Discussies bewaart LN voor later

Leefbaar Nederland is geen haven voor extreem-rechts, zo bleek tijdens het oprichtingscongres. Het partijprogram volgt nog.

Willem van Kooten, toch een gehard ondernemer, heeft er slecht van geslapen. ,,Hoe zullen ze georganiseerd zijn'', vraagt hij zich af, enkele minuten voordat in het Hilversumse theater Gooiland het eerste congres van Leefbaar Nederland begint. Van Kootens zorg geldt de drie extreem-rechtse heren, die van plan zijn hun royement door het bestuur van Leefbaar Nederland in oprichting, op het congres aan te vechten.

Het valt mee. Van de gevreesde knokploegen is geen sprake. P.M. Vrijlandt laat zich in opdracht van vergadervoorzitter en mede-oprichter Jan Nagel gewillig door een potige zaalwacht verwijderen, nadat hij op onbeheerste wijze het vergaderpresidium voor `fascisten' heeft uitgemaakt. Een ander extreem-rechts aspirant-lid, C.P. van Corstanje, die zich voor het bestuur kandidaat had gesteld, komt helemaal niet opdagen.

Slechts J.H. Boiten uit Lelystad bestrijdt op samenhangende wijze zijn royement, maar blijkt onder de ongeveer 250 stemgerechtigde leden nauwelijks op steun te kunnen rekenen. Heel even dreigt het debat nog een vlucht te nemen als Henk Bakker – een kleurrijke figuur uit Amsterdam-West die geenszins extreem-rechts is, maar wel laatst een hem onwelgevallige deelraadwethouder tegen de grond heeft geslagen – achter de interruptiemicrofoon plaatsneemt.

Maar Jan Nagel heeft de zaak vast in de hand en met een beroep op de tijd krijgt Bakker niet het woord. Mopperend over `elitaire bobo's' druipt hij af. Na de afhandeling van de royementen slaakt de rest van Leefbaar Nederland een zucht van verlichting. Jan Nagel maakt van de nood een deugd. Leefbaar Nederland, zegt hij, heeft definitief bewezen geen toevluchtsoord voor extreem-rechts te zijn.

Voor wie dan wel? Een summiere enquête leert dat de meesten der aanwezigen in twee categorieën kunnen worden onderverdeeld: leden van plaatselijke partijen, die wel voelen voor een overstap naar de landelijke politiek; en leden van gevestigde partijen als de PvdA en de VVD, wier politieke carrière is mislukt.

Het zijn vooral de laatsten die een plaats zoeken in het bestuur en de programmacommissie van Leefbaar Nederland, blijkt als het congres besluit dat dubbellidmaatschappen tussen Leefbaar Nederland en andere partijen ongewenst zijn, en kandidaten moeten verklaren of ze ook nog lid zijn van een andere partij. En het is ook opvallend dat na de verkiezing van de partijorganen – een eclatante overwinning voor de door het bestuur voorgedragen kandidaten – een derde van de congresgangers Leefbaar Nederland voor gezien houdt.

Partijprogramma, aanwijzing lijsttrekker, gewenst aantal Kamerzetels, actuele discussie – dat is allemaal voor later, decreteert de strenge vergadervoorzitter Nagel. Eén actuele motie slechts brengt hij in stemming: dat de verhoging van de staatssubsidie aan de politieke partijen in de Tweede Kamer niet mag doorgaan. Het debat, waarin Nagel de opgekomen vergadertijgers en ordedebaters kort houdt, gaat urenlang over reglementen en procedures.

Een hoogtepunt is de toespraak van mede-oprichter en leider van Leefbaar Utrecht, Henk Westbroek, die op snerende wijze de draak steekt met het politiek establishment in Den Haag, dat ,,uit de staatsruif eet, en bang is voor de mondige burger''. Dan zegt hij plots dat ,,het wel leuk zou zijn als Leefbaar Nederland een republikeinse partij wordt''.

Een vergissing – zeggen Nagel en andere kopstukken van LN achteraf: Westbroek wilde slechts voorstellen bij het aantreden van een nieuwe vorst het Nederlandse volk per referendum voor te leggen of het ,,nog een rondje verder wil met het Huis van Oranje''.