Tegengestelde signalen

De beurzen hebben in mei duidelijk een voorschot genomen op een toekomstig economisch herstel. Misschien krijgen ze gelijk. Maar intussen komt niet alleen uit de Verenigde Staten maar ook uit Azië een aanhoudende stroom van slecht economisch nieuws.

In Amerika, bijvoorbeeld, hebben General Motors, Ford en Chrysler voor het eerst in de geschiedenis minder personenauto's verkocht dan de Japanse en Europese importeurs tezamen. En de totale automarkt in Noord-Amerika is dit jaar – opnieuw een primeur – iets lager dan in Europa. Indicatoren voor personeelsadvertenties in de kranten, verkoop van verpakkingsmateriaal, of zakelijk drukwerk bij de Amerikaanse PTT suggereren allemaal dat de afzwakking in Amerika serieus is en nog lang niet ten einde. Aan de andere kant van de wereld is de Japanse economie voor de zoveelste maal in recessie en lijden andere exporterende landen in Azië onder zwakke winsten en gedaalde afzet in Amerika.

En hoewel het eurogebied tamelijk is afgeschermd van de teruggang in Amerika en Azië zal de economische groei ook in onze regio een stuk minder worden. Misschien hebben de financiële markten gelijk om nu al een krachtig voorschot te nemen op het economisch herstel. Maar te oordelen naar de feitelijke gegevens uit Amerika en Azië zijn ze er wel erg vlug bij. Zeker wanneer de werkloosheid in Amerika verder stijgt en Amerikaanse gezinnen in groten getale zenuwachtig worden voor hun baan, zou daar de koopbereidheid van de huishoudens kunnen afnemen. Als dat gebeurt is het helemaal niet meer zeker dat het economisch herstel tegen het eind van dit kalenderjaar, waar de beurzen nu al zo op rekenen, ook realiteit wordt.