Kabinet loopt in EU-nota om heikele punten heen

Het kabinet presenteerde vrijdag zijn visie op de toekomst van Europa. De betrokken bewindslieden proberen de nota in de publiciteit elk hun eigen stempel op te drukken.

Het kabinet is er in geslaagd, althans in eigen kring, de neuzen weer even in dezelfde richting te krijgen op een aantal hoofdpunten van het Europa-beleid. Zowel de PvdA als de VVD kan redelijk uit de weg met de vrijdag gepresenteerde nota `De toekomst van de Europese Unie'. Die bevat dan ook voor elk wat wils en laat een aantal heikele vragen onbeantwoord.

Over enige fundamentele punten, waarvoor Nederland zich al veel langer sterk maakt, waren de partijen het gauw eens. De rol van de Europese Commissie dient aanzienlijk te worden versterkt, het Europees Parlement moet meer bevoegdheden en een volledig budgetrecht krijgen, terwijl de Euro-Commissarissen meer verantwoording moeten afleggen aan het parlement.

Ook wenst Nederland, anders dan bij voorbeeld de Duitse bondskanselier Schröder wil, een zeer substantiële rol te behouden voor de Raad van Ministers. Die zou niet geheel overvleugeld mogen worden door de Europese Commissie. Voor een federalistisch Europa voelt Nederland niets.

Toch duurde het langer voor de notitie naar buiten kwam dan aanvankelijk de bedoeling was. Vooral de meest betrokken bewindslieden, Van Aartsen (Buitenlandse Zaken, VVD) en Benschop (Europese Zaken, PvdA), hechtten eraan om elk hun stempel op de nota te zetten.

Het was in dit verband veelzeggend dat beide heren vrijdag maar hadden afgezien van een gezamenlijke persconferentie om de Nederlandse bijdrage aan het debat over de toekomst van de EU te presenteren. In plaats daarvan gaven ze elk afzonderlijk enkele vraaggesprekken aan de media, waarbij ze uiteraard ongehinderd hun eigen lezing van de nota konden geven.

Dat deden ze dan ook naar hartelust. Benschop, die geldt als een vertrouweling van premier Kok, onderstreepte tegenover de Volkskrant dat het stuk ,,niet alleen ambitieus, maar ook realistisch'' is. Tevreden constateerde hij verder: ,,Als je kijkt naar de positie van Duitsland en België, is de overeenkomst met onze ideeën volstrekt helder.''

Van Aartsen daarentegen trok in een gesprek met NRC Handelsblad van leer tegen de zijns inziens dubbelhartige houding van de Duitse regering. ,,Ze belijden nu met de mond dat de Commissie versterkt moet worden en spreken van een Starke Exekutive, maar in Nice was ik teleurgesteld in de houding van Duitsland. Toen premier Kok daar met de Finnen als een leeuw vocht voor meer bevoegdheden voor de Commissie, sneuvelden die voorstellen allemaal. Ik heb toen een land als Duitsland gemist.''

Ook onderstreepte Van Aartsen dat het niet verstandig zou zijn om nu een debat te voeren over de uiteindelijke vorm die de Europese Unie zou moeten krijgen. Kalm aan, was zijn boodschap, laten we ons nu maar eerst eens op wat concrete punten richten. Dat is al moeilijk genoeg. De rest volgt later wel. Het woord `ambitie' nam hij geen keer in de mond.

Opmerkelijk is verder dat de nota met een grote boog heenloopt om de toekomst van het Europese landbouwbeleid en het Nederlandse standpunt ten aanzien van de structuurfondsen. Hierover zullen later nog aparte nota's volgen, zo heet het hier. Deze kwestie raakt echter nu juist het hart van de Europese Unie. Landbouw en structuurfondsen zijn thans samen goed voor zo'n tachtig procent van de uitgaven van de EU. De voorgenomen toetreding van twaalf nieuwe lidstaten uit Midden- en Oost-Europa dwingt de EU tot hervormingen op deze gebieden, omdat de kosten anders onhoudbaar hoog zouden worden.

Dit is echter ook een gevoelige kwestie binnen de Nederlandse coalitie. Moet het Europese landbouwbeleid weer meer terug naar de lidstaten, zoals Schröder heeft geopperd? De PvdA, en trouwens ook minister Brinkhorst (D66) zien weinig in deze suggestie, terwijl Van Aartsen zich onlangs in Zweden tegenover deze krant niet afkerig toonde van deze gedachte.

Over de wijze waarop de structuurfondsen hervormd moeten worden, zijn de ideeën evenmin weinig uitgekristalliseerd. Wel heerst in VVD-kring de opvatting dat het Nederland in geen geval miljarden extra per jaar mag gaan kosten. Kok en Benschop hebben zich wat dat betreft tot dusverre veel minder categorisch uitgelaten. Zij achten een hogere Nederlandse bijdrage eigenlijk onvermijdelijk.

Opgewekt stelt de Europa-notitie van het kabinet voorts dat Nederland en de Benelux-partners in het toekomstdebat gezamenlijk zullen optrekken. De vraag rijst echter hoever ze in dat verband zullen komen. Er gaapt immers een forse kloof tussen de terughoudende opstelling van iemand als Van Aartsen en de Belgische premier Verhofstadt, die vorige maand verklaarde dat het noodzakelijk was om het debat over het einddoel van Europa ,,in een hogere versnelling'' te brengen, omdat anders de weerstand tegen de uitbreiding van de EU zal toenemen. Tezelfder tijd liet Van Aartsen in een rede weten niets te voelen voor ,,verre perspectieven en politieke luchtkastelen''.

De notitie, die door zowel Van Aartsen als Kok werd gepresenteerd als de meest uitgewerkte bijdrage van welke EU-lidstaat dan ook aan het Europa-debat tot nu toe, blijft soms wel erg vrijblijvend. In een poging het democratische gehalte van de Europese instellingen te vergroten, suggereert het kabinet bij voorbeeld de voorzitter van de Europese Commissie rechtstreeks door de kiezers te laten kiezen. Er is echter zelfs niet het begin van een aanduiding hoe dit zou moeten gebeuren. Maar daarmee zitten Van Aartsen, Benschop en Kok niet in hun maag. Het illustreert immers hun goede bedoelingen ten aanzien van Europa, en daarmee is voor een politicus in Nederland al veel gewonnen.

TEKST EU-NOTITIE www.nrc.nl/denhaag