Een boze Amerikaanse jongen

Het schokkende aan de man die de bloedigste aanslag ooit op Amerikaanse bodem pleegde, is dat hij zo gewoon leek. Een gewone Amerikaanse jongen. Timothy McVeigh, die vanmiddag om twee uur Nederlandse tijd in de federale Terre Haute gevangenis, Indiana, met een dodelijke injectie zou worden geëxecuteerd, is door zijn psychiater beschreven als ,,niet boosaardig'' en ,,in essentie een idealistische jongeman'' die zijn woede en frustratie zolang had opgekropt dat het tot een ,,waarschijnlijk eenmalige'' uitbarsting kwam. ,,Persoonlijk mag ik McVeigh graag en ik stel me voor dat de meeste mensen hem aardig zouden vinden'', schreef Ted Kaczynski, de `Unabomber' die twee jaar doorbracht in dezelfde zwaarbeveiligde gevangenis als McVeigh. ,,Hij was verreweg de meest extraverte van alle gevangenen in ons cellenblok en had uitstekende sociale vaardigheden.''

De bomaanslag op 19 april 1995 op een federaal overheidsgebouw in Oklahoma City eiste 168 levens, waaronder die van 19 kinderen. McVeigh heeft volgehouden dat hij de aanslag in zijn eentje pleegde. Wel hielp zijn beste vriend Terry Nichols, die hij enkele jaren eerder in het leger had ontmoet, hem bij het mengen van de ruim drieduizend kilo aan explosieven. McVeigh vertelde een journalist dat hij een ander doelwit gekozen zou hebben als hij had geweten dat zich in het gebouw een kinderdagverblijf bevond. Maar dit was geen spijtbetuiging. McVeigh heeft nooit spijt gehad: de dood van de kinderen noemde hij collateral damage, bijkomende schade, in zijn privé-oorlog tegen de Amerikaanse overheid.

De bomaanslag had plaats precies twee jaar na de aanval door de federale politie op het kampement van de Branch Davidians-sekte in Waco, Texas, waarbij tachtig sekteleden om het leven kwamen. Een speciale gedragseenheid van de FBI, de federale politie, herkende het belang van de datum meteen en stelde een profiel van de dader op. Een blanke man van in de twintig, gediend in het leger, waarschijnlijk lid van een ultrarechtse militie, woedend op de federale overheid. En inderdaad, `Waco' bleek een keerpunt te zijn geweest in het leven van McVeigh.

Timothy McVeigh (33) groeide op in een lower middle class gezin in het provinciestadje Pendleton, New York. Op zijn zevende liet zijn opa hem voor het eerst een geweer vasthouden. Zijn ouders gingen uit elkaar toen hij elf was, Tim bleef bij zijn liefhebbende, maar afstandelijke vader wonen. Na de middelbare school en een blauwe maandag als veiligheidsbeambte ging hij in militaire dienst. Daar kon hij zijn hobbies uitleven: wapens en overlevingstechnieken.

Survivalism was zijn leven gaan beheersen na lezing van The Turner Diaries, een roman met een rechts-extremistische ondertoon over een vuurwapenfanaticus die het hoofdkantoor van de FBI in Washington opblaast uit protest tegen de nieuwe wet op vuurwapenbezit. Bij McVeigh had inmiddels de overtuiging postgevat dat niets belangrijker is dan persoonlijke vrijheid en het recht die naar eigen inzicht te verdedigen. Door te oefenen in de achtertuin en later op een speciaal daarvoor aangeschaft stuk land ontwikkelde McVeigh zich tot een uitmuntend schutter. ,,Timmy heeft een sterke wil'', zegt zijn vader in het zojuist verschenen boek American Terrorist: Timothy McVeigh & the Oklahoma City Bombing.

De Golfoorlog maakte een einde aan McVeighs snelle opkomst in het leger. Op het moment dat hij kans maakte toe te treden tot de Special Forces werd hij naar de Golf gestuurd. Hij ging met tegenzin: ,,Ik dacht dat het principe was dat we onszelf zouden verdedigen'' (inplaats van de Koeweiti's). McVeigh was schutter op een pantserwagen en werd gedecoreerd voor zijn rol in de oorlog. McVeigh schoot twee Irakezen dood, maar was daar niet trots op omdat hij niet uit zelfverdediging had gehandeld. Bij terugkeer naar de VS bleek hij lichamelijk te verzwakt te zijn om de toelatingstraining voor de Special Forces te voltooien. Teleurgesteld nam hij ontslag uit het leger. Hij merkte dat hij ondanks zijn medailles nog steeds onderaan de sociale ladder stond. Een blanke man in een tijd van politieke correctheid voelde hij zich, een slachtoffer van omgekeerde discriminatie.

Vanaf 1992 groeide de woede van McVeigh. Hij begon vuurwapenbeurzen af te reizen en sliep bij vrienden, onder wie Nichols, op de bank. Hij deelde pamfletten uit, schreef ingezonden brieven naar de lokale krant (,,Amerika is ernstig in verval''), bekogelde het televisietoestel zodra president Clinton in beeld verscheen. Hij raakte ervan overtuigd dat de VS en de VN samenspannen om de wereldmacht te grijpen. In het bloedbad in Waco meende McVeigh de arrogantie van de macht te herkennen. Hij besloot de overheid met gelijke munt terug te betalen.

Toch is het woord krankzinnig niet op McVeigh van toepassing, zegt psychiater John Smith. Hij is eigenlijk heel normaal. Vrienden bevestigen het beeld van de goedhartige, intelligente jongen die altijd bereid was met de afwas te helpen. Smith: ,,Aardige mensen kunnen vreselijke dingen doen.''

McVeigh heeft Amerika, dat in irrationale `schurkenstaten' gelooft, laten zien dat terrorisme ook van binnenuit kan komen. En dat er misschien wel honderden Timothy McVeighs zijn: gedesillusioneerde jonge mannen aan de rand van de samenleving, die onthecht zijn geraakt van hun familie en er door televisie en complottheorieën gevoede rechts-radicale ideeën op nahouden. In de reactionaire plattelandscultuur vinden ze een voedingsbodem voor hun `verzet' tegen de regering. Die ideologie van extreem doorgevoerde vrijheid ,,heeft diepe wortels in de Amerikaanse psyche'', aldus columnist Gary Kamiya in het internettijdschrift Salon.

McVeigh, die niet tegen zijn veroordeling in beroep is gegaan, droeg op de dag van de aanslag zijn favoriete T-shirt met een uitspraak van Thomas Jefferson: ,,De boom der vrijheid moet van tijd tot tijd worden gevoed met het bloed van patriotten en tirannen.''