Zwerfvuil

De discussie over het al of niet heffen van statiegeld op verpakkingen van bierblikjes en frisdrankflesjes leidt tot het sluiten van slappe convenanten. Minister Pronk wil paal en perk stellen aan de toenemende hoeveelheid zwerfvuil en de industrie verdedigt haar vrijheden onder het mom van dreigende omzetvermindering en haar concurrentiepositie.

Kort geleden stond in deze krant een paginagrote advertentie van de verpakkingsindustrie. Met een ruim gebaar en een van de tabakdealende collega's gepikte leus werd een warm pleidooi gehouden het probleem samen te gaan oplossen. Samen in dit soort context betekent: zonder bemoeizieke overheid.

Ik ben eens op dat zogenoemde zwerfvuil gaan letten. Het blijkt bij nader onderzoek gewoon een naam te hebben: Heineken. Hetzelfde is met een plastic flesje het geval: Coca-Cola. Een plastic wikkel heet Mars. Naam en adres zijn elke keer keurig vermeld, zwerfafval heeft dus een naam en meestal een bekende. Handig, het is dus geen zwerfafval maar gewoon troep van, bijvoorbeeld, meneer Heineken. Daarom wil ik hierbij een simpele oplossing aandragen aan minister Pronk. Maak die vervuilers gewoon verantwoordelijk. Dus geen onuitvoerbare statiegeldregeling maar gewoon jaarlijks een rekening sturen naar Heineken, Coca-Cola, Mars en al die andere afzenders, voor het opruimen van hun bedrijfsafval. Dan kunnen ze gewoon produceren en komt uiteindelijk de werkelijke prijs van hun product bij de consument terecht. Deze kan vervolgens kiezen tussen een pijpje of beugelfles met statiegeld of een duur blikje zonder. Snel verterende verpakkingen, die dus niet worden teruggevonden in de bermen, blijven vanzelfsprekend vrij van deze regeling. Zo komt er misschien wel weer een papieren wikkel om de Mars.