Bestand in Macedonië houdt stand

Honderden Macedonische Albanezen hebben gisteren hun beschoten dorpen in het noorden van Macedonië verlaten tijdens een staakt-het-vuren. Het Macedonische leger en de Albanese rebellen houden zich vooralsnog aan de wapenstilstand.

Driehonderdertig Albanezen, voornamelijk bejaarden, vrouwen en kinderen, verlieten gisteren met hulp van het Internationale Rode Kruis in vrachtwagens, minibusjes en auto's het dorp Lipkovo. Duizenden andere burgers bleven achter. Ze zitten al weken klem tussen het leger en de rebellen.

Een woordvoerder van het Internationale Rode Kruis zei dat meer burgers uit Lipkovo willen vertrekken, want ,,het militaire geweld komt steeds dichterbij''.

Vooralsnog lijken beide partijen zich echter aan het staakt-het-vuren te houden dat maandag werd afgekondigd.

Daarna raakten negen Macedonische soldaten nog gewond tijdens een hinderlaag van het Albanese rebellenleger UÇK nabij Tetovo, maar gisteren hebben UÇK-commandanten hiervoor hun excuses aangeboden. Het ging bij de aanval om een ,,betreurenswaardig misverstand'', zo lieten ze weten.

De regering van nationale eenheid gebruikte de wapenstilstand om overeenstemming te bereiken over een vredesplan van president Boris Trajkovski. Dit plan voorziet in een beperkte amnestie voor de rebellen, in ruil voor een hervatting van de dialoog over hun eisen. De politieke leiders zullen zich deze week terugtrekken om te praten over een wijziging van de grondwet en de erkenning van het Albanees als tweede officiële taal. De Albanese minderheid in het land eist dit al geruime tijd.

Maar Albanese leiders hebben al gewaarschuwd voor te hoog gespannen verwachtingen. Gisteren meldde Skopje dat de regering het eens was over het vredesplan, maar vlak daarna zei de leider van een van de Albanese partijen in Macedonië, Arben Xhaferi, dat op een aantal punten ,,nog correcties nodig zijn''.

De hulpactie van gisteren verliep niet helemaal glad. De Macedonische autoriteiten lieten gisteren een hulpkonvooi van 26 vrachtwagens met voedsel en medicijnen voor de getroffen dorpen rechtsomkeert maken. Dat gebeurde nadat de rebellen hadden geweigerd ingenieurs toe te laten om de watervoorziening naar de nabijgelegen stad Kumanovo op gang te helpen.

De Macedoniërs hebben steeds gezegd dat de rebellen de watertoevoer hebben gestopt; de Albanezen zeggen echter dat het om een technisch mankement gaat. Ze eisten gisteren de komst van journalisten om hun gelijk te tonen, maar de autoriteiten lieten dat niet toe. Daarop weigerden de rebellen toegang aan de ingenieurs. Kumanovo (100.000 inwoners) zit nu al ruim een week zonder stromend water.