Duits paviljoen op biennale bekroond

Duitsland heeft op de 49ste Biennale van Venetië de Gouden Leeuw voor het beste landenpaviljoen gekregen. Kort na de prijsuitreiking richtten bezoekers die lang in de rij hadden moeten staan wachten, vernielingen aan in het paviljoen.

De jury reikte de prijs afgelopen zaterdag, tijdens de officiële opening van de biennale die tot 6 november duurt, uit aan Gregor Schneider, de kunstenaar die het Duitse paviljoen omtoverde in een labyrint. Schneider bouwde het statige pand om tot een doolhof van morsige kamers en smalle gangen, waar je als bezoeker doorheen kunt kruipen. De belangstelling was de hele week al zo groot dat bezoekers uren in de rij moesten wachten voor ze naar binnen konden. Zaterdag was de rij nog langer. Enkele tot nu toe onbekend gebleven bezoekers werd het wachten te veel: eenmaal binnen reageerden ze hun agressie af op een aantal beelden door ze te vernielen er erop te urineren. De schade is inmiddels hersteld.

Nederland viel niet in de prijzen, al kreeg Tiong Ang wel een bijzondere vermelding voor zijn werk School uit 1999, een aandoenlijke video over een Indiase schoolklas, die op de hoofdtentoonstelling `Plateau of Humankind' te zien is.

De drie biennaleprijzen gingen naar Janet Cardiff en George Bures Miller uit Canada, Marisa Merz uit Italië en Pierre Huyghe uit Frankrijk. Merz (1925), op de hoofdtentoonstelling aanwezig met twee bescheiden beeldjes, werd door de jury geprezen als `een van de grootste visionaire kunstenaars van deze tijd'. Cardiff en Miller kregen de prijs voor hun theatrale video-installatie in het Canadese paviljoen en Huyghe voor zijn inrichting van het Franse paviljoen, waar hij met videobeelden en licht een indrukwekkende ervaringsruimte creëerde.

De `hoofdprijzen' werden aan uitsluitend westerse kunstenaars toegekend. Richard Serra — op de hoofdtentoonstelling in de Arsenale vertegenwoordigd met twee reusachtige, bloedstollende spiralen van staalplaat — en Cy Twombly kregen een Gouden Leeuw voor hun hele oeuvre. Bij de prijzen voor jonge kunstenaars was het multi-culturele karakter van deze 49ste biennale beter zichtbaar: naast de Amerikaan John Pilsen kregen ook Federico Herrero uit Costa Rica, Anri Sala uit Albanië en A1-53167 (de schuilnaam van kunstenaar Anibel Asdrubal Lopez Juarez) uit Guatemala een aanmoedigingsprijs.

Een duidelijk statement heeft de jury met deze prijstoekenning niet gemaakt. Zowel spektakel (Schneider, Cardiff/Miller) als ingetogenheid (Merz, Sala) werden beloond. Dat de helft van de bekroonde kunstenaars met video of nieuwe media werkt is opvallend, maar niet verrassend voor wie de afgelopen dagen op het biennale-terrein heeft rondgelopen. Want als er één ding duidelijk wordt op deze manifestatie, dan is het wel dat videokunst momenteel verreweg de populairste uitdrukkingsvorm is van hedendaagse kunstenaars.