Besluit zaak-Bouterse uitgesteld

De Hoge Raad stelt de beslissing uit over de vraag of Justitie in Nederland de voormalige Surinaamse legerleider D. Bouterse kan vervolgen. Het hoogste rechtscollege maakte gistermiddag bekend dat het meer tijd nodig heeft om een oordeel te vellen over de zaak.

De top van het openbaar ministerie, het college van procureurs-generaal, vroeg onlangs `cassatie in belang der wet' aan bij de Hoge Raad over de kwestie. Het college is het niet eens met een beschikking van het Amsterdamse gerechtshof. Dat beval het OM vorig jaar om Bouterse te vervolgen vanwege zijn betrokkenheid bij de decembermoorden uit 1982. De beschikking van het hof was de uitkomst van een lange procedure die nabestaanden van de slachtoffers van de decembermoorden waren begonnen. Anders dan het hof meent het college van PG's dat er in Nederland geen rechtsmacht bestaat voor de vervolging. Het OM heeft inmiddels wel een gerechtelijk vooronderzoek tegen Bouterse geopend. Dat staat evenwel op een laag pitje nu het college van PG's wil dat de Hoge Raad zich eerst over de principiële vraag van de rechtsmacht uitspreekt. Oorspronkelijk zou dat eind deze maand gebeuren. Maar volgens een woordvoerder van de Hoge Raad vereist een zorgvuldige beslissing meer tijd. De nieuwe datum is nu vastgesteld op 18 september. Het oordeel zou overigens ook gevolgen kunnen hebben voor een mogelijke vervolging van Jorge Zorreguieta, de vader van Máxima, aantsaande bruid van kroonprins Willem-Alexander. Ook Zorreguieta senior is aangeklaagd wegens foltering en misdaden tegen de menselijkheid. De aangifte is niet in behandeling genomen door het OM. Tegen die beslissing loopt nog een beklagprocedure bij het hof. Mocht komen vast te staan dat Nederland in de Bouterse-zaak geen rechtsmacht heeft, dan is de Zorreguieta-zaak waarschijnlijk definitief van de baan.