Etrusken op Manhattan

`Typisch Amerikaans', zeg ik zo min mogelijk. Ten eerste omdat ik, behalve New York, Amerika helemaal niet ken – en New York is net zo min Amerika als Amsterdam Nederland – maar ook omdat er zoveel Europese arrogantie in dat oordeel doorklinkt dat het haast een kwestie van politieke correctheid wordt de kreet te vermijden. Ik zeg het dus weinig, maar denk het vaak (zo gaat dat met politieke correctheid), want nooit heb ik me Europeser gevoeld dan sinds ik in New York woon. Ik denk het als de zalen van de Vermeer and Delft-tentoonstelling in het Metropolitan Museum als een fuik leiden naar een winkeltje waar de Delftsblauwe kaasplankjes van kunststof, de dienbladen met Pieter de Hooch-interieurs en de Vermeerpearls, (de beroemde pareloorhangers die de vrouwen van Vermeer dragen, ad $ 45) als shoarmabroodjes over de toonbank gaan. En ik ben niet de enige; onze Poolse werkster heeft het ook. ,,We would'nt do it, but here they love it'', zegt ze, als ze vertelt over de naar haar smaak te knallige linten aan de jurkjes van de afgelopen zondag in de kerk ten doop gehouden baby's en ze maakt een samenzweerderig handgebaar tussen ons in dat duidelijk maakt dat ze met `we' niet `wij Polen' bedoelt, maar `wij Europeanen'. En dan voelen wij twintig eeuwen Oost- en West-Europese beschaving op ons afstralen.

Soms kun je het niet helpen, dan zijn alle Amerikaanse clichés eventjes speciaal samengebundeld om de arrogante Europeaan dat lacherige moment van `typisch Amerikaans' te bezorgen. Vandaag bijvoorbeeld. Op Columbus Avenue, achter het Museum of Natural History, wordt op het trottoir een kunstmarkt gehouden. Pottenbakkersproducten die je voor niks nog niet zou willen hebben, oogverblindende schilderijen, sieraden die in de hel gesmeed lijken, artistieke sjaals, beschilderde wc-rolhouders. Het is warm weer en zo overvol tussen de kraampjes dat je er bijna niet doorkomt.

Als de drentelende massa ook nog eens indikt om een groep invalidenwagentjes doorgang te verlenen, stap ik even terzijde voor een kraam waar perkament- of papyrusachtige boekjes verkocht worden; van die cadeauboekjes op agendaformaat van gepapt, verkreukeld papier vol houtvezels of complete bladnerven, waarin net een paar uit hun verband gerukte, tot kalenderspreuken verworden citaten passen. De rugjes zijn met gloednieuw oud lint gebonden en de titels staan er met houtblokstempels op geïnkt. Het zijn altijd titels als The Chinese book of Eternal Wisdom of The Tibetan monk speaks. Mijn oog valt op Also sprach Zarathustra. Dat zou ik ook nemen als ik deze handel dreef.

Ik sta naast een tonvormige vrouw in roze, korte broek en roze top – het woord topje kan hier niet gebruikt worden. Ze heeft een minuscuul wit hondje op de arm waarvan de lange haren met een hele rits lila vlinderknipjes uit de ogen worden gehouden en ze heeft zojuist een van de boekjes opgepakt.

,,This is after an old Etruscan manuscript'', zegt de kraamhouder, een intellectueel ogende jongeman met een lange paardenstaart en modieuze designbril. ,,Etruscan. From ancient Italy.''

,,This is so interesting'', zegt de vrouw.

,,This manuscript had been lost for ages'', licht de man toe. ,,And then, a few years ago, it was found back in an old Italian monastery.''

,,Did you find it yourself?'' wil de vrouw weten.

,,I didn't'', lacht de paardenstaart, ,,a famous historian did.''

,,This is so interesting'', zegt de vrouw.

,,In this little book you'll find everything the old Etruscans thought about the world'', gaat hij verder. Hij betrekt mij ook bij zijn uitleg, want de invaliden nemen het gehele trottoir tussen de kramen in beslag en ik sta nog steeds tegen zijn tafel geplet. De Etrusken, vernemen wij, hadden een geheel ander wereldbeeld dan de Romeinen en andere beschavingen. Hun doodsrituelen waren buitengewoon indrukwekkend... ,,This is so interesting'', zegt de roze vrouw, die op haar gemak in het boekje staat te bladeren.

,,I did'nt know the Etruscans left manuscripts'', zeg ik om maar wat te zeggen, want de verkoper staat mij aan te kijken.

,,Sure they did!'' zegt hij stellig.

,,This is so very interesting'', zegt de vrouw.

,,It is'', zeg ik met een beleefde glimlach, want daar zie ik een gaatje tussen de rolstoelen.

Ontsnapt aan de drukte steek ik Columbus Avenue over naar de stille kant, gnuivend van Europese pedanterigheid, maar de Etrusken laten me niet los. Wat weet ik van de Etrusken? Niets. Ik kan ze niet eens zo snel in de tijd plaatsen, hier tussen de voorbijrazende taxi's op Manhattan. Misschien hebben ze wel stapels geschreven bronnen nagelaten en is die paardenstaartjongen geschiedenisdocent, bevlogen kunstdrukker in de dop, samensteller van diepgravende, filosofische websites of gewoon bijverdienend student die over twintig jaar de Nobelprijs voor natuurkunde in onvangst neemt en heeft die voluptueuze, roze vrouw een collectie historische boeken om u tegen te zeggen. Wie weet wat voor very interesting verhaal ik eigenlijk gemist heb?

Dat bedoel ik. Niet zo vaak `typisch Amerikaans' denken.