Ieren verwerpen Verdrag van Nice

De Ierse regering heeft het hele weekend kunnen nadenken over de afwijzing van het Verdrag van Nice door de kiezers en staat nu voor de zware opgave de gevolgen ervan voor Ierland en de Europese Unie uit te werken. Vandaag komen de Europese ministers van Buitenlandse Zaken bijeen om de verschillende opties door te nemen in de hoop dat de Europese Raad volgende week tijdens de top in Götenborg zal vaststellen hoe de kwestie juridisch en politiek verder moet worden afgewikkeld.

De opties variëren van de zwaarste mogelijkheid – helemaal afzien van het Verdrag van Nice en de hervormingen voor de uitbreiding van de EU – tot de lichtste mogelijkheid, waarbij wordt vastgesteld wat de afwijzing van het verdrag voor Ierland betekent en politieke afspraken worden gemaakt over controversiële kwesties, die dan in een nieuw referendum aan de bevolking zouden kunnen worden voorgelegd. Het vergt tijd om te komen tot een kalme en zorvuldige afweging waarbij volledig rekening wordt gehouden met de beslissing van de bevolking en de gevolgen ervan voor het internationale aanzien van Ierland.

Het was een ondubbelzinnige uitslag, ook al bedroeg de opkomst weinig meer dan een derde deel van het electoraat. De uitslag betekent scherpe kritiek op de regering, die voor het verdrag is. Ook duidelijk is dat de aanvoerders van de campagne tegen het verdrag consequent feller en overtuigender waren dan hun tegenstanders.

De regering heeft de uitslag aan zichzelf te wijten. Ze heeft geen effectieve campagne gevoerd en de mensen niet gemobiliseerd toen uit de tweede opiniepeiling van The Irish Times/MRBI, die op 2 juni werd gepubliceerd, en ook informeel bleek dat het referendum weleens kon worden verloren. De uitslag toont aan dat potentiële ja-stemmers in groten getale zijn thuisgebleven omdat ze niet waren gemobiliseerd of niet tevreden waren met de beschikbare informatie. De nee-stemmers zijn kennelijk met veel meer succes gemobiliseerd, terwijl ook voormalige voorstanders van EU-verdragen blijkbaar van mening zijn veranderd.

De hieruit voortvloeiende schade voor de Ierse internationale reputatie als een staat die zich constructief inzet voor Europese integratie en samenwerking, is aanzienlijk en zou weleens van lange duur kunnen zijn. De thuisblijvers en neestemmers hebben zich daarvan niet voldoende rekenschap gegeven. Deze vorm van kortzichtig egocentrisme schijnt te horen bij economische groei en toenemende welvaart. Het zal niet meevallen om het beeld van een electoraat dat alleen maar oog heeft voor veranderende materiële belangen, weer weg te nemen, zeker niet bij de staten die staan te dringen om tot de EU toe te treden en in Ierland tot nu toe een natuurlijke bondgenoot zagen. Maar de schade kan nog worden beperkt als de uitslag juist wordt beoordeeld. De uitslag houdt namelijk niet in dat het Verdrag van Nice in zijn geheel door Ierland of de veertien andere EU-lidstaten moet worden afgewezen – tenzij het soortgelijke afwijzingen elders zal stimuleren. De uitslag wijst eerder in de richting van een Ierse dan een paneuropese oplossing voor de controversiële punten. Uitbreiding zou moeten plaatsvinden binnen het kader van de structurele en institutionele hervormingen die in het verdrag zijn opgenomen.

De regering moet via onderhandelingen met haar partners en politieke dialoog met de kiezers met oplossingen komen voor de punten die de kiezers zorgen baren – de soevereiniteit, de democratische controle, de rechten van kleine staten, de militaire neutraliteit en andere zaken die in de campagne ter sprake zijn gekomen. De oplossingen moeten te zijner tijd bij een volgend referendum ter goedkeuring of afwijzing aan de bevolking worden voorgelegd als aanloop tot de komende cruciale discussie over de politieke en constitutionele toekomst van de uitgebreide Europese Unie, zodat het continent op een wettelijk geregelde wijze democratisch kan worden verenigd. Als die historische opgave met visie en overtuiging wordt gepresenteerd zal het Ierse volk positief op de boodschap reageren – mits de Ieren ervan overtuigd zijn dat hun belangen goed worden behartigd.