`Bedrijven moeten meebetalen'

Staatssecretaris Bos nam vanmiddag een rapport in ontvangst over verlaging van de winstbelasting. ,,Nederland mag niet achter lopen'', aldus de PvdA-staatssecretaris.

De vennootschapsbelasting kan omlaag. Met vijf procent. Kosten? Ruim vijf miljard, deels door de overheid en deels door het bedrijfsleven zelf op te brengen. Begin dit jaar, bij de invoering van de belastingherziening, waren het vooral de huishoudens die profiteerden van de lastenverlichting van in totaal bijna 7 miljard gulden. Nu, krap een jaar voor de verkiezingen, komt een studiegroep onder leiding van oud-staatssecretaris Yvonne van Rooy met goed nieuws voor ondernemend Nederland. In het rapport Verbreding en verlichting staat dat een tariefsverlaging van vijf procent wenselijk is, met een lastenverlichting van tussen de 1,5 en 3,5 miljard gulden, afhankelijk van de gekozen variant.

Staatssecretaris Bos (Financiën) zegt verheugd te zijn met de analyse van Van Rooy. Vindt hij het, als staatssecretaris van PvdA-huize, niet lastig om een dergelijke fikse lastenverlichting voor het bedrijfsleven positief te ontvangen, zo vlak voor de verkiezingen? De staatssecretaris kijkt serieus en zegt dan: ,,Helemaal niet. Het is van begin af aan duidelijk geweest dat dit onderzoek deel zou uitmaken van een groter geheel, een nieuwe verkenning op fiscaal gebied. Het is aan de politieke partijen om een keuze te maken uit de alternatieven die Van Rooy schetst. Ook als het bedrijfsleven uiteindelijk bezwaren blijft houden tegen welke variant dan ook, moet je als politiek je eigen verantwoordelijkheid nemen. De keuzes liggen helder op tafel.''

Uit de analyse van Van Rooy blijkt dat Nederland, om een goede internationale concurrentiepositie te behouden, een tariefsverlaging van vijf procent op de vennootschapsbelasting nodig heeft. Wat vindt u daarvan?

,,Dit rapport laat duidelijk zien dat een forse verlaging van het tarief niet alleen met lastenverlichting gefinancierd kan worden. De effectieve druk (de belasting die feitelijk wordt betaald door bedrijven, red.) rechtvaardigt dat niet. Het bedrijfsleven zal hoe dan ook zelf mee moeten betalen aan een tariefsverlaging. Hoe groot het `gat' is dat er tussen de effectieve druk van Nederland en dat van andere Europese landen zit, is echter nog niet duidelijk. Het ene onderzoeksbureau zegt 5 procent, het andere houdt het op 1 tot 3 procent. Ik denk zelf dat dat laatste een realistischer beeld schetst.''

In het voorstel van Van Rooy profiteert de dienstensector het meest van de tariefsverlaging, terwijl met name het midden- en kleinbedrijf voor een groot deel van de financiering opdraait. Dat lijkt oneerlijk.

,,Er zit inderdaad een fikse onbalans in de voorstellen, maar dat kan ook bijna niet anders. De grote industriële ondernemingen dragen nu maar voor een klein deel bij aan de opbrengst van de venootschapsbelasting dus zij profiteren ook minder van een verlaging. Zij dragen een eventuele hogere energiebelasting af en hebben nadeel van het eventueel schrappen van subsidies. De vraag is hoe erg dat is. Er is in Nederland al jaren een discussie gaande of we de structuur van onze economie niet om zouden moeten gooien. Meer naar diensten en minder naar industrie. Als we de varianten van Van Rooij uit zouden voeren zoals die hier staan, maak je daar een begin mee.''

Het bedrijfsleven zal hoe dan ook mee moeten betalen aan een verlaging, maar de verdeling daarvan kan problematisch worden. Waarom voert u niet simpelweg een tariefsverlaging van 2,5 procent door, dan hoeft het bedrijfsleven helemaal niets zelf te betalen?

,,Alles kan, dus 2,5 procent ook. Maar het tariefprobleem is een apart probleem. Uit onderzoek is gebleken dat in twee stelsel met dezelfde effectieve druk, het stelsel met de lage tarieven en de brede grondslag beter scoort dan dat met hoge tarieven en een smalle grondslag. Daar komt bij dat deze analyse aantoont dat een verlaging van vijf procent kennelijk noodzakelijk is. Als je dan maar de helft doet, zal de druk om verder naar beneden te gaan blijven. Zo werkt politiek.''

De opdracht van de studiegroep Van Rooij was een analyse te maken van de internationale concurrentiepositie van Nederland. Gaat het daarmee nu al mis?

,,Nee, en ik vind ook dat er op sommige plaatsen in het rapport iets te makkelijk wordt gezegd dat alle belastingen slecht zijn voor het vestigingsklimaat. Uit onderzoeken van Baker&McKensey en het Centraal Planbureau is onlangs gebleken dat in Europa nog geen sprake is van een race to the bottom (concurrentie op steeds lagere tarieven die de schatkist veel geld kost, red.). Maar feit dat die er nu niet is, betekent niet dat die er ook niet zal komen. Als je ziet dat Ierland de vennootschapsbelasting volgend jaar naar 12,5 procent verlaagt, dan kun je niet niets doen. Er is nooit een crisisgevoel, maar je moet wel alert blijven.''

Wakkert Nederland met de verlaging van de winstbelasting die `race to the bottom' juist niet aan?

,,Ik heb nooit gezegd dat Nederland voorop moet lopen met een tariefsverlaging, en dat zal ik ook nooit zeggen. Maar ik heb wel de verantwoordelijkheid om te zorgen dat Nederland niet achter loopt.''