... en de politieke rol is te groot

In de periode waarin ik in de Eerste Kamer zat, van 1995 tot 1999, is de Eerste Kamer in toenemende mate gepolitiseerd. Deze ontwikkeling is in gang gezet door wijlen CDA-senator Kaland. Hij schrok er niet voor terug om de machtsmiddelen waarover de Eerste Kamer beschikt in te zetten voor het afgeven van een politiek signaal. Mede als gevolg hiervan is de belangstelling voor de senaat enorm toegenomen. Niet alleen bij de media, ook actie- en belangengroepen hebben de Eerste Kamer in toenemende mate `ontdekt' als laatste mogelijkheid om een door hen niet gewenst wetsvoorstel tegen te houden. De senaat als `Kamer van herkansing'. Tegelijkertijd is de politieke druk vanuit het kabinet op de Eerste Kamer toegenomen. De benadering van de senaat door het kabinet werd in de praktijk gebaseerd op de gedachte dat ook de Eerste Kamer gebonden is aan het regeerakkoord.

Dat de Eerste Kamer deze functie heeft gekregen wil echter niet zeggen dat de senaat overbodig is geworden. Er is alle reden om de beperkte taak die in ons staatsbestel aan de senaat is voorbehouden weer in ere te herstellen. Dat stelt eisen aan zowel de senatoren als aan het kabinet en de Tweede Kamer.

De senaat is er voor de kwaliteitscontrole. Hij moet beoordelen of het voorliggende wetsvoorstel voldoet aan staatsrechtelijke normen en normen van behoorlijke wetgeving. De senaat kan deze taak alleen goed vervullen als hij zich niet laat politiseren. Noch door belangengroeperingen, noch door het kabinet. De Eerste Kamer moet zich niet ontwikkelen tot een Kamer van Herkansing, en evenmin tot een tweede Tweede Kamer.

De Eerste Kamer heeft alleen bestaansrecht als zij een Kamer van Bezinning blijft. Dat betekent niet alleen dat ze zich terughoudend moet (blijven) opstellen, maar ook dat een dergelijke opstelling door kabinet en Tweede Kamer gerespecteerd moet worden. Voor de daadkracht van een kabinet lijkt het gunstig als een kabinet bij voorbaat zeker is van het stemgedrag van de senaat. Daarmee berooft het kabinet zichzelf echter van een `final check'. De kwaliteit van de wetgeving is daar op langere termijn niet mee gediend. En aan de kwaliteit van de wetgeving zou ieder kabinet toch groot belang moeten hechten.

Marijke Linthorst was in de periode 1995-1999 lid van de Eerste Kamer voor de PvdA.