KLM en BA moeten in relatietherapie

British Airways (BA) is net als de minnaar die bij zijn vroegere partner terugkeert, niet omdat hij haar adoreert, maar omdat hij geen echte alternatieven heeft. Daarom moeten de hernieuwde gesprekken met niet één, maar twee voormalige partners – American Airlines en de Nederlandse luchtvaartmaatschappij KLM – door zijn aandeelhouders met enig wantrouwen bezien worden. Er zijn gegronde redenen waarom BA er in het verleden niet in geslaagd is deze relaties tot een goed einde te brengen. Het feit dat het bedrijf nu weer van zijn belangstelling blijk geeft, onderstreept alleen maar het strategische dilemma waarin het zich bevindt.

Er zaten vele haken en ogen aan de vorig jaar geplande fusie met KLM. Het was bovendien niet de eerste keer dat zoiets geprobeerd werd. Om te beginnen vroeg de Nederlandse luchtvaartmaatschappij om een premie voor het afstaan van de controle, terwijl zij daar in feite niet toe bereid was. Een ander probleem was dat een alliantie met KLM strategisch gezien niet zo goed zou zijn als een verbond met bijvoorbeeld het Italiaanse Alitalia, dat intussen een relatie is aangegaan met Air France, waardoor BA in de kou is komen te staan.

Vergelijkbare overwegingen gaan op voor de transatlantische onderhandelingen van BA. De Britse luchtvaartmaatschappij zou een groot deel van zijn landingsrechten op de luchthaven Heathrow moeten opgeven om van de Amerikaanse toezichthouder toestemming te krijgen voor een deal met American Airways. Dat is nauwelijks aanvaardbaar, maar alleen blijven is ook geen aantrekkelijke optie.

Onder deze omstandigheden is het niet verrassend dat noch BA noch KLM toegeeft dat er fusieonderhandelingen plaatsvinden – louter `algemene oriënterende gesprekken'. Dat lijkt te betekenen dat ze graag samen zouden komen, maar niet goed weten hoe ze dat moeten doen.