Verdeeld Berlijn

BERLIJN, DUITSLANDS ongedeelde hoofdstad, heeft zich lelijk in de nesten gewerkt. De grote coalitie van socialisten en christen-democraten is vorige week gesneuveld. De veertien jaar zittende burgemeester zal waarschijnlijk deze week zijn ambt aan een ander moeten overdragen. De stad is bijna failliet en wordt achtervolgd door financiële schandalen. En de politieke tegenstellingen verscherpen zich nu duidelijk is geworden dat de oud-communisten van vóór de val van de Muur misschien mogen meeregeren in een nieuw bestuur. De problemen worden door de rest van Duitsland nauwlettend gevolgd. Want zo is het: de moeilijkheden van Berlijn zijn die van Duitsland. Berlijnse politiek is landelijke politiek.

Berlijn heeft een januskop. Het gespleten Duitsland en later de Duitse eenwording waren het duidelijkst zichtbaar in deze door de geschiedenis zo gekwelde metropool. Tien jaar euforie over de hereniging, een weergaloze bouwdrift, de bijna dwangmatige zoektocht naar een eigen identiteit, de aantrekkingskracht van de kosmopolitische stad – dit alles heeft geleid tot wonderen aan de ene en chaos en verwording aan de andere kant. Het nieuwe centrum rondom Reichstag, Unter den Linden, Potsdamer Platz en Friedrichstrasse is letterlijk het toonbeeld van stedelijke verandering en dynamiek. Wat daar met gevoel voor degelijkheid en Duitse Ausdauer tot stand is gebracht kent in Europa zijn gelijke niet. Het is meer dan de som van een aantal nieuwe gebouwen, het is een wereld op zichzelf. Verderop naar het oosten is veel, maar niet alles, hetzelfde gebleven. Cosmetische verbeteringen en een geheel vernieuwd tramnet naast eindeloze rijen woonkazernes, gaten in het wegdek door achterstallig onderhoud en hoge werkloosheid. Dat laatste is relatief nieuw. In de tijd van het DDR-regime was er officieel geen werkloosheid. Ook het voormalige West-Berlijn deelt grosso modo in de malaise. De economie van de deelstaat Berlijn blijft ver achter bij het landelijk gemiddelde. Broodnodige investeringen – vooral buitenlandse – laten nog steeds op zich wachten. Kortom, de hoofdstad oogt op het nieuwe en verbluffende centrum na sjofel en heeft geldgebrek.

DE ECONOMISCHE crisis gaat hand in hand met een politieke. De bouwhausse wordt nu direct verbonden met belangenverstrengeling en politieke corruptie. Voor de SPD was vorige week de maat vol. De partij stapte uit de coalitie met de christen-democraten. Samen hebben ze Berlijn ruim tien jaar geregeerd. De christen-democratische burgemeester Eberhard Diepgen zal waarschijnlijk nog deze week zijn functie overdragen aan de socialist Klaus Wowereit, die Berlijn tot aan de vervroegde verkiezingen in september moet besturen. Het pikantste nieuws was evenwel dat de SPD bereid is om in de hoofdstad een verbond aan te gaan met de oud-communisten (de PDS) en de Groenen. De omstreden combinatie van SPD en PDS kreeg eind vorige week de zegen van bondskanselier Gerhard Schröder, die zei zijn ogen niet voor de werkelijkheid te willen sluiten. Maar de werkelijkheid in Berlijn is weerbarstig. De PDS is in het voormalige oosten populair, maar wordt in het westen veracht en zelfs gehaat. Tegelijk is duidelijk dat de partij een niet te verwaarlozen factor is en alleen al door haar massale aanhang misschien maar eens aan de macht moet. Een even begrijpelijk als riskant experiment.

De verkiezingsstrijd is begonnen. De uitslag kan grote invloed hebben op de landelijke politiek in Duitsland. Eén ding staat vast, hoezeer politici dat ook ontkennen of betreuren: Berlijn blijft voorlopig een diep verdeelde stad. De Muur is al langer dan tien jaar weg. Maar Willy Brandt had gelijk toen hij zei dat muren in het hoofd soms langer standhouden dan muren van beton.