Bush bezoekt en verbaast Spanjaarden

De Amerikaanse president George Bush is vandaag in Madrid begonnen aan zijn eerste Europese reis, die in totaal vijf dagen in beslag zal nemen.

Niet Londen, niet Parijs, niet Berlijn maar Madrid. President George W. Bush zocht Spanje uit als aanlandingspunt voor zijn eerste rondreis in Europa. Na van haar verbazing te zijn bekomen over dit onverwachte presentje stak de regering-Aznar haar tevredenheid de afgelopen dagen niet onder stoelen of banken. Spanje telt weer mee in de wereld, zo liet zich de boodschap samenvatten die via de staatstelevisie en de regeringsgezinde kranten werd verspreid.

Bush komt uit het zuiden, zo laten de media niet na te vermelden, kent de Latijnse cultuur en spreekt een woordje Spaans. Zij het met gebreken. De president verontschuldigde zich daar gisteren bij voorbaat voor in een Spaans gesproken zinnetje voor de Spaanse televisie. Aznar duidde hij daarin abusievelijk aan als ,,Anzar''.

De aankomst van Bush in Madrid verliep vanochtend zonder noemenswaardige incidenten. Een politiemacht van 1.200 Spaanse en Amerikaanse agenten droeg zorg voor de veiligheid van de president. In het programma was daarbij een confrontatie met demonstranten vrijwel onmogelijk gemaakt. Na ontmoetingen met koning Juan Carlos en premier Aznar vertrekt Bush morgenochtend naar Brussel.

So far so good. Maar waarom Spanje? In een vraaggesprek met het conservatieve dagblad Abc noemde Bush premier Aznar ,,een van Europa's jonge en briljante leiders'', maar bleef verder vaagjes over de reden van zijn bezoek. Critici van de Spaanse regering zeiden villein dat de Air Force One waarschijnlijk bijgetankt moest worden. Desgevraagd zei een voorlichter van de VS-ambassade in Madrid dat het een ,,geografische keuze'' betrof: Bush wilde beneden in Europa beginnen en vandaar langzaam naar boven gaan.

Er zijn meer redenen te bedenken. Met uitzondering van de Italiaanse premier Berlusconi, die voorlopig maar liever gemeden wordt, is Aznar de enige conservatieve premier van enig gewicht in Europa. In Spaanse kranten is gesuggereerd dat Bush naast de traditionele Britse ook de Spaanse steun zoekt op defensiegebied, nu de nieuwe militaire plannen van zijn regering op weerstand in Parijs en Berlijn stuiten. [Vervolg BUSH: pagina 5]

BUSH

Aznar kan het bezoek goed gebruiken

[Vervolg van pagina 1] Spanje wil graag dat de Amerikaanse marinebasis van de Zesde Vloot in het zuidelijke Rota, samen met de haven van Valencia, een zwaarder militair gewicht krijgt. Ook speelt de hoop dat de kwakkelende werven in Cádiz meer opdrachten krijgen en heeft Spanje wat vliegtuigen voor de Amerikaanse kustwacht in de aanbieding.

Afgezien van dit zakelijke element lijkt Bush met zijn keuze andermaal het belang te onderstrepen dat hij hecht aan banden met Latijns -Amerika. Het eerste internationale bezoek aan de recent gekozen president Fox van Mexico was daar reeds een signaal van. Spanje groeide de laatste vijf jaar uit tot de grootste investeerder na de VS in Latijns-Amerika, waarbij ironisch genoeg veel bezittingen werden overgenomen van Amerikaanse bedrijven die het somber inzien met de toekomst van hun zuiderburen. De regering-Bush wil de Amerikaanse economische en politieke invloed hier weer versterken en Spanje kan daarbij van nut zijn, zo is de gedachte. Bij het verder uitbreiden van de vrijhandelszone met de VS en Latijns-Amerika bijvoorbeeld.

Van zijn kant laat de Spaanse premier zich de belangstelling graag aanleunen. Aznar hamert er de laatste tijd met regelmaat op dat Spanje niet de internationale rol toekomt die het op basis van zijn economische presentie zou toekomen. De premier heeft reeds gesuggereerd dat Spanje maar moet toetreden tot het overleg van de meest geïndustrialiseerde landen. Ook presenteerde de Spaanse diplomatie zich het afgelopen jaar als de meest aangewezen onderhandelaar in het Midden-Oosten conflict. In beide gevallen zonder veel resultaat. Op Europees vlak roept de Spaanse houding eerder een groeiende weerstand op. Vooral de Duitse bondskanselier Schröder ergerde zich aan Aznar, na diens dreigementen om dwars te gaan liggen bij de uitbreiding van de EU en het aanhoudende geklaag dat de structurele steunfondsen ook in de toekomst gegarandeerd moesten blijven. Zo sterk is de economie van Spanje kennelijk ook niet dat het de lasten van de uitbreiding kan bekostigen, zo werd fijntjes opgemerkt door de netto-betalers aan de EU.

Een steuntje in de rug kan Aznar dus wel gebruiken, zeker gezien het nakende voorzitterschap van de EU in de eerste helft van 2002, en een bezoek van de Amerikaanse president leent zich daar uitstekend voor. Wat nu overigens niet betekent dat de beide regeringsleiders het ook op alle punten van harte eens zijn. De doodstraf is ook bij conservatief Spanje geen zaak die de handen op elkaar brengt. In het Latijns Amerikaanse dossier stoort Spanje zich vooral aan de wet Helms Burton die de Spaanse investeringen in Cuba bedreigt. In de bemiddeling in het Midden-Oosten toont Spanje zich aanzienlijk meer pro-Palestijns dan in Washington gebruikelijk is. Het blijft evenwel een lappendeken van initiatieven waar geen duidelijk patroon in valt te ontdekken. Aznar wil Spanje een grotere rol laten spelen in de wereld. De vraag blijft vooralsnog welke rol dit precies moet zijn.