Toon moet gematigder in het asieldebat

Het is verwerpelijk dat politici in rijke landen asielzoekers, en de vele vluchtelingen onder hen, gebruiken als politieke boksbal voor hun eigen electorale ambities, vindt Ruud Lubbers.

Vroeger was ik politicus. Kortgeleden trad ik aan als Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor Vluchtelingen. Als premier had ik de verantwoordelijkheid voor de bevolking van Nederland. Als hoofd van UNHCR heb ik wereldwijd 21 miljoen mensen onder mijn hoede. De meesten van hen zijn vluchtelingen, maar bijna een miljoen zijn asielzoekers – mensen die vluchtelingen kunnen zijn, maar van wie de status nog niet is vastgesteld.

Hoewel ik een sterk juridisch mandaat heb om vluchtelingen te beschermen, heb ik geen macht om die bescherming af te dwingen. Daarvoor ben ik afhankelijk van de goede wil van de politieke leiders van de ruim 150 landen waar vluchtelingen en asielzoekers nu leven.

Maar na slechts vijf maanden op deze post zie ik dat de bereidheid om deze mensen te helpen ernstig afneemt. Ik maak me zorgen over de wijze waarop het politieke debat over asiel wordt gevoerd in een aantal geïndustrialiseerde landen – rijke landen, die het zich kunnen veroorloven vrijgeviger te zijn voor vluchtelingen.

In sommige landen waar het aantal asielzoekers de laatste jaren is toegenomen – zoals Zweden en Zwitserland – hebben politici desondanks de verleiding weerstaan om het vuur op te stoken met ophitsende retoriek. In andere landen is dit helaas niet het geval. Daar lijken bepaalde politici er op uit te zijn om asielzoekers, en de vele vluchtelingen onder hen, te gebruiken als een politieke boksbal voor hun eigen electorale ambities.

Asielzoekers zijn een thema geworden in verscheidene verkiezingscampagnes. Regeringen en oppositiepartijen proberen elkaar te overtroeven: wie stelt zich het hardst op tegen de `stortvloed' van `nep'-asielzoekers? In sommige landen – Australië, Oostenrijk, Denemarken, Italië en het Verenigd Koninkrijk bijvoorbeeld – lijkt het erop dat bepaalde politici en media de kwestie bewust proberen op te blazen.

Statistieken worden vaak gemanipuleerd, feiten worden uit hun verband gerukt, en asielzoekers worden voorgesteld als een verschrikkelijke bedreiging die uitgeschakeld moet worden.

Deze koers kwam men vroeger voornamelijk bij kleine extremistische groepen tegen. Maar tegenwoordig bepaalt hij de agenda van grotere politieke partijen. Politieke leiders staan onder druk omdat ze niet hard genoeg zouden optreden tegen de `hordes vreemdelingen' die aan de poorten rammelen. Hun antwoord is om het beleid en de wetten aan te scherpen en het voor alle buitenlanders moeilijker te maken om het land binnen te komen. Zo ontstaat een soort getallenspel, dat erop gericht is het aantal mensen dat hier aankomt tegen elke prijs terug te dringen.

Asielzoekers zijn een perfect doelwit voor mensen die niet willen terugvallen op het eeuwenoude vooroordeel tegen buitenlanders. Asielzoekers kunnen niets terugzeggen. `Illegaal', `nep', `stortvloed', `bedrog', `crimineel', `klaploper', `mensensmokkel' – dit zijn allemaal woorden die vaak in één adem worden genoemd met het begrip `asielzoeker'. Zulke woorden dringen druppelsgewijs door tot het publieke bewustzijn totdat ze een self-fulfilling prophecy worden. De `publieke opinie' die hierdoor ontstaat bevordert een klimaat waarin de roep om een restrictiever beleid wordt versterkt.

In sommige landen sluit men grote aantallen asielzoekers op, soms jarenlang. Ze worden in echte gevangenissen gestopt, temidden van echte criminelen, of worden stelselmatig in detentiecentra gedreven die een fortuin kosten. De asielzoekers krijgen dan de schuld voor de hoge kosten. Er zijn kinderen die in gevangenschap worden geboren.

Het komt voor dat gevangen asielzoekers in hongerstaking gaan of in opstand komen, waarop ze als herrieschoppers worden bestempeld. In landen waar uitkeringen onder het niveau liggen van wat sociaal aanvaardbaar is, zoeken sommige asielzoekers hun toevlucht tot de kleine misdaad, zoals winkeldiefstal, bedelen of prostitutie. Dit wordt dan buiten elke proportie in de publiciteit gebracht, waardoor de vicieuze cirkel van demonisering en criminalisering wordt voortgezet.

Ik ben onlangs in Iran en Pakistan geweest, landen die elk meer dan twee miljoen vluchtelingen herbergen, voornamelijk Afghanen. Het gaat om enorme aantallen mensen die in veel gevallen al bijna twee decennia in deze landen verblijven. In Pakistan bezocht ik het beruchte Jalozaikamp, waar duizenden Afghanen bij elkaar zijn gepropt in onmenselijke en ongezonde omstandigheden. Toen dit kamp op de tv-schermen in geïndustrialiseerde landen werd getoond, wekte dit – terecht – geschokte reacties, veroordeling en sympathie op.

Maar wat als binnen het jaar een van deze Afghanen uit Jalozai wordt gesnapt wanneer hij of zij een rijk land probeert te bereiken – verstopt onder een trein of in een lekkende vissersboot, of kruipend onder een prikkeldraadversperring? Deze persoon krijgt geen greintje sympathie meer en staat voortaan te boek als `nep-vluchteling' en `illegaal'.

Het viel me niet mee aan Pakistaanse ministers uit te leggen waarom zij mensen in Jalozai beter zouden moeten behandelen, terwijl sommige persoonlijkheden in veel rijkere industrielanden asielzoekers behandelen als een hedendaagse variant van de pestrat.

Daarom moeten de deelnemers aan het politieke debat één ding goed beseffen : wanneer ze met asielcijfers spelen en de vrees voor buitenlanders in ons midden aanwakkeren, dan gaat dat verder dan het scoren van een punt in een politiek debat. Ze kunnen hierdoor levens overal ter wereld in gevaar brengen. Ik vraag hun daarom de toon te matigen.

We moeten ook achter de cijfers kijken. De twee grootste groepen asielzoekers die thans in geïndustrialiseerde landen aankomen zijn Afghanen en Irakezen. Afghanistan is grotendeels onder controle van de Talibaan en Irak wordt beheerst door Saddam Hussein. Beide landen zijn onderworpen aan internationale sancties. Kunnen asielzoekers uit die landen zo gemakkelijk worden afgedaan als `nep-vluchtelingen'?

Immigratie en de verbetering van asielsystemen zijn gerechtvaardigde thema's in het openbare debat. Veel asielzoekers worden uiteindelijk niet als vluchteling erkend omdat ze geen internationale bescherming nodig blijken te hebben. Ze kunnen – en moeten wellicht – worden geholpen om terug te keren naar hun thuislanden. Om de druk op de asielprocedures te verlichten zijn er nieuwe, afzonderlijke systemen nodig voor mensen die om louter economische redenen migreren. Het asielsysteem zelf moet snel, eerlijk en efficiënt zijn.

Vervorming en overdrijving horen in deze discussie niet thuis. Want uiteindelijk gaat het niet om – al dan niet vertekende – getallen, maar om het redden van mensenlevens. Echte vluchtelingen moeten na hun vlucht niet opnieuw slachtoffers worden doordat ze in onze landen als `onecht' of `nep' worden afgeschilderd.

Er moeten toch andere manieren zijn om verkiezingen te winnen.

Ruud Lubbers is Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor Vluchtelingen.