Zelfs Nick Cave zingt hallelujah

Nick Cave die Hallelujah zingt en God is in the house: het valt niet licht om die vrome woorden serieus te nemen uit de mond van iemand die tot voor kort als een wildeman van de rock & roll te boek stond. Uiterlijk heeft hij wel iets van een louche veldprediker uit een stoffige westernfilm, zoals hij zich met zijn spichtige gestalte in een slecht zittend zwart pak naar de menigte buigt om zijn boodschap van genade en verlossing te verkondigen. Maar we bevinden ons hier wel degelijk bij een popconcert. Het verloederde uiterlijk en de lamlendige pose van gitarist Blixa Bargeld zeggen genoeg: hier worden geen zieltjes gewonnen voor een oprecht kerkgenootschap. De eredienst van Nick Cave en zijn muzikantenbende The Bad Seeds bestaat niet uit psalmen en gezangen maar uit bonkige variaties op aardse drink- en zeemansliederen, zo nu en dan afgewisseld met een helse murder ballad.

Twintig jaar na de woelige begindagen van zijn Australische garagepunkband The Birthday Party leek het of Nick Cave in rustiger vaarwater was gekomen, met de ingetogen en zelfs religieuze toon van zijn elfde solo-album No More Shall We Part. Zijn favoriete plaat aller tijden, merkte Cave desgevraagd op, is Bob Dylans Slow Train Coming, het album waarmee Dylan zijn bekering tot born again Christian aan de wereld openbaarde. Wat een prachtig staaltje van sardonische humor zou dat geweest kunnen zijn, als Cave dat alleen maar beweerde om zich een kriek te lachen bij de gedachte aan alle sombere gothic-fans die op zijn voorspraak naar de platenwinkel renden om die tamelijk brave Mark Knopfler-productie aan te schaffen. Maar Nick Cave meent het waarschijnlijk echt, net zoals het vrome Hallelujah even overtuigend uit zijn keel komt als indertijd het door de duivel bezeten Tupelo.

Een mens moet wat na een leven vol zonde, en voor Nick Cave zijn de jaren van bezinning aangebroken. Zo niet op het podium, waar hij nog altijd kan vlammen als een op hol geslagen kermisgast. In het Tilburgse 013 beloofde hij gisteren een heel goede óf een heel slechte show, omdat het de laatste avond van de tournee was. De enthousiaste zaal verdiende beter dan de tamelijk matte vertoning die het uiteindelijk werd, ondanks explosieve uitbarstingen waarin de van The Dirty Three geleende violist Warren Ellis meestal het voortouw nam.Cave kon putten uit een repertoire dat inmiddels een scala van stijlen beslaat, van het bezwerende mantra The mercy seat tot de folksong Papa won't leave you Henry en van de wiegende meezinger The weeping song tot de ingetogen en onvast gezongen pianoballade No more shall we part.

Strikt genomen is Nick Cave geen groot zanger, maar zijn uitstraling en tijdloze songs maken hem een rasentertainer voor het zwart geklede vleermuizenvolk. Zelf neemt hij die duistere en spirituele lading misschien wel niet zo serieus, want de statige kadans van God is in the house liet hij veelbetekend volgen door een citaat uit de luchtige pophit Love is in the air. Frivoliteit is geen eigenschap waarmee Nick Cave zich makkelijk laat vereenzelvigen, maar in elke goede popartiest schuilt soms een zang- en dansman.

Concert: Nick Cave. Gehoord: 11/6 In: 013, Tilburg.