Brussel naarstig op zoek naar steun EU-burgers

De Europese Unie ziet in de Ierse afwijzing van het Verdrag van Nice een aansporing om `Europa' beter aan de burgers uit te leggen. Maar niemand weet nog hoe dat moet.

Europese burgers hebben weinig belangstelling voor de ontwikkeling van de Europese Unie. Na ieder referendum over een Europese kwestie en na iedere uitslag van verkiezingen voor het Europees Parlement klinkt deze zelfde constatering. Europese regeringen, de Europese Commissie en het Europees Parlement peinzen zich suf over een manier waarop hierin verandering kan worden gebracht.

De uitslag van het Ierse referendum over het Verdrag van Nice vorige week heeft de druk fors verhoogd om de besluitvorming in de EU voor de burgers begrijpelijker te maken. Bij een lage opkomst van ruim 32 procent wees de meerderheid van de Ierse kiezers het Verdrag van Nice af, dat de weg moet vrijmaken voor de oostwaartse uitbreiding van de EU. Het geldt alleen als alle vijftien EU-landen het ratificeren. De EU heeft de kandidaat-lidstaten beloofd dat dat voor eind 2002 is geregeld. De Zweedse premier Göran Persson en voorzitter Romano Prodi van de Europese Commissie zeiden in een verklaring dat de Ierse uitslag de noodzaak onderstreept ,,om meer inspanningen te doen om Europa aan de burgers uit te leggen''.

Hoe moet dat? Na dag en nacht voortgaande onderhandelingen achter gesloten deuren over het Verdrag van Nice erkenden de Europese regeringsleiders afgelopen december zelf dat het zo niet verder kan. Het resultaat van hun gemarchandeer over zaken als het stemgewicht van de lidstaten van de EU en het aantal Europarlementariërs per land is zelfs voor ingewijden moeilijk te doorgronden. Zo moet het niet meer, besloten de regeringsleiders met de lage opkomstcijfers van Europese verkiezingen in het achterhoofd.

Ze willen dat een breed Europees publiek bij onderhandelingen over een nieuw Verdrag van de EU in 2004 wordt betrokken. Op welke manier dat moet gebeuren wordt in december van dit jaar tijdens een Europese topbijeenkomst in het Brusselse Laken vastgelegd. Verwacht wordt dat de opstelling van die verklaring opnieuw heel wat gemarchandeer achter gesloten deuren van de Europese regeringsleiders zal vergen.

Europees commissaris Michel Barnier, die de hervorming van de Europese instituties in zijn portefeuille heeft, wil dat een conventie met vertegenwoordigers van het Europees Parlement, nationale parlementen en mogelijk ook vertegenwoordigers van de Europese regeringsleiders, onderhandelingen over een nieuw Europees verdrag voorbereidt. Op die manier zou in heel Europa een debat op gang komen.

Barnier wordt gesteund door onder anderen de Belgische premier Guy Verhofstadt, die gisteren zei dat de uitslag van het Ierse referendum ,,de noodzaak van fundamentele hervormingen toont''. Maar andere regeringsleiders, zoals de Franse premier Lionel Jospin, staan helemaal niet te trappelen om macht af te staan aan een conventie. Zo'n gezelschap kan met openbare debatten de regeringsleiders met standpunten confronteren die moeilijk terzijde geschoven kunnen worden.

Een hoge Nederlandse diplomaat denkt dat het voor het enthousiasmeren van de burgers zaak is om de juiste methode van public relations te vinden. Welke weet hij niet. De Europese Commissie nodigt sinds enkele maanden Europese burgers uit om per e-mail hun gedachten over Europa te melden. Dat heeft tot nu toe enkele honderden ongecoördineerde reacties opgeleverd. Wat daarmee verder moet gebeuren weet niemand.

In het besef dat het gebrek aan betrokkenheid van de Europese burgers een groot probleem vormt, hebben Europese politici zich er voor gehoed om het in Ierland gebruikte instrument van het referendum te kritiseren. Jammer, vond de Franse minister van Buitenlandse Zaken, Hubert Védrine, de uitslag van het Ierse referendum, ,,maar dat is de democratie''.

    • Ben van der Velden