Verstikkende kleinschaligheid

Misschien is het langs u heen gegaan, misschien leeft u er naar toe, maar zestien juni is dit jaar door Humanitas, de humanistische vereniging voor maatschappelijke ontwikkeling, en Aedes, de vereniging van woningcorporaties, uitgeroepen tot Nationale Burendag. Op die dag wordt door een `onafhankelijke jury' onder voorzitterschap van Willeke Alberti de `Beste Buur' van het jaar gekozen. Wie heeft zich het meest ingezet voor de leefbaarheid van de buurt waarin hij woont? Op 21 april zijn de lokale burendagen gehouden en uit de winnaars daarvan wordt de nationale winnende buur gekozen die, zo wordt uitgelegd op de website van Humanitas, symbool staat voor de vele Beste Buren die Nederland schijnt te tellen.

Wat is een beste buur? Ik denk onmiddellijk aan iemand die je nooit ziet of hoort. Een buur die geen poging waagt tot enig contact met praatjes over het weer of zijn zieke moeder. Met zo'n buur kan ik rustig geruime tijd dood in mijn woning liggen, zonder dat hij het door heeft. Ik hoop dat deze buur mij de stankoverlast die uiteindelijk ontstaat door het onvermijdelijke proces van ontbinding dat mijn lichaam aangaat, graag zal vergeven omdat wij al die tijd in volstrekte rust naast elkaar hebben gewoond. Ook hoop ik dat hij niet zal worden lastiggevallen door de media over het feit dat men tegenwoordig zijn buren niet meer kent en dat het een drama is dat ik daar al zolang dood lig te zijn terwijl hij zich aan zijn leven wijdde zonder ooit een gedachte aan het mijne te spenderen. Dat zou onrechtvaardig zijn want voor mij was hij een beste buur maar dat kan ik natuurlijk niet meer zeggen. Zowel mijn buur als mijn waarschijnlijk tot diens opluchting inmiddels geruimde overblijfsels zullen misbruikt worden om een al langer bestaande discussie in de samenleving een nieuwe impuls te geven. Dat zal met de Beste Buur die gekozen wordt ook gebeuren.

Van welke discussie maken mijn ideale beste buur en de door de `Commissie-Alberti' te kiezen Beste Buur van Nederland deel uit? De discussie over het individualisme in de samenleving en het tekort aan betrokkenheid van burgers. Wereldlijke en geestelijke leiders maken zich zorgen om deze ontwikkeling. Cultuurpessimisten en beschermers van de beschaving storten zich erop. De slogan `De maatschappij dat ben jij' speelt er op in. Een partij als Leefbaar Nederland, die zich profileert met een lieveheersbeestjeslogo dat verdacht veel lijkt op het lieveheersbeestje van de Stichting Tegen Zinloos Geweld, voedt zich met de angst die er kennelijk ook bij de kiezer over deze kwestie leeft.

Ook het kabinet deelt de bezorgdheid. De burger doet het niet goed. Hij geeft geen verantwoordelijkheidsgevoel, is te veel gericht op zijn eigenbelang en tegelijkertijd ontbreekt het hem aan initiatief en zelfredzaamheid. Dit alles terwijl er zoveel van hem wordt verwacht. De burger vervult namelijk een dubbelrol. Hij is zowel consument als coproducent van het overheidsbeleid. Het kabinet vroeg daarom vorig jaar aan de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) een advies over de mogelijkheden om de rol van de burger als maatschappelijk participant te verbeteren.

Het advies van de RMO met de titel `Aansprekend Burgerschap' heeft als invalshoek de inrichting van het publieke domein. Door het publieke domein anders en daarmee bedoelt de RMO kleinschaliger in te richten, is het mogelijk het verantwoordelijkheidsgevoel van de burger te sturen en bevorderen. Kleinschaligheid houdt onder meer in dat kleine, homogene buurten beter zijn dan grote buurten met een diversiteit aan bewoners. Homogene buurten bieden de burger meer mogelijkheden om zich met zijn woonomgeving te identificeren. De rol van frontliniewerkers zoals wijkagenten en buurtbeheerders is daarbij volgens de RMO onontbeerlijk.

In de kleinschalige georganiseerde buurt dient de burger te voldoen aan een bepaald profiel dat nauwgezet in het advies van de RMO wordt beschreven. De verantwoordelijke burger maakt geen misbruik van publieke voorzieningen en is bereid mee te denken over het functioneren van die voorzieningen. Hij is competent en kan zelfstandig een mening vormen, nadenken en zijn mening verwoorden. In zijn woonomgeving zet hij zich in voor het onderhoud. Hij let op, ruimt op, ziet toe en meldt. Hij spreekt de waarheid, komt afspraken na, respecteert eigendom en biedt hulp aan kwetsbare mensen. Hij onderhoudt goede, zelfs persoonlijke, contacten met flatbeheerders en wijkbeheerders.

De RMO lijkt te pleiten voor een manier van leven waarin verantwoordelijkheid verdacht veel weg heeft van verantwoording afleggen. Voor een burger die geen zin heeft aandacht te schenken aan huismeesters, toezichthouders en andere crypto-Melkertbaan klikspanen, is in de samenleving die de RMO bepleit geen plaats. De eigenzinnige burger krijgt voortaan de schuld van alles. Hij doet er goed aan zijn betrokkenheid te tonen door de terreur van de kleinschaligheid en het juk van de sociale beheersing niet aflatend te bestrijden. Beter anonimiteit en individualisme dan een verstikkende dorpsmoraal onder het mom van betrokken burgerschap. Het enige alternatief is dit:

`Hallo, met de wijkbeheerder? Ja, met Kluveld. Zeg, er zijn een paar dingen die ik wil melden. De buurvrouw van nummer zesentwintig is op vakantie naar de Bahama's. Dat had ze wel kunnen laten weten aan de wijkagent in het kader van ons veiligheidsproject. Ik vraag me af waar ze het van doet want ze heeft een uitkering. Verder heeft de buurman van nummer achtentwintig niet, zoals uitdrukkelijk in het buurtkrantje is gevraagd, de poster tegen Zinloos Geweld voor het raam gehangen. Ja, jammer omdat de wethouder toch speciaal is gekomen om die lieveheersbeestjestegel te onthullen. Nee, die van nummer vier waren daar niet bij terwijl ze thuis waren. Niet echt betrokken, nee. Hij zei dat hij moest werken maar van haar wist ik dat ze het weekeinde vrij hadden. Niet eerlijk nee, je dient de waarheid te zeggen. Hun dochter kwam overigens laat thuis, geeft te denken. Goed, ik ga het vuilnis van het oude zieke vrouwtje van nummer achttien buitenzetten, tot morgen bij het buurtoverleg. Ja? Nee, dat meen je niet, fantastisch. Ik, voorgedragen als Beste Buur van Nederland?'

Dr. Amanda Kluveld is historica en als universitair hoofddocent cultuurgeschiedenis van zingeving en humanitaire vraagstukken verbonden aan de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht. Zij zal een keer per twee weken op deze plaats een bijdrage schrijven.