Sluitingsplan verbaast directies veemarkten

De veemarkten mogen na de mond- en klauwzeercrisis weer open. Nieuwe eisen die minister Brinkhorst stelt zijn echter zo streng dat de koepelorganisatie hun einde heeft aangekondigd. Tot schrik van de directeuren.

,,We gaan definitief niet meer open'', somberde gistermiddag woordvoerder A. Dijkstra van de club van de acht grote veemarkten, de Groep Nederlandse Veehandelscentra (GNV). Dat was volgens hem de conclusie van spoedberaad van de Groep over de nieuwe, strenge eisen die minister Brinkhorst vrijdag aan veemarkten stelde. Met die eisen, voortvloeiend uit de mond- en klauwzeercrisis, wil de minister ziekteriscico's beperken.

,,Dit is prematuur'', zegt een ernstig verstoorde directeur Th. van der Steen van de Brabanthallen in Den Bosch als hij later op de middag van dit `besluit' hoort. De veemarkt wordt er al zeventig jaar gehouden ,,en we waren eigenlijk wel van plan door te gaan''.

Van der Steen is niet de enige die overvallen is. Zes bij de GNV aangesloten veemarkten ontbraken gisteren bij het spoedberaad in Zwolle. Ook in Leeuwarden, Leiden, Doetinchem, Purmerend en Groningen heerst verbazing.

Wel hikken alle veemarkten aan tegen de nieuwe regels die Brinkhorst uitvaardigde. Die vragen namelijk nogal wat. Om te worden erkend als officiële `runderverzamelplaatsen' moeten de veemarkten vóór 1 november beschikken over overdekte laad- en losplaatsen en overdekte reinigingsplaatsen. Dat vergt volgens elke veemarktdirecteur investeringen die ten minste in de honderdduizenden guldens lopen. En dat terwijl de aanvoer van runderen en kalveren – en dus de inkomsten – juist worden beperkt. Brinkhorst verbiedt namelijk tegelijk de aanvoer van af te mesten koeien, het zogenoemde weidevee. Kalveren mogen bovendien alleen nog worden aangeleverd uit dezelfde provincie als waarin de veemarkt ligt. De mesterij die ze afneemt mag drie maanden lang niet van een andere markt afnemen. Het effect van alle maatregelen wordt over een jaar geëvalueerd. Misschien moeten de veemarkten, zelfs áls ze alle nodige investeringen doen, dan alsnog dicht.

Maar nu al sluiten? ,,Als wij aan de nieuwe regels kunnen voldoen, blijven we open'', zegt marktmeester F. Hoeksma van de Leeuwarder veemarkt, de FEC. De FEC-hallen waren vanmorgen het toneel van een demonstratie van driehonderd Friese veehandelaren en transporteurs, die de ochtendspits rond Leeuwarden ontregelden. Zij kregen ruime bijval: van de bond van melkveehouders NVV, de boerenorganisatie NLTO én van gemeente en provincie. De Friese landbouwgedeputeerde P. Bijman sprak van ,,een paniekreactie'' van Brinkhorst, de Leeuwarder wethouder B. Bilker van ,,irrealistische eisen'' waarvan ,,een goed geoutilleerde markt'' de dupe wordt. De Leeuwarder markt heeft volgens FEC-directeur A. de Jong enkele jaren geleden al 8 miljoen gulden geïnvesteerd om te voldoen aan de Europese regels. Nu bestaan plannen voor een overdekte ontsmettingsplaats.

Maar is dat genoeg? In Den Bosch bestaan zulke plannen ook – Van der Steen meldt dat het een half miljoen kost. ,,We denken nog na of het rendabel kan zijn.''

Directeur G. Bootsma van de IJsselhallen in Zwolle – ,,een miljoen zou nodig zijn'' – is er al uit. Hij leidde gisteren het Zwolse beraad. De conclusie was eenduidig, zegt Bootsma: ,,Het is het héle pakket van Brinkhorst dat ons het handelen onmogelijk maakt, en dat geldt voor álle veemarkten''. Dat zal hij vanmiddag ook zeggen, als alle directeuren en marktmeesters naar Zwolle komen.

Al is de stemming somber, het laatste woord valt nog niet te verwachten. Dat kan ook niet, zegt Jur Boogaard, hoofd van de veemarkt in Utrecht: de markten in Utrecht, Purmerend, Groningen en Doetinchem zijn van de gemeenten. De ambtelijke hoofden daarvan, onder wie hijzelf, kúnnen dus helemaal geen zelfstandige besluiten nemen. Ook Bootsma nuanceert de uitlatingen van Dijkstra, die zelfs verder overleg met het ministerie niet meer ziet zitten: ,,We hopen nog steeds op een gesprek met Brinkhorst.''

Wat de stemming onder de `Zwollenaren' heeft bepaald is dat zij vorige week onderhandelden met het ministerie over de toekomst van de markten en tot donderdagavond goede hoop op voortbestaan hadden. Vrijdag werden zij door de uiteindelijke regeling – met aanvullende voorwaarden voor kalvertransport en overdekte plaatsen – naar eigen zeggen volledig verrast. Het heeft Dijkstra ervan overtuigd dat Brinkhorst eigenlijk gewoon van de veemarkten af wil. Bootsma is het met hem eens: ,,Het lijkt erop dat Brinkhorst aanstuurt op een koude sanering. Zonder plan om de gevolgen op te vangen voor de tientallen werknemers en de ondernemingen, wat netjes zou zijn.''

Ook Piet Thijsse, voorzitter van de Nederlandse Bond van Handelaren in Vee, onderschrijft de inschatting. ,,Brinkhorst sluit de markten niet door de voordeur, maar door de achterdeur'', meent hij. Toch blijft handel mogelijk, onderstreept Thijsse. Weliswaar zullen honderden handelaren stoppen, maar er zijn ook buiten de veemarkten `runderverzamelplaatsen' bij bedrijven die aan strenge eisen moeten voldoen en waar handelaren terechtkunnen. Wel zal de prijsbepaling, die tot nu toe op de markt tot stand kwam, ondoorzichtiger worden, denkt Thijsse – wat de prijzen waarschijnlijk opdrijft.

Bootsma verwacht dat de controle op de handel in het nieuwe systeem ,,onmogelijk'' wordt door de grotere spreiding ervan. ,,Dat haal je zelfs niet met drie ministeries van Landbouw.''

Intussen zullen de exploitanten van de vijf grootste veemarktlocaties het wel bolwerken, zeggen hun directeuren. De IJsselhallen, de Brabanthallen, de Utrechtse Veemarkthallen, de Leidse Groenoordhallen en de Leeuwarder veemarkt hebben zich de afgelopen jaren wegens de teruglopende veehandel al meer toegelegd op andere evenementen. Zo is de veemarkt in Utrecht inmiddels minder belangrijk dan de wekelijkse automarkt of beurzen. In Zwolle zorgt de veehandel nog slechts voor 20 procent van de omzet.

Wegvallen van de veemarkt betreuren de exploitanten van de hallen vooral uit oogpunt van risicospreiding – ,,hoe meer pijlers, hoe beter'', zegt Boogaard van Utrecht – en om emotionele redenen – alle hallen zijn ooit als veemarkt begonnen. Alleen voor de kleine marktplaatsen in Doetinchem, Groningen en Purmerend is geen alternatief – maar daarmee hielden ze zelf al ernstig rekening.

M.m.v. Karin de Mik.