `groene lijn' die Israël scheidt van de Westelijke Jordaanoever. Officieel zijn de Palestijnse gebieden al sinds het begin van de intifadah hermetisch afgegrendeld van Israël. Maar de praktijk is anders. De Palestijn die zichzelf en 20 jonge Israëliërs vorige week net buiten een nachtclub in Tel Aviv opblies, werkte tot zijn dood door de week illegaal in Israël. Alleen in het weekeinde was hij bij zijn familie in Qalqilya.

Ook nu nog glippen dagelijks tientallen Palestijnen de grens over, in het volle zicht van het Israëlische leger. Zowel aan Palestijnse als aan Israëlische kant van de grens staan speciale taxi's ervoor klaar, ook in het volle zicht van de Israëliërs. Dezer dagen zijn het vooral vrouwen die de dagelijkse oversteek naar Israël wagen. Jonge mannen zijn bang te worden aangezien voor infiltranten en te worden doodgeschoten. De vrouwen bellen 's ochtends naar hun werkgevers in Israël en spreken een tijd af voor de oversteek. Ze werken vooral als schoonmaaksters en slepen op de terugweg levensmiddelen mee al acht maanden is Qalqilya afgesloten voor gemotoriseerd verkeer uit de rest van de Westelijke Jordaanoever.

,,Tot het uitbreken van de tweede intifadah zou je denken dat Qalqilya in Israël lag'', vertelt burgemeester Maa'rouf Zahran. ,,Sociaal en economisch zijn wij geheel met elkaar vervlochten.'' Meer dan 40 procent van de beroepsbevolking van Qalqilya werkte in Israël en er werd veel `over de grens getrouwd' met Israëlische Arabieren. In de weekeinden kwamen Israëliërs naar Qalqilya om voordelig te winkelen, vooral kamerplanten en landbouwproducten. Verscheidene fabrieken in Qalqilya zijn joint ventures. Op straat zijn veel uithangborden in het Hebreeuws, sommige in het Russisch.

Burgemeester Zahran noemt het een ,,absolute ramp'' als Israël het plan doorzet om een soort Berlijnse Muur om de Westelijke Jordaanoever heen te zetten, en beide gebieden volledig van elkaar af te snijden. Bij iedere zelfmoordaanslag wordt de roep in Israël om zo'n hek luider, zeker nu blijkt dat de grens tussen Israël en de Westelijke Jordaanoever nog altijd hoogst poreus is, de draconische veiligheidsmaatregelen ten spijt.

Hoe poreus die grens eigenlijk is, weten weinigen beter dan computerkraker Mohsin, bijnaam rough nine. Hij studeert eigenlijk informatica nabij Jeruzalem, maar kan door de afsluitingen geen kant op. Daarom vult hij zijn tijd met het inbreken in Israëlische websites en het oplichten via internet van Amerikaanse postorderbedrijven. ,,Iedereen in Qalqilya heeft een laptop computer'', zegt hij breed grijnzend. ,,De meesten weten niet eens hoe je zo'n ding opendoet, maar ze kosten bijna niks en zijn toch leuk om te hebben.''

De laptops komen uit joodse nederzettingen en uit Israël. ,,Wij hebben hier niks te doen, behalve inbreken bij de Israëliërs'', zegt Mohsin. Video's, televisies, auto's... alles wordt gestolen uit Israël en uit joodse nederzettingen. Tot het uitbreken van de intifadah werkten Mohsin en z'n maatjes ook veel samen met Israëliërs. Dan verkocht een Israëliër zijn auto in Qalqilya, om hem thuis als gestolen op te geven, en het verzekeringsgeld op te strijken. Of kwamen helers hier hun spullen slijten.

Nu de grens dicht is voor gemotoriseerd verkeer, is deze route voorlopig gesloten. Maar ook al was de weg weer open, dan nog zouden er aanzienlijk minder directe contacten zijn tussen Israëlische en Palestijnse criminelen: het risico in de val te worden gelokt is dezer dagen te groot. Het is al een aantal malen voorgekomen dat Israëlische criminelen hun Palestijnse partners in de val lokten, dood sloegen en hun lijk dumpten bij een joodse nederzetting – de kolonisten kregen dan de schuld. Andersom gebeurt dat ook, om nog maar te zwijgen van interne afrekeningen onder Palestijnse of joodse kolonisten. Een Palestijn die zijn buurman verdenkt van een affaire met zijn zus, vermoordt hem en legt zijn lijk in de velden. Er is niemand die het in het machtsvacuüm van de intifadah onderzoekt.

Al deze risico's indachtig legt Qalqilya zich volgens Mohsin weer toe op de inbraken, en op handel met soldaten die de stad omsingeld houden. ,,Wij ruilen alles met ze'', zegt hij trots. ,,Sommigen zijn aan de cocaïne, dan ruilen we dat tegen z'n wapen.'' Mohsin lacht trots: ,,Qalqilya is het Chicago van het Midden-Oosten!''

Slot van een serie van twee. Gisteren verscheen het eerste deel.