Bedrijven Zimbabwe in knel door veteranen

Buitenlandse ondernemingen in Zimbabwe zitten in de problemen, omdat de regering weinig doet aan de voortdurende afpersingspraktijken door `oorlogsveteranen'.

De Philips-topman in Zimbabwe, Kenzias Chibota, ontvangt wel. Ofschoon het hoofdkantoor in Amsterdam staat op centrale voorlichting vanuit Nederland kan deze directeur van Philips in Zimbabwe vanuit zijn achtergrond van Zimbabweaanse gastvrijheid een bezoeker niet de deur wijzen. Maar hij volstaat met een ,,alles is hier gelukkig weer normaal''.

De rust is weergekeerd bij Philips in Zimbabwe. Voorlopig. De afgelopen weken was het elektronicabedrijf een van de vele doelwitten van intimidatie door zogeheten oorlogsveteranen, die onder het mom van het `oplossen van arbeidsconflicten' concerns geld afhandig wisten te maken. De chief executive officer van Philips in Harare mag niets zeggen en werknemers willen alleen buiten kantooruren praten.

Na werktijd praat een technicus van Philips over zijn angsten en frustraties. ,,We stonden doodsangsten uit'', zegt hij, ,,en ik weet niet of ze (de oorlogsveteranen) niet terug zullen komen. Misschien had ons bedrijf hun toch iets moeten geven om later erger te voorkomen.''

De acties zijn bij Philips en andere bedrijven hard aangekomen. De anarchistische aard van de aanvallen en de aanvankelijke weigering van de regering om er tegen op te treden heeft de ondernemingen geschokt. De veteranen – een titel ontleend aan hun aandeel in de onafhankelijkheidsoorlog van de jaren zeventig – kwamen in horden naar de poorten van ondernemingen om zogenaamd voor eerder ontslagen of afgevloeide werknemers op te komen. Deze opgespoorde ex-werknemers werd door de veteranen beloofd dat ze het management wel even mores zouden leren. De methodes die de veteranen gebruikten waren niet mals: managers werden bedreigd, sommigen ontvoerd, loyale werknemers in elkaar geslagen.

Philips weigerde op de chantage in te gaan en zei dat een groep werknemers die vorig was ontslagen volgens de normale procedures was afgevloeid. Dankzij bemiddeling van de gematigde minister van Binnenlandse Zaken, John Nkomo, wist Philips de veteranen van zich af te schudden. Andere concerns waren minder gelukkig en moesten diep in de buidel tasten of de deuren sluiten. Zoals de Deense kauwgomfabrikant Dandy (maker van onder andere Stimorol), die zijn personeel tijdelijk naar huis stuurde. Van het geld dat de veteranen `ophaalden', staken ze een aanzienlijk deel als `belasting' in eigen zak.

De achterliggende gedachte van de `bemiddeling' was van politieke aard. De regerende ZANU-PF partij van president Robert Mugabe is zo impopulair dat zij dreigt de greep op het land te verliezen. Op het platteland zetten de veteranen daarom, met goedkeuring van, dan wel in opdracht van Mugabe, sinds vorig jaar vanuit een maoïstische invalshoek een terreurgolf in gang. Dit jaar begonnen ze de steden te `bewerken'. Niet alleen bedrijven moesten het ontgelden, ook buitenlandse hulporganisaties en stichtingen, ambassades en Westerlingen die de oppositie zouden steunen werden aangevallen.

Minister Nkomo wist uiteindelijk Mugabe en de veteranen ervan te overtuigen dat bij voorzetting van de campagne een sociaal-economische catastrofe dreigde. De acties in de steden zijn nu door de veteranen opgeschort, op het platteland gaat de vorig jaar begonnen bezetting van een groot aantal boerderijen in blank eigendom onverminderd voort. De minister van Sociale Zaken, Nkosasana Moyo (een van de weinige vakministers in het kabinet-Mugabe) stapte uit frustratie over de politisering van de economie uit het kabinet.

De schade aan de toch al zwakke economie van Zimbabwe is enorm. Tussen januari en april daalden de buitenlandse investeringen ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar met 61 procent. Vorig jaar gingen 400 bedrijven dicht en kwamen 10.000 mensen op straat te staan als gevolg van de veteranenacties, bij een geschatte werkloosheid van 60 procent.

Voorlopig lijkt er geen einde te komen aan Zimbabwe's economische malheur. Een bedrijf als Philips kan weliswaar weer gewoon functioneren, maar de vestiging in Harare is gericht op de binnenlandse markt. Er is geen productielijn, het gaat om sales en marketing. En de markt krimpt, de koopkrachtige vraag wordt steeds kleiner. ,,We gaan langzaam naar beneden'', verzucht Chibota, ,,maar hopen dat het straks weer beter zal gaan.''