Goochelaar met overheidsgeld

André Deleye (63 jaar) is een Belg, maar de paradox is dat hij betrokken is geweest bij meer meeslepende momenten uit de Nederlandse industrie dan welke vergelijkbare bestuurder in Nederland dan ook. Gisteren nam Deleye afscheid van een veelbewogen carrière. Dat deed hij als voorzitter van het industriële conglomeraat Begemann in het Belgische Brasschaat, tijdens de aandeelhoudersvergadering. Een veelbewogen carrière waarbij hij ondanks zijn tomeloze en hoog geschatte inspanningen er nooit in geslaagd is leiding te geven aan een onderneming die structureel winst maakte.

De waardering is er niet minder om. ,,Hij is voor Belgische begrippen ontzettend vasthoudend, een doorbijter'', typeerde president-commissaris van Begemann en voormalig minister van Verkeer en Waterstaat Tjerk Westerterp Deleye. ,,Hij kan absoluut niet tegen nederlagen.''

,,Misschien ben ik in mijn carrière wel een beetje te veel gebiologeerd geweest door de mission impossible. In ieder geval heb ik dat etiket opgeplakt gekregen'', blikt Deleye terug. Het beste deel van de carrière van de Vlaming, van huis uit een automan die is afgestudeerd als civiel ingenieur aan de universiteit van Gent, heeft zich in Nederland afgespeeld. Die begon in 1980, toen hij overstapte van de joint venture Volvo-Renault in het Franse Douvrin via een jaar bij Volvo in Göteborg naar de alliantie tussen de Nederlandse overheid en Volvo in het Limburgse Born. Daar stond Deleye aan de wieg van NedCar, het aanvankelijke samenwerkingsverband tussen Volvo-Mitsubishi en de Nederlandse staat. In die periode presenteerde Deleye zich al als een grootmeester in het lospeuteren van overheidsgeld. Tijdens de verkiezingskoorts van 1981 slaagde hij erin vice-premier Hans Wiegel 700 miljoen gulden afhandig te maken. In ruil daarvoor haalde hij het Japanse Mitsubishi binnen. Frans Sevenstern, begin jaren negentig bestuursvoorzitter van NedCar: ,,Ik heb Deleye van '82 tot '91 als baas meegemaakt, daarna tot '96 bij NedCar als commissaris. Het klinkt misschien een beetje saai, maar ik heb geen negatieve kanten aan de man kunnen ontdekken. Ik heb Deleye ervaren als een van de meest creatieve mensen die ik ooit in het bedrijfsleven heb meegemaakt. Een heel bekwaam bestuurder, met gevoel voor mensen.''

Toen NedCar in de steigers stond, riep België hem, de zoon van een borstelfabrikant, terug. Deleye werd voorzitter bij de Kempense Steenkolenmijnen op voorspraak van de voormalige Vlaamse premier Luc van den Brande. In België kwam Deleye in opspraak, omdat hij iets te veel goochelde met overheidsgeld en daarbij Begemann wel erg royaal bedeelde.

Begemann werd ook zijn nieuwe werkgever. Aanvankelijk werkte hij in de schaduw van de broers Van den Nieuwenhuyzen. Toen Joep wegens de HCS-affaire werd gedwongen af te treden, trad Deleye meer en meer op de voorgrond. Ook bij Begemann was zijn loopbaan niet onbesproken. Na de ondergang van de Boelwerf diende de Vlaamse overheid een miljardenclaim in tegen Begemann, dat is afgeslankt van 143 bedrijven op het hoogtepunt tot zeven nu.

Deleye beleefde zijn finest hour toen hij de failliete vliegtuigbouwer Fokker in 1997 wou laten `doorstarten'. Deleye was er naar eigen zeggen ,,zeer dichtbij''. ,,Het break even-punt van Fokker lag bij een dollarkoers van 1,65 gulden. Iedere cent dat de dollar meer zou stijgen zou een miljoenenwinst hebben opgeleverd. Uiteindelijk werden er te veel partijen, waaronder Stork, bij betrokken. Dat frustreerde het doorstartproces. Maar het blijft achteraf onbegrijpelijk dat het uiteindelijk niet is gelukt.''