JONGERENBLADEN: YES /YOUNG & FAMOUS

Met Tina (9/14 jaar), Fancy (14/18), Yes (18/22) en One (20/25) bestrijkt uitgever VNU het gehele jonge-vrouwensegment. Marketingmanager Corine d'Haans spreekt van een ,,uitgekiende portfoliostrategie'', die de jonge vrouw via One (20/25) uiteindelijk naar titels als Viva, Margriet en Libelle moet leiden. ,,De Yeslezeres is de oudste dochter van de Libelle- of Margrietlezeres. Binnen het `jonge-vrouwensegment' is VNU Tijdschriften marktleider en het is daarom belangrijk dat de titels onderling goed op elkaar worden afgestemd.'' D'Haans categoriseert de titels als ,,mainstream- en mentaliteitbladen''.

De mainstreamlezeres is veelal middelbaar opgeleid, de mentaliteitsdoelgroep hoger of universitair. D'Haans kent zelfs hun karakter: mainstreamers zijn introvert, mentaliteitsmeisjes extravert, maar beide zijn op zoek naar antwoorden op prangende vragen op het gebied van mode, cosmetica, relaties en seksualiteit. ,,Het mainstreammeisje is onzeker en daarom is Yes ook meer trendvolgend dan trendsettend. Fancy- en One-vrouwen daarentegen zijn zelfbewust en zoeken juist de trends.''

Het jonge-vrouwenbladenpakket van VNU is van lieverlede ontstaan. Twee jaar geleden werd One (betaalde oplage 52.000 ex.) `gepositioneerd' tussen Fancy (146.500 ex.) en Viva (148.900 ex.). Tina (114.400 ex.) viert volgend jaar haar 35-jarig jubileum. Yes (132.700 ex.) is 15 jaar oud, terwijl Popfoto zes jaar geleden werd `getransformeerd' tot Fancy. Er is ontlezing, bevestigt d'Haans, maar die treft eerder boeken en kranten. ,,Jonge vrouwen lezen uitsluitend wat hen in hoge mate interesseert. Een blad als Fancy, met een penetratie van bijna 40 procent binnen de doelgroep, is werkelijk uniek.''

Toch zag VNU nog een gat in deze markt. Sinds gisteren ligt Young & Famous (14/20) in de schappen, de eerste `glossy voor girls'. Een soort Beau Monde voor de jongere lezeres, over beroemdheden, relaties, mode en cosmetica. Uit de resultaten van deze pilot moet blijken welke frequentie het blad krijgt.

(Montage Wim Lintsen)