Van tandarts tot leraar

Nummer 14 van het Schooljournaal heeft als onderwerp het lerarentekort. Dit thema wordt geïllustreerd met een aantal portretjes van mensen uit andere sectoren die de overstap hebben gemaakt naar het onderwijs. Een van hen is de 48-jarige tandarts Frank Jansen. Hij vertelt dat hij er genoeg van had de hele dag op een vierkante meter door te brengen. Hij wilde mensen zien.

Uiteindelijk heeft Jansen een baan gevonden als leraar biologie op een school voor vmbo. Die school ligt niet direct om de hoek, dus er moet gereisd worden. Daarnaast volgt hij de tweedegraadsopleiding aan de Fontys hogeschool. Jansen: `Al die zaken vreten tijd. Terwijl ik me soms afvraag of wat ik voor mijn studie moet doen wel enige relevantie heeft voor mijn onderwijstaak. Ik zit nu bijvoorbeeld te knippen en te plakken op het internet, omdat ik een zoekkaart voor kamerplanten moet maken. Terwijl ik liever meer aandacht zou besteden aan de organisatie in mijn klassen of voor een innovatief aansprekend proefwerk.'

Het ministerie is er trots op dat zij met een aantal hogescholen afspraken heeft gemaakt over de scholing van zij-instromers. Het verhaal van Jansen illustreert dat dergelijke opleidingen alleen maar leiden tot weerzin en frustraties omdat ze nooit precies tegemoet kunnen komen aan de behoeften die de instromer op dat moment heeft. Veel verstandiger zou het dan ook zijn het geld en de regie inzake de scholing te leggen bij de scholen zelf. Die kunnen die afstemmen op de behoeften van betrokkene op dat moment, en voor zaken die de school niet zelf in huis heeft, kunnen deskundigen van elders worden ingehuurd. Bijvoorbeeld een medewerker van een lerarenopleiding of van een andere school. Uiteindelijk maken de meeste scholen deel uit van grotere besturen; die organisaties hebben dus heel wat deskundigheid in huis.

Terwijl het overal elders gewoon is dat organisaties het hier beschreven model van bij- en omscholing hanteren hebben we wat het onderwijs betreft de verantwoordelijkheid gelegd bij de opleidingen. Dat is vreemd, want het zijn juist de scholen zelf die belang hebben bij goede leraren. Die zullen dus nooit iemand laten knippen en plakken op internet als die problemen heeft met de organisatie in de klassen.

Wat een zij-instromer nodig heeft aan aanvullende kennis en vaardigheden is uiteraard afhankelijk van de opleiding die hij heeft gevolgd, het soort werk dat hij heeft gedaan en daarnaast ook van persoonlijke kwaliteiten. Maar daar komt nog wat bij. Scholen verschillen sterk van elkaar. Dat hangt niet alleen samen met schooltype, de leerlingenpopulatie en de plaats waar de school staat. Scholen zijn steeds meer in de gelegenheid om zich te profileren, om het onderwijs naar eigen inzicht in te richten. Meer of minder zelfstandig werken, meer of minder vakkenintegratie, etc. Zij-instromers moeten in de eerste plaats leren om goed te functioneren op de school waar ze werken. Dit is een reden te meer om de scholingstaak te leggen bij de school zelf.

Terwijl het beleid de mond vol heeft van autonomie en eigen verantwoordelijkheid plaatst datzelfde beleid scholen onder curatele voor wat betreft de scholing van nieuw personeel. Dit is erg omdat dit het werk voor zij-instromers als Jansen geheel onnodig minder aantrekkelijk maakt. En wie moeten de problemen oplossen als er geen zij-instromers meer komen? Inderdaad, de scholen zelf. En wie komt er dan voor de klas? Helemaal niemand. Ziedaar de winst van de onderwijsbureaucratie.

prick@nrc.nl