Liefst een solist

Rare jongens zijn het, die Amerikaanse basketballers. De meesten zijn groot, lang en zwart. Ze springen en dansen op een manier die voor een doorsnee mens onmogelijk is. Ze spelen de bal met hun handen als goochelaars en gedragen zich zowel binnen als buiten het speelveld als vreemde snuiters. Velen zijn basketballer, danser, rapper en showman tegelijk.

Het merendeel der zwarte spelers is opgegroeid in zwarte getto's. Daar hebben ze geleerd het spel met de bal te perfectioneren en in lijf-aan-lijf-gevechten te winnen. De meesten worden al vroeg ontdekt door alerte talentenjagers. Een zwarte jongen van een jaar of twaalf wordt niet alleen beoordeeld op talent, maar ook op zijn mogelijke fysieke ontwikkeling. Hoe lang kan hij worden, hoe groot kunnen zijn handen worden? Genetische erfenis speelt vaak een bepalende rol.

Kobe Bryant, nu 22 jaar en speler van de Los Angeles Lakers, is zo'n jongen die het talent niet van een vreemde heeft. Hij is een van de beste spelers van dit moment en wordt gezien als opvolger van de legendarische Michael Jordan. Zijn vader Joe `Jelly Bean' Bryant was een uitstekende basketballer die jarenlang uitblinker was in de Amerikaanse profcompetitie en even in de Italiaanse competitie.

Kobe (genoemd naar de naam van een biefstuk op een menukaart) leerde niet basketballen in het zwarte getto van een Amerikaanse stad, maar in Milaan, in de tuin. Familie uit Philadelphia stuurde hem videobanden van basketbalwedstrijden in Amerika. Kobe imiteerde de bewegingen en groeide zo uit tot een balartiest. 's Zomers verbleef het gezin in Philadelphia, waar Kobe aan de straatcompetitie meedeed en leerde omgaan met fysiek contact. Het was al snel duidelijk dat Kobe een hele goede basketballer zou worden.

Tussen zijn zesde en veertiende woonde Kobe in Italië. Terug in Amerika reisde hij met de basketbalclub van zijn vader mee door het land. In de pauze van de wedstrijden verzorgde hij – net als voetballer Maradona in zijn jeugd – oneman-basketbalshows. Tijdens de trainingen probeerde hij zijn vaders teamgenoten te verleiden tot één-tegen-één-wedstrijdjes. Kobe groeide op als basketballer, maar niet tussen de straatjongens. Kobe groeide op in weelde.

Nauwelijks achttien jaar was de solist, toen hij van de Los Angeles Lakers een contract kreeg aangeboden. Bij de club van Hollywood wilde hij, omringd door artiesten en pseudo-artiesten, wel spelen. Nog nooit was een jongen op zo jeugdige leeftijd professional geworden. Zijn familie verhuisde mee naar LA. Terwijl filmacteur Jack Nicholson aan de rand van het Staples Center tekeerging als een idioot, toonde Kobe Bryant zijn staaltjes van basketbalkunst. Showboat werd hij al gauw genoemd door zijn medespelers. Kobe Bryant was een egoïst, niet vreemd voor een jongen die zijn hele jeugd applaus kreeg voor zijn exhibitionistische spel.

Zijn grootste vijand was Shaquille O'Neal, de 2.16 meter lange en breedgeschouderde bulldozer die alle punten voor de Lakers voor zijn rekening wenst te nemen. Vorig jaar kwam Phil Jackson, de beste basketbalcoach aller tijden, naar de Lakers. Jackson smeedde van de Lakers een hecht team, wist Bryant te overtuigen van het nut van samenspel en van de noodzaak met O'Neal een koppel te vormen.

Zo werden de Lakers vorig jaar kampioen. Rijkeluiszoon Bryant en straatvechter O'Neal werkten zowaar samen! Hoe lang de twee ego's samen succes hebben, hangt af van hun ontwikkeling. Hoe lang duldt The Shaq Bryant naast zich? Hoe lang houdt Bryant het vol zijn grote, bijna in zijn eentje vervolmaakte talent in dienst te stellen van een team? Want wie als jongen aanbeden is als solist, wil altijd solist blijven.