Wederopstanding 2

Dat een wetenschapper als Eduard J. Bomhoff zo vrijmoedig zijn onkunde en onbegrip etaleert m.b.t. de kwestie die C.A. ter Linden in deze krant van 14 april heeft aangesneden (over de noodzaak van een aanvullend-correctieve visie op bijbelverhalen, met name over de opstanding en hemelvaart van Jezus) is mij als oud-docent onbegrijpelijk.

Het is Bomhoff kennelijk helemaal ontgaan dat het Ter Linden er om ging (en gaat) aandacht te vragen voor het te lang verhulde feit dat inhoud én vorm, boodschap én `verpakking' van de bijbelse verhalen in een andere relatie tot elkaar staan dan de inhoud en berekening van de woorden enerzijds én de gebruikte beeldspraak annex de geschetste beelden anderzijds ons hier en nu suggereren. En dat – om thans de boodschap van allebei samen beter te kunnen begrijpen – we zijns inziens ,,de metaforen (dienen) te herkennen, die de schrijvers destijds als voertuig van hun boodschap kozen''. Anders zou Bomhoff zich niet onder meer beroepen op Augustinus `en andere heiligen' (zie Montaigne, Essays, Boek I, hoofdstuk 27).

Want ook daarin gaat het over iets heel anders dan wat Ter Linden bedoelde (en bedoelt).