De terugkeer van vader

Opeens is hij daar en gluurt hij in de schemer door het raam naar binnen bij zijn drie dochters. Letterlijk als een dief in de nacht is Louis teruggekomen in Lyon, na vijftien jaar afwezigheid. Of ze op hem zitten te wachten, vraagt hij zich niet af. Louis (Michel Piccoli) wil na de dood van zijn tweede vrouw niet eenzaam zijn leven slijten en zoekt zijn kroost één voor één op.

De reacties van de drie op zijn terugkeer, daar gaat het regisseur Claude Mouriéras in Tout va bien (on s'en va) om, nadat hij eerder in Dis-moi que je rêve ook al fragiele familiebanden had onderzocht.

Sloeg de lange afwezigheid van de vader een gat in het bestaan van de drie vrouwen? Ogenschijnlijk niet. De drie lijken redelijk gelukkig door het leven te gaan. De benjamin van de familie, Claire (Natacha Régnier), leeft in een kraakpand, doet aan performance art, en bereidt zich voor op een auditie voor het conservatorium. In haar vrije tijd speelt ze piano in de dansschool van haar zus Laure (Miou-Miou), een alleenstaande moeder. Impulsieve yuppenzus Beatrice (Sandrine Kiberlain) voorziet beiden intussen van geld en is naarstig op zoek naar een waardig onderkomen voor haar kleine zus.

Maar de komst van de vader maakt een hoop los en slaat een bres in de familiale vriendschapsbanden. Net zoals langzaamaan de vader in steeds meer shots is te zien, eist hij een grotere plek op in de emotionele wereld van de zussen. Ze worden geconfronteerd met hun eigen verleden en gedwongen na te denken over zichzelf en hun onderlinge relaties.

Dit psychologische drama dreigt topzwaar te worden als de vader blijkt te lijden aan de ziekte van Alzheimer, alsof de film niet genoeg heeft aan het emotioneel aftasten van de vier personages. Toch past diens vergeetachtigheid wonderwel bij het thema van de film: de verschillende herinneringen aan een traumatische gebeurtenis en hoe hiermee in het reine te komen. Bewust verdringen en oncontroleerbaar geheugenverlies worden door Mouriéras zo verbonden in de figuur van vader Louis.

Jammer is alleen dat Mouriéras weinig fantasierijk of inventief is in zijn enscenering. Hier wreekt zich zijn achtergrond als documentairemaker. Hij volgt de zussen en de omzwervingen van Louis op gepaste afstand, brengt ze sec in beeld en gaat over tot de orde van de dag. Er is weinig aan te beleven, maar zo'n droge stijl heeft wel als voordeel dat de nadruk volledig op de karakters komt te liggen.

Tout va bien (on s'en va). Regie: Claude Mouriéras. Met: Miou-Miou, Natacha Régnier, Sandrine Kiberlain, Michel Piccoli. In: Rialto, Amsterdam; Haags Filmhuis, Den Haag; Lux, Nijmegen; `t Hoogt, Utrecht.