Een nette jongen in de hallen van de macht

Deze week behandelt de Tweede Kamer de wet die de nieuwe bevoegdheden (en naam) van de Binnenlandse Veiligheidsdienst regelt. Wie is Sybrand van Hulst, het huidige BVD-hoofd? Over een `nette jongen' die na een `wat ambtelijke opvoeding' via de politie de `heilige hallen van de Haagse macht' bereikte.

Nooit had Sybrand van Hulst zijn collega's laten merken dat hij een warm hart had voor het inlichtingenwerk. In het circuit van politiechefs kenden ze hem als modern politiemanager, de informele leider van de nieuwe generatie. Dat hij in 1997, plotseling, de overstap maakte naar de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) was alleen logisch als je wist wat zijn vader vroeger deed. Dat wist bijna niemand.

Sinterklaas werd Sybrand van Hulst senior bij de Inlichtingendienst Buitenland (IDB) genoemd, de in 1992 opgeheven `Hollandse CIA'. De bijnaam dankte vader Van Hulst, die eindigde als tweede man bij de IDB, aan zijn volle, witte baard. Na een loopbaan bij de politie in Indonesië en Nieuw Guinea wordt senior in de jaren zeventig bij de IDB op een centrale vertrouwenspositie geplaatst. Hij moet via de Nederlandse politie de antecedenten van kandidaatspionnen laten onderzoeken, schrijven Bob de Graaff en Cees Wiebes in Villa Maarheeze, de ongeautoriseerde biografie van de IDB.

Als dit boek najaar 1998 wordt gepresenteerd, in de Wassenaarse villa waar de IDB jarenlang kantoor hield, is ook BVD-chef Van Hulst present. ,,Hij wilde eindelijk eens zien waar zijn vader jaren had gewerkt'', zegt Wiebes. Vrienden van het BVD-hoofd die zijn vader ooit ontmoetten beschrijven de man als een plechtige, klassieke ambtenaar: in elke vezel ondergeschikt aan het gezag. Zijn zoon in Elsevier (1997): ,,Ook in karakter lijken wij op elkaar.''

Sybrand van Hulst (Singapore, 1947) weet als tiener al dat hij politieman wordt. Officieel is zijn vader bij de marechaussee. Hij heeft veel contacten met politiemensen. Sybrand, zijn oudste zoon, is daar zo door geïmponeerd dat een andere keuze nooit serieus speelt. Als hij zich in 1966 na de HBS inschrijft voor de politieacademie, vertelt hij later in een interviewbundel*, komt het niet bij hem op dat hij kan worden afgewezen. ,,Ik heb nooit de vraag gesteld: wat gebeurt er als je het niet wordt?''

Van Hulst heeft een ,,wat ambtelijke opvoeding'' gehad, zegt hij in de bundel. Jaargenoten herinneren zich een ,,stijve'' maar ook ,,blijmoedige jongen'', die in resultaten met kop en schouders boven de anderen uitsteekt. Die was 20 toen-ie geboren werd, zeggen collega-studenten onder mekaar. Kees van Dijk, ook een jaargenoot, nu directeur van het kwaliteitsbureau van de politie en een van Van Hulsts beste vrienden: ,,Sybrand was een ongelofelijk positieve vent maar oud voor zijn leeftijd. Zijn vader werkte lang in het buitenland, als oudste had hij vroeg de vaderrol gekregen.''

Pestkoppen hebben in hem een prettig doelwit: Sybrand vindt zichzelf te belangrijk. Criminoloog Cyrille Fijnaut, hij zat een jaar boven Van Hulst, weet nog dat koningin Juliana in 1967 de nieuwbouw in Apeldoorn komt openen. Eén student mag majesteit bloemen aanbieden, uiteraard Van Hulst. ,,Aandoenlijk hoe ernstig Sybrand dat nam'', zegt Fijnaut. ,,Een staatsopdracht.''

Het rauwe leven moet de knapste van de klas nog ontdekken. Als hij stage loopt, neemt een agent hem mee op kroegentocht om de jongste plannen in het milieu op te snuiven. Sybrand blijkt collega's te hebben die criminelen aanspreken alsof het hun broer is. In de bundel: ,,Die omgeving kénde ik helemaal niet.''

Na de opleiding gaat Van Hulst naar de rijkspolitie. Een korps met centrale aansturing, strakke hiërarchie en militaire traditie. Het ligt hem. ,,Zie hoe hij loopt en kijkt: het militaire spreekt hem aan'', zegt Joop de Wijs, oud-generaal van de rijkspolitie. ,,Je zag gelijk: die gaat verdraaid ver komen. Hij had vroeg het aureool van kroonprins.''

Van Hulst knoopt uitstekende relaties buiten het korps aan. Anne Geelof, in de jaren zeventig journalist van De Telegraaf, nu woordvoerder van de Rotterdamse politie: ,,Kei van een vent. Altijd te benaderen, volstrekt betrouwbaar en nooit benauwd om iets te zeggen.''

Piet Tieleman, later korpschef in Dordrecht, leerde hem destijds in die stad bij de verkeerspolitie kennen. ,,Sybrand is een blij, stralend mens. Zoals hij `kop op!' zegt zo hartelijk, daar kan niemand omheen.''

In 1970 trouwt Van Hulst met jeugdliefde Carry. Zijn jaargenoot Kees van Dijk is ceremoniemeester op het feest. ,,Ik kan me niet herinneren dat zijn familie die dag één practical joke met hem heeft uitgehaald.'' Het paar krijgt twee kinderen, een jongen en een meisje, en onder invloed van zijn vrouw ontwikkelt Van Hulst later belangstelling voor de antroposofische levenswijze. Ze hebben voorkeur voor biologisch voedsel en interesse voor alternatieve geneeswijzen, zegt oud-collega Bert Poelert. In de Hoeksche Waard, waar Piet Tieleman ook woont, zijn Van Hulst en echtgenote betrokken bij de oprichting van een Vrije School. Tieleman: ,,Sybrand en zijn vrouw zijn zeker geen volgelingen van Rudolf Steiner. Maar duidelijk is dat ze iets met het ideeëngoed hebben.'' Niet dat Sybrand er tuinbroeken van gaat dragen Tieleman ziet Van Hulst 's zaterdags geregeld in de supermarkt: ,,Corduroy broek, bruine brogues. Het blijft een nette jongen.''

De rijkspolitie staat bekend als een intellectueel luie omgeving, maar vanaf medio jaren zeventig bombardeert Van Hulst de leiding met plannen voor betere werkwijzen en minder bureaucratie. ,,Het was zo'n jongen'', zegt De Wijs, ,,die altijd ongeduldig was. Zijn drang was zó groot dat je standaard zei: Sybrand, eerst even koffie zetten?''

Hij trekt de aandacht van Den Haag. Als de latere BVD-chef Arthur Docters van Leeuwen op Binnenlandse Zaken in 1980 van minister Wiegel opdracht krijgt een bezuinigingsonderzoek naar de politie te doen, vraagt hij de jonge Van Hulst in de commissie. Van Hulst is bovendien VVD-lid, zegt zijn latere korpsbeheerder Cees Goekoop, ex-burgemeester van Leiden. ,,Hij wordt geconsulteerd door de partij, maar maakt er liever geen openbare zaak van.''

Goekoop leert Van Hulst kennen als korpschef van `Hollands Midden'. Dat nieuwe korps van 35 gemeenten stampt hij begin jaren negentig, na de reorganisatie van de politie, in de regio Leiden uit de grond. Een gevoelige operatie. Kleine gemeenten, en daar zijn er in deze regio veel van, vinden dat ze worden achtergesteld. ,,Sybrand gaf die burgemeesters zóveel aandacht dat hun kritiek vanzelf verstomde'', zegt Bert Poelert, destijds tweede man in Hollands Midden.

Met bestuurders kan hij beter overweg dan met dienders. Van Hulst probeert het personeel een wijgevoel bij te brengen door een filmpje te tonen waarin een orkest Ravels Boléro uitvoert. Poelert: ,,Je ziet een eenzame fluitist die het stuk opent, waarna zich één voor één andere muzikanten bij hem voegen.'' Het orkest komt langzaam tot wasdom, de muziek zwelt aan, het samenspel wordt subtieler: ,,Schitterend beeld om het belang van teambuilding te schetsen.''

Van Hulst is er zo content mee dat hij steeds opnieuw met de Boléro komt aanzetten als het korps bijeenkomt, zonder de verveling die hij oproept te registreren. Als hij ten slotte alle korpsleden de Boléro op cd cadeau doet, kunnen ze het in de korpsleiding niet laten hem een hint te geven. In Van Hulsts cadeaudoosje stoppen ze, zegt Poelert, op het laatste moment een cd van Eric Clapton, Unplugged. In het korps zelf wordt minder subtiel gereageerd. ,,Die cd'', zegt Harold Smit, destijds afdelingsvoorzitter van vakbond NPB, ,,is massaal weggeflikkerd.''

De relatie met het korps verslechtert door de manier waarop Van Hulst najaar 1995 stakingen afwijst. Hij laat stakers registreren en weigert ze uit te betalen. ,,Hij was keihard, hij vond het fijn om de baas te spelen'', zegt NPB'er Smit ,,Ook in een meer persoonlijke setting was het ijs niet te breken. Een gesprek met de benen op tafel? Ik zou niet hebben gedúrfd het voor te stellen.''

Intussen weet hij in de Haagse salons een voortreffelijke indruk te maken. In 1996 speelt de nasleep van de IRT-affaire. De Tweede Kamer eist dat korpschefs rouleren om een reprise van de affaire te voorkomen, maar het lukt het kabinet niet de carrousel in beweging te krijgen: een riskante status quo.

Totdat Van Hulst bereid blijkt zijn post op te geven om plaats te maken voor IRT-hoofdrolspeler Ries Straver, korpschef in Haarlem. ,,In tijden van crisis leer je je vrienden kennen'', zegt Straver. ,,Dat was echt grote klasse.'' Maar waarom? ,,Sybrand is een trouwe, loyale man'', zegt Ed. d'Hondt, destijds voorzitter van de korpsbeheerders. ,,Bij de rijkspolitie heeft hij geleerd dat eenheid in de troepen opoffering vergt. In de gemeentepolitie denken ze altijd eerst aan zichzelf. Maar hij gelooft in de gezamenlijkheid en liet iedereen zien: zo doe je dat.''

Zijn rechtschapenheid wordt allerminst beloond. Eerst wordt hem toegezegd dat hij chef kan worden van het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD), de erfgenaam van de rijkspolitie: zo komt de kroonprins toch op de troon. Maar Joop de Wijs, de zittende chef, is niet in deze manoeuvre gekend en zegt: ,,Hier doe ik niet aan mee.'' Korte tijd later komt `Rotterdam' vrij, zijn tweede keus, die hem in Den Haag van harte wordt gegund. Het is buiten Bram Peper gerekend. De burgemeester wil per se een niet-politieman als korpschef. De ultieme vernedering is dat Van Hulst niet voor een gesprek wordt uitgenodigd. ,,Hij zei: laat me in ieder geval méédoen'', zegt Poelert. ,,Maar hij werd niet in behandeling genomen.'' Tegenslag die Van Hulst, vertelt hij vrienden, moeiteloos achter zich laat. Zó gemakkelijk dat het mensen weer irriteert. ,,Zijn vrouw'', zegt Kees van Dijk, ,,roept wel eens: Sybrand, jij hebt te kórte tenen.''

Bij de BVD wordt hij in 1997 met open armen ontvangen, vertelt Nico van Helten, tot begin 1998 directeur Democratische rechtsorde bij de dienst. Na Docters van Leeuwen, die de dienst openheid en zelfvertrouwen heeft bijgebracht, is vice-admiraal Nico Buis BVD-baas geworden hij stapt al na anderhalf jaar op. ,,De vice-admiraal'', zegt Van Helten, ,,was gewend te commanderen. Dan is het een verademing iemand binnen te krijgen met rust, empathie en intellect.''

Ingewijden weten dat Van Hulst in de zomer van 1998 moet slikken als Bram Peper minister van Binnenlandse Zaken wordt. Behalve hun ongemakkelijke verleden speelt ook dat de BVD formateur Kok, na het gebruikelijke verzoek om inlichtingen, over Peper moet laten weten dat men beschikt over negatieve berichten inzake zijn declaraties, zoals blijkt uit het recentelijk verschenen boek Afrekenen met Peper. Van Hulst doet er na diens benoeming alles aan een goede relatie met Peper te krijgen, wat nooit echt lukt.

Intussen moet hij voor de dienst drie grote opdrachten volbrengen. Hij dient minister en Kamer ervan te overtuigen dat de BVD ruimere taken en bevoegdheden nodig heeft (waaronder herintroductie van de oude IDB-taak: het werven van buitenlandse inlichtingen); de wet die dit beschrijft door de Kamer te loodsen (de mondelinge afhandeling is deze week); en het management van de dienst te verjongen.

Het politieke werk gaat hem goed af. De nieuwe wet passeert de Kamer deze week vermoedelijk vrijwel ongeschonden (waardoor de BVD ook van naam verandert: Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst). ,,Sybrand geniet ervan om in machtskringen te verkeren'', verklaart Joop de Wijs. Hij heeft gevoel voor politieke subtiliteiten, zeggen ze op Binnenlandse Zaken. Hij kan de anti-integratie agenda van sommige moslims aan de orde stellen zonder minister Van Boxtel (integratie) tegen het hoofd te stoten. En de internationale kant van het werk vindt hij prachtig. ,,Reizen naar het soort landen waar zijn collega de oom van de koning is'', zegt Poelert. ,,Vanuit een limousine de rode loper op: daar kan hij jongensachtig plezier in hebben.''

Vragen zijn er of Sybrand van Hulst de zaken binnen de BVD op orde heeft. Want het gevaar van een frequent verblijf in de ,,heilige hallen van de Haagse macht'', zegt oud-BVD-directeur Van Helten, ,,is dat je te grote afstand van je eigen bedrijf krijgt''. Dat geldt temeer, denkt de oud-directeur, nu Van Hulst in het management van de dienst de laatste jaren alle ervaren BVD'ers heeft vervangen door jonge managers met weinig expertise in het werk. Van Helten: ,,Dit is het nieuwe managementdenken bij de overheid. Er schuilt het gevaar in dat je de continuïteit uit de organisatie haalt. Een risico waar Sybrand te makkelijk overheen is gestapt.''

Niettemin lijkt Sybrand van Hulst na vier jaar `klaar' bij de BVD en met 54 jaar erg jong om zijn tijd uit te zitten. Zijn vriend Daan van de Meeberg, voormalig tweede man van het KLPD: ,,In deze baan zal hij zijn pensioen niet halen.''

* Professie, macht en dienstbaarheid. 40 jaar politieleiding aan het woord. H. de Blouw e.a. Gouda Quint 1990