Drum Rhythm met schaarse lichtpuntjes

Dansen om warm te blijven was het devies, op de kop van het gure Amsterdamse Java-eiland waar het Drum Rhythm Festival tijdelijk onderdak vond nu het Westergasfabriekterrein wordt gerenoveerd. Zo dicht bij bewoond gebied was het festival aan allerlei restricties gebonden: er mochten niet meer dan 5.000 mensen binnen de hekken, er was een avondklok en een geüniformeerde politiemacht handhaafde de Amsterdamse gedoogregels. Bewoners van het Java-eiland en de tegenoverliggende IJ-oevers kregen niettemin de nodige decibellen om de oren en de nog niet geopende Jan Schaefferbrug werd alvast officieus in gebruik genomen door bezoekers die weigerden om op de met grote regelmaat varende veerpont te wachten.

Ondanks kou en regen bood het betonnen plateau met vier grote circustenten de aanblik van een gemoedelijke dorpskermis, waar dansmuziek in alle soorten en maten kon worden geconsumeerd, zolang het maar niet te experimenteel werd. Op de matte vrijdag lag de nadruk op voortkabbelende designer-dance met milde jazzelementen van groepen als Speeka en Fertile Ground, zodat de tiende editie van Drum Rhythm aansloot bij de muziek waarmee North Sea Jazz sinds enkele jaren het rijpere poppubliek binnenhaalt. Tussen al dat waterige lounge-geneuzel zorgde alleen Basement Jaxx voor wat opwinding, mede dankzij de sambadanseres die gekleed in veren met haar heupen zwaaide bij een opwindende mengeling van disco, latin en house.

Drum Rhythm werd geplaagd door afzeggingen, onder meer van de rapgroep Outkast die de topattractie van de drukbezochte zaterdag had moeten zijn. Producer Kenny `Dope' Gonzalez van Masters At Work lokte drommen mensen naar de grote Helium-tent met wervende vrouwenstemmen, afkomstig van de plaatjes die hij zonder visuele meerwaarde afspeelde. De dictatuur van de machinale boemboem-beat werd doorbroken door rapper Rhazel van The Roots, die als een onvoorstelbaar kundige human beatbox allerlei draaitafel- en computergeluiden met mond- en keelklanken imiteerde. Rhazel was eigenlijk te goed om als opwarmer te dienen voor de snoeiharde computermuziek van Reprazent, die ziellozer dan ooit uit de laptops werd getoverd. De openbaring van het festival was de funkgroep Breakestra uit Los Angeles, die een hedendaags hiphopgevoel koppelde aan dampende soulmuziek in de traditie van James Brown en Sly Stone. Met trotse toeters en de vrolijk stonede zanger Mixmaster Wolf wekte Breakestra de indruk dat ze konden doorspelen tot ze er bij neervielen, een moment dat nog lang niet was aangebroken toen hun optreden moest worden afgekapt omdat de laatste veerboot aanmeerde.

De teleurstellende afzegging van soulvernieuwer King Britt werd zondag nauwelijks op een bevredigende manier gecompenseerd met een ingelast optreden van het jaren tachtig-fenomeen Cameo, bekend van de hit Word up, maar vooral van het vuurrode cod piece waarmee zanger Larry Blackmon ook nu nog opzichtig zijn kruis bedekt. Als komische act was Cameo heel even geslaagd, maar hun plastic kitschmuziek is niet meer van deze tijd. De landerigheid sloeg toe op de druilerige en dunbevolkte laatste festivaldag, ondanks schaarse lichtpuntjes van Zuco 103 met warme bossa-technova en de best aardige samplesoul van Hefner. Drum Rhythm telde ten minste één dag te veel, in het licht van de vele afzeggingen en het matige programma. De organisatie zou zich moeten afvragen of de overdaad aan onbekende en onbetekenende acts ten goede komt aan het hippe aura dat in de Westergasfabriek om het festival hing, en dat nu vervloog in de westenwind.

Drum Rhythm Festival. 8, 9 en 10/6 Java-eiland, Amsterdam.