`Versterk de positie van de Europese Commissie'

Evenals de Duitse bondkanselier Schröder bepleit het kabinet in een nieuwe Europa-notitie een versterking van de Europese Commissie. Minister Van Aartsen ergert zich echter aan de Duitsers. `Zij belijden het ook met de mond, maar daden en woorden moeten wel met elkaar kloppen.'

Het kabinet presenteerde zijn nieuwe ideeën over de toekomst van de Europese Unie gisteravond onder een ongunstig gesternte. Net wanneer minister Van Aartsen (VVD, Buitenlandse Zaken) de plannen in zijn werkkamer wil toelichten, krijgt hij een papier aangereikt. Het bevat de uitslagen van het Ierse referendum over het verdrag van Nice. Het gezicht van de bewindsman betrekt hierop: er blijken meer Ieren tegen dan voor het verdrag te hebben gestemd, waardoor de uitbreidingsplannen van de EU, die eind vorig jaar in Nice waren bekrachtigd, plotseling aanzienlijk vertraagd dreigen te worden.

,,Het Ierse probleem ligt er vanaf vandaag'', constateert Van Aartsen hierop mistroostig. ,,Het is duidelijk dat dit een blokkade betekent voor het in werking treden van het verdrag.''

De nieuwe Europa-notitie van het kabinet is bedoeld als de Nederlandse bijdrage aan een debat over de toekomst van de Europese Unie. Dat debat is sinds de Duitse bondskanselier Schröder zes weken geleden een pleidooi afstak voor een federaal Europa inmiddels in alle hevigheid losgebarsten. Zowel Van Aartsen als premier Kok verklaarde echter trots dat nog geen andere regering zo'n uitgewerkt concept had gepresenteerd als gisteren de Nederlandse.

Veel van de ideeën in de notitie waren overigens al bekend. Het kabinet pleit opnieuw krachtig voor een verdere versterking van de Europese Commissie. Van Aartsen heeft juist in dit verband kritiek op Duitsland, dat zich nu opwerpt als een groot voorstander van een machtige commissie.

Van Aartsen: ,,Ze belijden nu met de mond dat de commissie versterkt moet worden en spreken van een Starke Exekutive, maar in Nice was ik teleurgesteld in de houding van Duitsland. Toen premier Kok daar met de Finnen als een leeuw vocht voor meer bevoegdheden voor de commissie, sneuvelden die voorstellen allemaal. Ik heb toen een land als Duitsland gemist. De daden en woorden moeten wel met elkaar blijven kloppen. Als die te ver uit elkaar lopen, moeten we niet vreemd opkijken als er bij de burgers een zeker cynisme toeslaat.''

In tegenstelling tot Schröder wil het kabinet een zeer substantiële rol handhaven voor de Raad van Ministers, tot dusverre het machtigste orgaan binnen de EU. Een suggestie van PvdA-fractieleider Melkert om een speciale raad van vice-premiers voor Europese zaken te formeren, achtte het kabinet niet zinvol. Van Aartsen wijst erop dat er ook buiten Nederland eerder wordt gedacht aan een versterking van de Algemene Raad, waarin de ministers van Buitenlandse Zaken zitting hebben.

Tegelijkertijd vindt het kabinet dat het Europees Parlement meer macht dient te krijgen, in het bijzonder over de besteding van de EU-gelden. De Euro-commissarissen moeten bovendien meer verantwoording afleggen bij het parlement en de voorzitter van de Europese Commissie dient rechtstreeks door de bevolking te worden gekozen. Hoe dat laatste in de praktijk moet gebeuren, laat het kabinet overigens in het midden.

Geheel nieuw is het voorstel een speciale EU-functionaris aan te stellen voor de mensenrechten, naar analogie van de Nederlandse speciale ambassadeur voor de rechten van de mens. Het kabinet wenst voorts meer samenwerking op het gebied van het buitenlands en veiligheidsbeleid. Daarom moeten de bevoegdheden van de Hoge Vertegenwoordiger van de EU voor dit beleidsterrein, nu de Spanjaard Solana, worden uitgebreid.

Het kabinet onthoudt zich angstvallig van visies op de verre toekomst van de EU, met name op de vraag of Europa op den duur federaal moet worden of niet. ,,Zij (de regering) kiest niet voor een blauwdruk, voor een uitgewerkt plan dat de uiteindelijke, definitieve vorm van de Europese constitutie voorschrijft'', heet het in de notitie.

Van Aartsen onderschrijft deze formulering van ganser harte. Hij is niet bezorgd dat Nederland zich door zo'n afwachtende houding aan de zijlijn van Europa plaatst, zoals sommige critici betogen. ,,Zo'n federatie? Daar zijn we toch ongelooflijk ver vandaan. Dat is mijlenver van de Europese werkelijkheid. Het zou niet verstandig zijn om dat debat nu te voeren. Wij kiezen daarentegen in het kabinet voor een model van stapsgewijze hervormingen, waarmee we tot nu toe in de EU zeer succesvol zijn geweest.''

Wel moeten afspraken die in het verleden zijn gemaakt, worden nagekomen, betoogt de minister. ,,Als we met z'n allen zeggen dat het Europees Parlement meer bevoegdheden moet krijgen, laten we dat dan ook vooral doen. Woord en daad moeten dicht bij elkaar liggen. Willen we dat de Europese Commissie een motorfunctie vervult, laten we dat dan ook invullen.''

Ook ten aanzien van de voorgenomen uitbreiding van de EU met 12 nieuwe lidstaten uit Midden- en Oost-Europa, moet het eenmaal gegeven woord worden gehouden. Opnieuw steekt Nederland daarbij volgens hem in vergelijking tot Duitsland niet slecht af: ,,Wij zijn in elk geval geen remmende factor. Maar het valt me op dat zodra het op daden aankomt, de Duitse bondsregering komt aanzetten met lange overgangstermijnen in het vrije verkeer van personen.''