`Weinig nieuws in het NS-rooster'

Het nieuwe NS-dienstrooster zou sleur in het werk brengen van de gemiddelde NS'er en chaos op het spoor veroorzaken. Nu het er eenmaal is, lijken de gevolgen mee te vallen. Sommige machinisten hebben weinig nieuws kunnen ontdekken.

Met zijn armen over het vensterraam van de cabine rijdt machinist Go Stavenuiter langzaam het Centraal Station van Amsterdam binnen. ,,Prachtig toch', zegt hij. Hij wijst op de nieuwe appartementen aan de overkant van het water, de rode tenten van het Drum Rhytm Festival. De zon staat laag. Het is zaterdag, de laatste dag van het oude rooster bij NS. Even daarvoor heeft hij de herten en de oerossen aangewezen bij de Oostvaardersplassen en het `Libelle-perron' bij Almere. Dat is een noodperron (Almere Strand) dat is gebouwd voor de jaarlijkse bijeenkomst van de duizenden lezers van het weekblad Libelle.

Go Stavenuiter heeft blond stekelhaar, een gouden oorbel. Hij komt uit de bouw. ,,In zijn hart'' had hij dienstindeler willen worden bij NS, maar zijn vrouw was bang dat de werkdruk te hoog zou worden en hij chagrijnig. Machinist werd het, nu tweeënhalf jaar, na ruim twaalf jaar als conducteur te hebben gewerkt. Hij is lid van de vakbond, maar niet van de personeelscollectieven. ,,Ik ben niet zo'n spijker'', zegt hij. De sfeer in de koffiekamers is zaterdag gemoedelijk. De volgende dag is niet het belangrijkste onderwerp van gesprek. Het zijn de verhalen van elke dag die over tafel gaan. Wie kwam wie tegen, en over de haperende deuren aan de trein die Stavenuiter zojuist bereed. Veel galgenhumor, maar dat is eigenlijk altijd al het geval, zo zegt Stavenuiter.

Op zondag, de eerste dag van het nieuwe rooster, staat de trein van Enkhuizen naar Amsterdam van 16.08 uur te wachten op machinist Stavenuiter. De conducteur vertelt de groepsleider van 47 uitgelaten mensen met rode sjaaltjes om hun nek dat de veiligheidspapieren niet binnen zijn en dat ze daarom niet weg kunnen. Dat heeft te maken met het nieuwe rooster, zegt hij. ,,Nee toch'', zegt de een en als hij wegloopt, grimmig, ,,Leve de NS''. De conducteur zegt: ,,Als ik morgen in de spits in Amsterdam hetzelfde vertel, krijg ik een klap voor mijn kop.''

In de koffiekamer wacht Stavenuiter op zijn veiligheidspapieren. Dat is een formulier waarop staat waar werkzaamheden aan het spoor zijn. Hij is wel eens eerder zonder die papieren vertrokken, maar vandaag doet hij dat niet. ,,Die moeten ze eerst doorfaxen.'' In het handboek voor machinisten staat dat dat moet, maar de fax is al tijden stuk. Een manager belt, boos. De trein blijft staan.

Dan `passagiert' Stavenuiter met de volgende trein naar Amsterdam, om daar zijn dienst weer op te pakken. Dat kan met het nieuwe rooster. Hij heeft namelijk een uur de tijd om over te stappen. In het oude rooster had hij ook de volgende trein gemist. In de eerste klasse praat Stavenuiter met zijn `vaste conducteur' van die dag over de camping in Ermelo. Die staat daar met een vouwwagen. ,,Mooie toiletgebouwen daar'', zegt Stavenuiter. ,,Ja'', zegt de conducteur, ,,Lekker een beetje barbecuen.''

Van Amsterdam naar Alkmaar naar Hoorn, Almere-Buiten en terug naar Enkhuizen. Een rondje van 288 kilometer, 304 kilometer de dag daarvoor. Toen reed hij twee keer dezelfde route (Amsterdam-Lelystad en Amsterdam-Almere). Twee `rondjes om de kerk'. ,,Dit is veel leuker'', zegt Stavenuiter. Hij geeft aan dat tien juni meer een symbolische betekenis heeft. NS bouwde het aantal routes voor de meeste standplaatsen al af en de afwisseling zal de komende maanden nog veel minder worden.

Voor Stavenuiter betekent afwisseling in zijn werk dat hij zo nu en dan de skyline van Rotterdam kan zien. Of Dordrecht binnen mag rijden. Voor andere collega's betekent afwisseling de `slag' naar Arnhem. Daar mag je nog 140 km per uur rijden, ,,kunnen ze even lekker optrekken'', zegt Stavenuiter. Het zijn ,,de krenten in de wekelijkse sleur.''

Toch vindt Stavenuiter de onrust van de afgelopen maanden over het nieuwe rooster terecht. Hij somt de standplaatsen op: `Emmen' had alleen nog Zwolle. Daar hebben ze nu na veel gesprekken er toch nog een slag bij gekregen. `Hoorn' had elf routes, daar blijven er vijf van over, waarvan 90 procent op Den Haag. Door protesten hebben ze Arnhem gelukkig behouden. Dordrecht zijn ze kwijt, evenals Den Helder en Hoofddorp en andere lijnen.

Maar voor vooral zijn oudere collega's in de grote steden als Amsterdam is het pas echt erg, zegt hij. Die waren verwend met de meeste en mooiste routes. Toch zegt de jonge conducteur uit Amsterdam in Stavenuiters trein dat hij in zijn nieuwe rooster ,,weinig nieuwe dingen'' heeft kunnen ontdekken. Als hij weer weg is legt Stavenuiter het principe van het `korte broekenrooster' uit. In de grote steden rijden de oudgedienden de mooiste routes. Wie nieuw is rijdt tegenwoordig de eerste jaren alleen maar `rondjes rond de kerk'. Door de `procesvereenvoudiging' is die hierarchie niet meer uitvoerbaar.

De trein rijdt door de Zaanstreek. Hollandser kan het niet landschap niet worden: weilanden, kilometers ver. Dorpjes waar de kerktoren zich laat zien en tussendoor de perrons, met twee, drie wachtende mensen. Kinderen zwaaien naar de machinist. ,,Niet de meest spannende route'', zegt Stavenuiter.

In Hoorn zet hij zijn schaal nasi in de magnetron van de personeelskantine. Die ziet er uit als een clubhuis, het vaantje van de zeskamp aan de muur. Stavenuiter en zijn conducteur kijken naar de Formule I-races, het nieuws over de op dat moment zestig uitgevallen treinen boeit ze niet. Wekelijks vallen 25 treinen uit in Hoorn. Dagelijks 21 in Amsterdam door een tekort aan personeel. ,,Zestig is wel veel'', zegt de machinist. Als de pauze over is, vertrekt hij weer, richting Almere.