Zicht op licht

Enig idee welke lampen er precies in de koplampen van uw auto zitten? Zo niet, dan bent u waarschijnlijk in uitgebreid gezelschap. Toch komt daar langzaamaan verandering in. De afgelopen jaren is het steeds gebruikelijker dat een automobilist bij de vervanging van de verlichting om een specifiek merk en type vraagt.

De techniek en werking van autoverlichting maakt de laatste tijd een stormachtige ontwikkeling door. Deels als gevolg van modetrends, maar ook dankzij nieuwe vondsten die de veiligheid dienen. Een actueel voorbeeld van innovatie is de Xenon-lamp, die minder energie verbruikt, maar wel twee tot drie maal zoveel licht produceert. Met een bijna perfecte daglichtkleur, minder vermoeiend voor de ogen dus. Bovendien gaat zoiets levenslang mee.

Reken er maar op dat het binnen een jaar of vijf standaard in elke nieuwe auto zit. Nu is het (net als ABS en airbags in het verleden) helaas vaak een peperduur accessoire van zo'n tweeduizend gulden. Dat dure prijskaartje zit hem overigens niet alleen in de verlichting zelf. Om het verblinden van tegenliggers te voorkomen, eist de Europese wetgever namelijk dat de betreffende auto ook een volautomatische elektronische hoogteregeling op de koplampen heeft. Plus koplampreinigers, want vuil glas strooit het licht immers alsnog in de verkeerde richtingen rond.

Gelukkig zijn er ook betaalbare alternatieven. Maar hoe pak je dat als consument aan? De eerste leidraad: kies lampen van de grootste merken. De marktleiders zijn Philips en Osram. Al was het maar omdat de koplamp-unitfabrikanten bij wijze van spreken een team vormen met de lampenfabrieken. En de koplampen veelal ook rondom diezelfde merklampen ontwikkelen.

Zelf monteren? Dat is met een beetje handigheid best te doen, al zwijgt menig instructieboekje er (met een knipoog naar de dealeromzet?) in alle talen over. Een aantal details zijn belangrijk. Vervang de lampen bijvoorbeeld steeds per paar. De kwaliteit van de betere lampen is zo constant dat je bij één gesneuveld exemplaar bijna op de andere kunt wachten. Verrassingen zijn te voorkomen door de veelal opgegeven `verversingstermijn' van twee jaar aan te houden. Ook al omdat de lichtopbrengst aan het eind van een lamp-leven terugloopt.

Knapt onderweg onverhoeds toch een gloeidraad, sla dan niet al te haastig aan het doe-het-zelven. De werktemperatuur van het lampje loopt namelijk op tot zo'n 800 graden. Gloeiend heet dus. Raak om dezelfde reden nooit met blote vingers het glas van een lampje aan. De vingerafdrukken branden namelijk subiet op het glas in, wat de werking en levensduur aantast.

Maar goed, welke lamp kiezen we dan? Tien tegen één dat het een zogenaamde halogeenlamp moet zijn, maar daar bestaan talloze soorten van. Het instructieboekje, de verpakking van de lampen, de lettertjes op het oude lampje of advies van de vakman kunnen uitsluitsel geven. De kans is groot dat het een H1-, H4- of H7-lamptype wordt. De H4 is onder andere herkenbaar aan een tweetal gloeidraden (hij integreert dus groot- en dimlicht), de andere worden vaak in de nieuwste automobielgeneratie toegepast en hebben maar één zogenaamd filament. Let maar eens op: nieuwe automodellen hebben doorgaans gescheiden reflectoren voor dim- en grootlicht. Die dus elk hun eigen lampje hebben.

Weten we eenmaal welk soort het moet worden, dan rest de keuze voor een bepaalde uitvoering. Bij de grote merken vind je ongeveer hetzelfde assortiment. De meest populaire is een geheel nieuw type lamp dat tot ongeveer 50 procent meer lichtopbrengst heeft. Een paar maanden geleden had Philips de primeur met de Vision Plus lamp. Het effect is in de praktijk merkbaar, al moet je die claim van `de helft meer licht' wel met wat zout consumeren. Ook hun eigen standaard H4- en H7-verlichting zit namelijk al een procent of 30 boven gemiddeld. Dat neemt niet weg dat de nieuwe lamptechniek gewoon verder schijnt (tien tot twintig meter volgens de techneuten), een mooi afgebakende lichtkegel geeft en in lichtkleur ook nog naar daglicht neigt. Zo'n setje van twee lampen kost wél een paar tientjes meer dan de gangbare typen: rond de 50 gulden.

En dan zijn er nog kleurtjes. Zo zijn er geel getinte lampen (Allweather/Allseason) die het zicht bij slecht weer verbeteren en kun je bijvoorbeeld ook kiezen voor een blauwige lamp (Blue Vision/Cool Blue) die onder de halogeenlampen de daglichtkleur nog het meest benaderen. Maar zeker ook is ontwikkeld voor de liefhebbers, die daarmee tot zekere hoogte het effect van een Xenon-lamp nabootsen. Een modieus accentje...

Vergeet bij een vakantie richting Groot-Brittanië niet om de koplampen van speciale `taartpuntplakkertjes' te voorzien.Die speciale regen- en warmtebestendige folie is nodig omdat onze reflectoren zo zijn gemaakt dat ze extra ver in de berm schijnen, maar juist niet op de rijbaan van een tegenligger. Helaas is dat effect bij links rijden met een Nederlandse auto net verkeerd geregeld. Richt de lampen 's nachts maar eens op een muur, dan wordt dit meteen duidelijk.

Of u nu links of rechts rijdt, het is belangrijk dat de koplampen goed staan afgesteld en ook regelmatig worden schoongemaakt. In veel Europese landen is het verplicht een setje reservelampen in de auto te hebben liggen.