Dood bezit

Armen bezitten grote rijkdom. Dat arme landen in hun ontwikkeling toch worden geremd, komt doordat armen niet het vermogen hebben hun bezit productief te gebruiken, meent de Peruaanse econoom Hernando de Soto. Het ontbreekt hen aan eigendomsrechten, beschreven rechten. Het is dood bezit, dood kapitaal. ,,Dat is het drama van van de stagnerende Derde Wereld.''

Sinds de val van de Berlijnse Muur en de ineenstorting van het communisme, ruim tien jaar geleden, blijft het kapitalisme als de enig zaligmakende weg naar welvaart over. Waarbij vrijhandel, vrije markten en internationale investeringen als de leidende beginselen gelden. Toch begint de consensus hierover barsten te vertonen. Mondiale kapitalistische instituten als de Wereldhandelsorganisatie en de Wereldbank kunnen geen topbijeenkomst beleggen of er breken straatgevechten uit tussen anti-kapitalistische betogers en de politie (Seattle in 1999, Washington en Praag in 2000). Dit valt misschien af te doen als gedoe van verwende Westerse radicalen die nu eenmaal iets nodig hebben om tegen aan te trappen. Maar volgens de Peruaanse econoom Hernando de Soto is er meer aan de hand. Hij begint zijn nieuwste boek `Het mysterie van het kapitaal' aldus: ,,Het uur van de grootste triomf van het kapitalisme is tevens het uur van zijn crisis.''

Vanwaar dit alarmisme uit de mond van een man die het kapitalisme juist een warm hart toedraagt en door zijn linkse tegenstanders in Peru voor neoliberaal wordt versleten?

Eind mei was De Soto in Amsterdam. Sinds het bankroet van het communisme hebben landen geen keuze meer, zegt De Soto in een gesprek met deze krant. Alleen het kapitalisme werkt. Daarom zagen ontwikkelingslanden en voormalig communistische landen zich gedwongen dezelfde weg in te slaan die het Westen bewandelt. Begrotingen werden in evenwicht gebracht, invoerbeperkingen en overheidssubsidies verdwenen, privatisering werd het parool en voor buitenlandse investeerders ging de loper uit.

,,Maar er doemt een groot probleem op'', zegt hij. ,,Blijkt deze aanpak in het Westen te werken, in het grootste deel van de wereld werkt ze niet goed of zelfs helemaal niet. Daar overheerst nu een gevoel van teleurstelling omdat de beloften van 1990 niet zijn uitgekomen. Daar bouwt de laatste jaren de frustratie zich op. Dat zie je bij voorbeeld in Latijns Amerika aan de opkomst van iemand als Hugo Chavez in Venezuela, commandante Marcos in Mexico of de FARC-guerrilleros in Colombia.''

De Wereldbank zelf lijkt De Soto met cijfers in het gelijk te stellen. De bank schat dat 1,2 miljard mensen, eenvijfde van de wereldbevolking, moet leven van minder dan een dollar per dag terwijl er sinds de triomf van het `globale kapitalisme' weinig vooruitgang is geboekt. In Afrika, ten zuiden van de Sahara, bleef het deel van de bevolking dat van minder dan een dollar per dag moet rondkomen tussen 1987 en 1998 hardnekkig op 16 procent hangen. In Zuid-Azië daalde het percentage van de bevolking beneden de armoedegrens over dezelfde periode van 45 naar 40, maar door de sterke bevolkingsgroei in de regio kwamen er netto wel 50 miljoen armen bij. Rusland en veel van zijn voormalige satellieten zijn in economisch opzicht dolende. Het enige kapitalistische succes viel in deze periode in Oost-Azië, inclusief China, te bespeuren, waar het armoedepercentage daalde van 27 naar 15.

Wat ging er elders fout? De Soto: ,,Als kapitalistische remedies in het Westen werken maar in grote delen van de wereld niet, geven westerlingen gemakkelijk aan de mensen in de Derde Wereld de schuld. Ze zouden door de koloniale erfenis verlamd zijn, een laag IQ hebben of aan een gebrek aan ondernemerschap lijden.'' Hij noemt dat onzin. In het geval van ondernemerschap zelfs duidelijk zichtbare onzin. In het pre-Colombiaanse Latijns Amerika wemelde het van de markten. Die van Tenochtitlan in Centraal-Mexico werd door tekenaars van Hernan Cortes vastgelegd. Op dezelfde plek in het huidige Mexico-Stad werken naar schatting 150.000 straathandelaren. Ze bestrijken elk gemiddeld anderhalve meter trottoir. ,,Zou je ze op een rij zetten dan krijg je een verkopersslang van 225 kilometer.''

Aan energie ontbreekt het de Derde Wereld niet. De Soto vertelt hoe hij tijdens zijn talrijke taxiritten van en naar Lima-airport de gestage evolutie zag van de spontane, illegale, menselijke nederzettingen aan de zanderige stadsrand. Eerst hutjes van stro en karton, toen met daken van golfplaatijzer, vervolgens betonnen muren, toen televisies en antennes, en ten slotte auto's en trucks.

Zulke taferelen zie je bijna overal ter wereld, zegt hij. ,,Zelfs in de armste landen sparen veel armen en scheppen zij bezit.''

Met een team van zijn eigen instituut in Lima, het Instituut voor Vrijheid en Democratie, en geholpen door een aantal buitenlandse wetenschappelijke instellingen, probeerde hij de waarde van die besparingen en bezittingen te schatten. Zijn conclusie: de waarde van dat grotendeels informele bezit in de Derde Wereld en het voormalige Oostblok is reusachtig. Hij en zijn medewerkers kwamen globaal uit op 9.300 miljard dollar, ongeveer tweemaal de hoeveelheid geld die in het rijke Amerika in omloop is.

De omvang van dit reusachtige `armenbezit' wordt volgens hem schromelijk onderschat door mensen met onvoldoende kennis of door degenen die uitsluitend misère willen zien.

Maar waarom leidt dat bezit ondanks de weg van het kapitalisme dan in tweederde van de wereld nauwelijks of niet tot duidelijke economische vooruitgang? Omdat er volgens De Soto in die landen een vitaal element ontbreekt, namelijk het vermogen om kapitaal te produceren. Dat vermogen is de kern van elke serieuze ontwikkeling, maar dat gemis wordt vaak over het hoofd gezien, of – zoals in het Westen – als vanzelfsprekend aanwezig beschouwd.

De Soto legt uit: ,,De rijkdommen die de mensen in de Derde Wereld bezitten, hebben een onvolledige vorm: huizen zijn gebouwd op grond waarvan de eigendomsrechten niet goed zijn vastgelegd, bedrijfjes zijn niet wettelijk geregistreerd, de aansprakelijkheid is niet geregeld en industrieën zitten op plaatsen waar financiers en investeerders ze niet kunnen zien. Omdat de rechten op deze bezittingen niet duidelijk zijn vastgelegd, kunnen ze niet zomaar in kapitaal worden omgezet, niet worden verhandeld buiten de plaatselijke kring van mensen die elkaar kennen en vertrouwen, niet als onderpand voor een lening dienen of gebruikt worden als investering.''

Dat is de feitelijke situatie in deze informele, buiten de wetten opererende sectoren. Volgens ontwikkelingsexperts beslaan die sectoren eenderde van de voormalige Oostblok-economie, de helft van de doorsnee ontwikkelingslanden en driekwart van de armste landen.

In het Westen is alle bezit in eigendomsaktes beschreven. Door deze beschrijving, zegt De Soto, kan bezit als het ware een virtueel leven leiden parallel naast het materiële bestaan. Bezit kan als onderpand dienen. Zo is in de Verenigde Staten een hypotheek op het huis van een ondernemer de belangrijkste financieringsbron van nieuwe ondernemingen.

De Soto: ,,Dit beschreven bezit legt tegelijk een verbinding met het kredietverleden van de eigenaar, is een zeker adres voor het innen van schulden en belastingen, en vormt de basis voor het aangaan van leningen die weer kunnen worden doorverkocht.'' Kortom, het Westen brengt door dit beschrijvingsproces bezit tot leven, schept `multiplier'-effecten en genereert daardoor kapitaal dat onmisbaar is voor economische groei. De Soto: ,,Het drama van de stagnerende Derde Wereld en de voormalige Oostblok-landen is dat zij beschikken over een gigantische hoeveelheid niet-beschreven bezit en dat betekent goeddeels dood bezit of kapitaal.''

Waarom wordt dat bezit dan niet onmiddellijk bescheven en daarmee productief gemaakt? Wat zijn de hindernissen?

Om dat uit te zoeken deden medewerkers van De Soto een poging om in een buitenwijk van Lima een textielatelier op te zetten. Ze slaagden daarin pas na 289 werkdagen lang formulieren invullen, reizen, wachten en af en toe functionarissen (financieel) aansporen. Hun totale kosten bedroegen 1.231 dollar, ofwel 31 maal het minimummaandloon. Het duurde vervolgens nog acht jaar en 11 maanden om een verguning te krijgen om grond van de overheid te kopen en daarop een bedrijfsgebouwtje te zetten, waarbij 207 administratieve stappen moesten worden gedaan bij 52 overheidskantoren. En Peru is in de wereld eerder regel dan uitzondering.

In de Filippijnen kost het verkrijgen van vergunning om een huis op overheidsgrond neer te zetten minimaal dertien jaar, waarbij 168 stappen nodig zijn bij 53 overheidsinstellingen. In Egypte komt de legale aspirantbouwer uit op 5 tot 14 jaar om 77 bureaucratische procedures te doorlopen bij 31 instanties.

De Soto: ,,Het is duidelijk dat mensen en ondernemers in deze landen niet zozeer de wet breken, alswel door de wet worden gebroken, om die vervolgens te mijden en buiten het systeem te gaan werken. Met alle productieve remmingen van dien.''

De Peruaanse onderzoeker verdiepte zich ook in de vraag hoe deze reusachtige hindernis kan worden opgeruimd. ,,Dat is alleen mogelijk als zo'n project breed wordt gedragen door de politiek, door een regeringsleider en de meerderheid van het parlement'', vertelt De Soto, die weet waarover hij praat. Van 1990 tot 1995 was zijn instituut onder de toen nog constructieve president Fujimori belast met het versneld verstrekken van ruim een kwart miljoen eigendomsbewijzen – eigendom van grond.

Zit de politiek eenmaal op de juiste lijn, dan moeten vervolgens nog ten minste drie zaken goed worden geregeld. Ten eerste moet bij legalisering worden uitgegaan van de bestaande informele eigendomssituaties, wat in de praktijk vergt dat er sprake moet zijn van democratie, participatie en het vermogen het gezichtspunt van de armen te volgen. Zoals in 1862 in de VS gebeurde toen daar miljoenen `illegale landbezetters' op slag via de Homestead Act eigenaar van hun grond werden.

Ten tweede moet de maatschappelijke elite tot samenwerking worden bewogen door haar uit te leggen dat het om een uitgesproken win-win-situatie gaat. En ten slotte moet de bureaucratie worden aangepakt die om een veelheid van redenen, van pure behoudzucht tot economisch gewin (corruptie), verandering tegenwerkt.

Hernando de Soto's nieuwste boek wordt door vooraanstaande Amerikaanse wetenschappers als Samuel Huntington en Richard Pipes geprezen om zijn krachtige argumentatie en tegelijkertijd gekritiseerd, omdat hij van het `eigendomsrecht' hét grote obstakel tegen economische ontwikkeling heeft gemaakt. Terwijl het ontwikkelingsvraagstuk volgens deze critici een breder en algemeen cultureel probleem is.

Hernando De Soto geeft dat laatste zonder meer toe. ,,Mijn aanpak is eerder gericht op het overtuigen van politici dan van wetenschappers'', zegt hij. ,,Ik besef dat ik een `single-bullet'-argument heb gelanceerd. Maar mijn critici erkennen op hun beurt dat het een verdomd sterk en tot nu toe ernstig verwaarloosd argument is.''

Hernando de Soto, Het mysterie van het kapitaal (vert.), Spectrum, ISBN 90227472750