Loonsverhoging van 38 procent voor topman ABN

De bestuursvoorzitter van ABN Amro, R. Groenink, ziet dit jaar zijn basissalaris (exclusief bonus en opties) met ruim 38 procent stijgen. Zijn basisloon komt daardoor voor 2001 uit op 889.000 euro (1,96 miljoen gulden). Groeninks collega-bestuurders moeten genoegen nemen met een toename van 11 procent.

De forse loonsprong bij ABN Amro heeft plaats in een tijd waarin de discussie over de snelle stijgingen van salarissen van bestuurders weer is opgelaaid. ,,Nee, daar hebben wij geen rekening mee gehouden. De beloning wordt bepaald op basis van een aantal doelstellingen en er wordt gekeken naar verhoudingen in de markt'', aldus een woordvoerster van ABN Amro vanmorgen. De gemiddelde stijging van de basissalarissen van bestuurders van grote Nederlandse ondernemingen bedroeg vorig jaar nog zo'n 7 à 8 procent, zo blijkt uit onderzoek van VNO-NCW. Inclusief bonussen en optieregelingen bedroeg de groei 12 tot 13 procent.

De salarisstijging bij ABN Amro blijkt uit een toelichting voor aandeelhouders, die de bank vorige maand heeft gegeven op de nieuw ingevoerde beloningsstructuur van de raad van bestuur. Bestuursvoorzitter Groenink wordt dit jaar als grootverdiener voorbijgestreefd door zijn twee buitenlandse collega's, de Brit Hugh Scott-Barret en de Braziliaan Sergio Lires Rial. Zij krijgen behalve een basisloon van 635.000 euro ook nog eens een toeslag van 453.000 euro `ter compensatie van het aanzienlijke beloningsniveau in hun moederland'. Zij krijgen hierdoor ieder 2,4 miljoen gulden aan basissalaris.

De top van ABN Amro gaat er ook in het aantal opties op vooruit. Vorig jaar kregen alle leden van de raad van bestuur circa 60.000 opties, dit jaar worden dat er 80.000. Groenink krijgt er zelfs 112.000, een toename van 86 procent. De toegekende opties hebben een looptijd van tien jaar.