Handhaving van fiscaal voordeel film

De fiscale maatregelen voor beleggers in Nederlandse films zullen vanaf 2002 worden aangepast. Beleggers worden niet langer aangemerkt als ondernemers, maar behouden een fiscaal voordeel.

In een gisteren verstuurde brief aan de Tweede Kamer schrijven minister Jorritsma van Economische Zaken en de staatssecretarissen Bos van Financiën en Van der Ploeg van Cultuur over hun plannen voor de Nederlandse filmsector. De huidige stimuleringsmaatregelen, die in 1999 werden ingevoerd en vijf jaar zouden gelden, worden per 1 januari 2002 gewijzigd. Vanaf volgend jaar willen de drie bewindslieden een specifieke investeringsaftrek voor investeringen in films invoeren, de Filminvesteringsaftrek (FIA). De aftrek bedraagt 47 procent van het investeringsbedrag in films. De criteria voor de films die hiervoor in aanmerking komen moeten nog worden vastgesteld. Daarnaast wordt er een aanvullende regeling opgezet in de vorm van publiek private samenwerking (PPS), die moet zorgen voor het aantrekken van durfkapitaal.

De voorgestelde maatregelen komen voort uit een tussentijdse evaluatie van de huidige regeling. Daarin worden films ondergebracht in commanditaire vennootschappen (cv's) en particuliere beleggers aangemerkt als ondernemers, met de bijbehorende fiscale voordelen. Er was veel kritiek op de cv-constructie: beleggers lopen geen enkel risico, de overheid derft teveel belasting, buitenlandse producenten profiteren van Nederlandse belastingmaatregelen, de kwantiteit van de filmproductie is belangrijker dan de kwaliteit. Dat de regeling zou worden aangepast was al zeker, voor dit jaar geldt een overgangsregeling.

Uit de evaluatie blijkt dat de Nederlandse filmsector enorm is gegroeid door de stimuleringsmaatregelen. In 1999 en 2000 werden veertig films gemaakt, ondergebracht in 27 cv's. In 2000 werd 200 miljoen gulden besteed in de Nederlandse filmsector. Commerciële overwegingen speelden echter een ondergeschikte rol, het aantal bezoekers maakt voor de financiering niet uit. Een structurele versterking van de filmsector is niet zichtbaar. Er zijn nieuwe productiebedrijven gekomen, maar onduidelijk is of bestaande bedrijven sterker zijn geworden. De belastingderving door de cv-constructie bedraagt voor 1999 en 2000 tussen 170 en 215 miljoen gulden. Bij de invoering ging men uit van een jaarlijkse belastingderving van vijf miljoen gulden.

Met nog vast te stellen criteria voor de nieuwe investeringsaftrek willen de drie bewindslieden bereiken dat de fiscale oriëntatie van de huidige regeling verschuift naar een marktoriëntatie, waarbij het commerciële succes van een film belangrijker wordt. Naast productie moet er meer worden gekeken naar distributie en vertoning van films. Van de huidige fiscale voordelen voor particuliere beleggers blijft alleen de willekeurige afschrijving gehandhaafd.