Forse geldboete voor gebroeders Baan

De gebroeders Jan en Paul Baan betalen na een schikking met het openbaar ministerie (OM) een boete van 75.000 gulden omdat zij eind 1999 verzuimd hebben te melden dat het belang van hun beleggingsmaatschappij Vanenburg in softwarebedrijf Baan onder de 10 procent was gezakt. Het Openbaar Ministerie ziet daarmee af van strafrechtelijke vervolging omdat niet is vast komen te staan dat zij zelf hiervan op de hoogte waren. Volgens de Wet Melding Zeggenschap ontstaat bij deze grens een meldplicht bij de Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE).

Naar nu blijkt heeft de STE in augustus vorig jaar aangifte gedaan bij justitie omdat het volgens een woordvoerster om een ,,ernstige zaak'' ging. ,,We konden dit niet afdoen met een goed gesprek.'' Het OM heeft vervolgens leidinggevenden van Vanenburg verhoord, waaronder de gebroeders. Volgens de STE had Vanenburg eind 1999 een melding moeten geven terwijl dat pas in juni 2000 gebeurde.

Beleggingsvehikel Vanenburg had destijds aandelen Baan als onderpand verstrekt aan een bank om krediet te verkrijgen. De bank verkocht een gedeelte van dit pakket nadat de koers van het in zwaar weer verkerende softwarebedrijf verder ineenklapte. Jan Baan verklaarde nooit geweten te hebben dat het belang onder de 10 procent was gedaald. Hij legde de schuld bij de ,,complexe constructie'' met de bank. Het komt sporadisch voor dat justitie een boete uitdeelt.