Kabinet wil grote databank chemiebranche

Bedrijven moeten een grote database samenstellen met data over chemische stoffen die zij op de markt brengen. Volgens het kabinet past die stap bij de maatschappelijke verantwoording van bedrijven. De industrie noemt het plan onrealistisch.

De chemische industrie staat een forse en kostbare taak te wachten als de Tweede Kamer de morgen te behandelen strategienota `Omgaan met stoffen' behandelt en goedkeurt. Volgens die nota moet de industrie vóór 2005 een profiel hebben gemaakt van ,,alle stoffen die in Nederland op de markt zijn of worden gebruikt''.

Het profiel moet laten zien hoe gevaarlijk deze stoffen zijn. De overheid verwacht van bedrijven ,,een adequaat, verifieerbaar, controleerbaar en openbaar register''.

Twee jaar eerder al (voor eind 2002) moet een databank met voorlopige profielen gereed zijn, zodat eventuele spoedeisende maatregelen genomen kunnen worden. Stoffen waarvoor de genoemde profielen niet op tijd gereed zijn kunnen worden verboden.

In de nota schrijft minister Pronk (Milieu) dat op dit moment over niet meer dan een paar procent van de tienduizenden (chemische) stoffen die wereldwijd commercieel verkrijgbaar zijn (openbare) gegevens bestaan ,,die een redelijke inschatting van hun gevaren en risico's mogelijk maken''. ,,Een veilig gebruik van stoffen'', schrijft hij. ,,Is daarom niet gegarandeerd.''

Dirk van Well van de Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie (VNCI) noemt de nota ,,ambitieus, maar onrealistisch''. Er zouden tè veel stoffen in een tè kort tijdsbestek moeten worden getest. Bovendien zal de hele operatie enorm veel geld gaan kosten. De Europese Commisie, die begin dit jaar een witboek met nieuwe regels omtrent de omgang met stoffen uitbracht, schat die kosten in op 2 miljard euro over 10 jaar, maar de branche zelf houdt het op het vijfvoudige. Volgens Van Well zal met name het midden- en kleinbedrijf de kosten moeilijk kunnen dragen. ,,Juist de kleinere bedrijven brengen vaak veel stoffen op de markt, maar dan in kleine hoeveelheden. Ze moeten al die stoffen laten testen. Grote bedrijven zoals Akzo en Shell richten zich vaak op enkele producten die ze in grote hoeveelheden aanmaken.''

Maar volgens het kabinet ligt de verantwoordelijkheid voor de veiligheid van stoffen en producten nu te zeer bij de overheid. In de strategienota schrijft Pronk dat er te weinig aandacht is voor de ,,wettelijk verankerde zorgplicht'' van het bedrijfsleven op dit gebied.

De grotere eigen verantwoordelijkheid van het bedrijfsleven en de gevraagde openheid past volgens het kabinet in haar in april geformuleerde visie op maatschappelijk verantwoord ondernemen. Om die werkwijze waar te kunnen maken is het nodig dat het bedrijfsleven ,,gegevens genereert over gevaren en risico's van stoffen'' en ,,(publiek) verantwoording aflegt over ondernomen acties''. Beleidsmedewerker Mark Koenen van Natuur & Milieu constateert dat de industrie het afgelopen decennium op eigen initiatief niet veel verder is gekomen met het in kaart brengen van cruciale gegevens over gebruikte stoffen.

Volgens het Europese witboek zou de chemische industrie in de komende 10 jaar in totaal 30.000 stoffen moeten testen op hun potentieel schadelijke eigenschappen. Volgens Van Well stelt het witboek daarmee veel te hoge eisen aan de industrie. Hij wijst erop dat er begin jaren negentig al een Europese verordening van kracht werd voor het testen van stoffen. Maar tot nu toe zijn er slechts enkele tientallen stoffen beoordeeld. De verantwoordelijkheid daarvoor ligt volgens Van Well niet bij de industrie: ,,De overheid is erachter gekomen dat ze veel te weinig capaciteit heeft.''

Aansluitend op regels van de Europese Unie en de Verenigde Naties wil het Nederlandse kabinet vijf `gevaarscategorieën' gaan hanteren die variëren van ,,ernstige zorg'' tot ,,vooralsnog geen zorg''. Criteria voor deze indeling zijn onder andere de zogeheten bioaccumulatie (wordt een stof makkelijk opgestapeld in de voedselketen?) en de persistentie (hoe lang duurt het voordat een stof wordt afgebroken?). Verder wordt getest of een stof kankerverwekkend is en of hij schadelijk is voor het voortplantingsapparaat van mens en dier. De milieubeweging zegt intussen circa driehonderd stoffen te kennen die accumuleren bij dieren, of de mens, aan het einde van de voedselketen. In onderzoek worden nog steeds nieuwe stoffen gevonden. Zo was de detectie van het zogehten PFOS in onder meer roofvogels begin dit jaar voor het Amerikaanse 3M reden om te stoppen met de productie van de succesvolle chemische stof Scotchgard. In Stockholm is vorige maand een verdrag getekend dat het gebruik van twaalf uiterst schadelijke chemicaliën, waaronder DDT en PCB's, zo snel mogelijk moet uitbannen.