Wierix-gravures bruisen van kracht

Het is bijna stof voor een detectiveroman. De oude jezuïetenpater Ad Merx moest in augustus vorig jaar de pastorie van de Amsterdamse kerk De Krijtberg verlaten, omdat die verbouwd werd. Bij zijn vertrek overhandigde hij een oude kartonnen doos aan zijn jongere broeder Paul Begheyn. ,,Dit zal je wel interesseren'', zei hij. Toen hij hem daar opende, viel zijn mond open van verbazing. In de doos lagen vijfenzeventig vrijwel ongeschonden kopergravures van religieuze voorstellingen, die ieder afzonderlijk in papier waren gewikkeld. De pater herkende onmiddellijk de hand van de Antwerpse kunstenaarsfamilie Wierix, die aan het begin van de 17de eeuw een grote reputatie genoot op het gebied van de productie van stichtelijke boeken en devotieprenten.

Behalve uit de aard van het pakpapier — onder meer afkomstig uit een meisjespensionaat in Gent — viel nergens uit af te leiden wat er de afgelopen eeuwen met de platen was gebeurd. Begheyn vermoedt dat de platen aan het eind van de 18de eeuw vanuit Antwerpen naar de Republiek zijn gekomen, toen onder druk van de katholieke vorsten in Europa de jezuïetenorde werd opgeheven en zijn bezittingen werden geconfisqueerd. De tolerante Republiek deed daar niet aan mee. Ex-jezuïeten konden hier dan ook ongestoord op hun post blijven zitten, totdat hun orde in 1815 door de paus werd hersteld.

Het belangrijkste werk dat de familie Wierix voor de jezuïeten maakte, was het meditatieboek van de Spaanse jezuïet Jerónimo Nadal (1507-1580), een stripverhaal waarin aan de hand van 153 gravures het Nieuwe Testament werd behandeld. Het boek werd over de hele wereld verspreid en daardoor werd de familie Wierix een watermerk voor de jezuïetencultuur van de 16de en 17de eeuw. De invloed van de Wierixen op de materiële cultuur van de katholieke kerk is dan ook groot. Zo zijn in tal van katholieke kerken in bijvoorbeeld China, India en Paraguay kunstwerken te zien, die gebaseerd zijn op de religieuze voorstellingen van de Wierixen. Maar ook in protestante kerken in Noorwegen en Duitsland kom je Wierix-voorstellingen in schilderijen en glas-in-loodramen tegen.

De teruggevonden verzameling Wierix-koperplaten geldt inmiddels als een van de grootste ter wereld. De kwaliteit van de platen is nog zo goed, dat het Rembrandthuis ze opnieuw heeft laten afdrukken. Met een verbijsterend resultaat, want zelfs iemand die geen verstand heeft van de katholieke kerk is al snel verkocht bij het zien van de prentjes. Het zijn stuk voor stuk kleine sprookjes, met Maria als de fee en Christus als Sneeuwwitje. Een misschien even belangrijke rol wordt gespeeld door de afgebeelde `figuranten'.

Op een stukje papier van zo'n twaalf bij acht centimeter vertellen de Wierixen hele verhalen. Zo wordt Maria in Hieronymus Wierix' Maria op de maansikkel omringd door nonchalant kijkende engeltjes met Vlaamse aardappelgezichtjes, die met behulp van ronde schildjes de pijltjes van een groepje bosdiertjes afweren. Die diertjes vertegenwoordigen het kwaad, maar ze zijn zo guitig en quasi gemeen getekend, dat je eerder aan kattenkwaad moet denken dan aan het Boze.

Ook Het Christuskind overwint de Dood en de Zonde van Anton Wierix is zo'n gedetailleerde gravure. Weer zijn er die guitige engelenkopjes. Maar behalve door de jeugdige Christus die een slang en een geraamte vertrapt, wordt je aandacht vooral getrokken door het orkest van engelen dat hoog in de wolken op harp, viool, luit, ocarino en dwarsfluit een aubade op de overwinning speelt. De klanken springen bijna van het prentje af.

De Christus-figuren op de prenten zijn vrijwel zonder uitzondering sterke, gespierde mannen, die in de buurt komen van de reconstructie zoals de BBC die onlangs van hem maakte. Zo perst de Christus op Het bloed van Christus (met twee jezuïeten) het bloed in twee krachtige stralen uit zijn handen en gaat hij in Christus hakt de boom der zonde om als een olympische atleet tekeer.

Op De Heilige Jodocus, voor heidenen ongetwijfeld het mooiste prentje van de tentoonstelling, is een zittende Jodocus afgebeeld, de Keltisch-Bretonse koningszoon die afstand deed van zijn aardse rijkdommen en als kluizenaar door het leven ging. Zijn bezittingen liggen aan zijn voeten en hij kijkt in berusting voor zich uit. Op de achtergrond van het kleine prentje wemelt het van de intrigerende details. Zo zie je een bos, met een paar jagers en honden. De wind waait er door de bomen. Een eindje verderop staat een kerkje, waar een man en een vrouw uitkomen. Het grenst aan een rivier, waar roeibootjes liggen afgemeerd. Wanneer je blik langs al die taferelen glijdt, vergeet je bijna waar je zelf bent en misschien is dat wel het beste bewijs voor de grote kracht van het werk van de familie Wierix.

Tentoonstelling: Een teruggevonden kerkschat. Kopergravures van Wierix. T/m 2 september in Museum Het Rembrandthuis, Jodenbreestraat 4, Amsterdam. Open ma-za 10-17u, zo 13-17u. Inl.: (020) 5200400.