Smetvrees

Op de website van deze krant discussiëren lezers over actuele kwesties. Heel wat bijdragen zijn afkomstig van Hollanders die in het buitenland wonen en wat opvalt is de ongemeen felle toon die de meeste van hen over Nederland aanslaan. Waarover het ook gaat, over euthanasie, homohuwelijk, buitenlands beleid, de vader van Máxima, er is toch altijd nog plaats voor een cheap shot richting het vaderland: wat denkt Nederland wel, zo'n klein landje, zo'n grote mond, altijd dat opgeheven vingertje, typisch Nederlands om je daar druk over te maken, een blamage in de ogen van de rest van de wereld, laat Nederland een voorbeeld aan Singapore nemen, wat ben ik blij dat ik in Washington woon. De afkeer van Nederland kent geen grenzen.

Ik moet daar om lachen, die wereldwijze hoge toon, omdat ik weet wat zij niet weten: ze komen allemaal terug. Hun agressie jegens Nederland is slechts één kant van een haat-liefdeverhouding, het is typisch Nederlands om over Nederlanders te praten alsof je er zelf geen bent. Binnenkort worden ze overvallen door een akelige aanval van nostalgie, veroorzaakt door een oude foto, een liedje, een ansichtkaart van een oude bekende. Naarmate ze ouder worden blijkt het onbekende toch wel erg onbekend, ze hebben minder vaste vriendschappen gesloten dan ze dachten, hun band met het nieuwe vaderland is bij nader inzien volledig afhankelijk van hun werk. En voor ze het weten wordt op veranda's in Maleisië, in villa's in Abu Dabi en in penthouses in Los Angeles de Woonkrant van De Telegraaf gespeld. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan, en opeens blijkt het bloed dat in de aderen stroomt, verdacht veel op, gatverdamme, Nederlands bloed.

Wat is Nederland? Wat is Nederlands? Die vragen worden ineens gesteld, ze duiken overal op. Vreemd is dat niet, aangezien het idee van Nederland niet langer meer vanzelfsprekend is. Aan de ene kant heb je de globalisering, het onomkeerbare proces dat de natiestaat doet opgaan in wereldwijde commerciële conglomeraten, met een bijbehorende massacultuur. Die vervlakking gaat gepaard met een binnenlands proces van culturele vermenging: de zogenaamde multiculturele samenleving. Beide ontwikkelingen maken onzeker. Niet langer kun je je omgeving onbewust zien als een verlengstuk van je eigen persoonlijkheid, je wordt zo vaak geconfronteerd met het andere, dat je bijna als vanzelf op zoek gaat naar het eigene.

Voor sommigen is dat de duivel verzoeken. Als columniste Elsbeth Etty de woorden nationale identiteit leest, hoort ze het geluid van laarzen op de trap. Voor de immer schampere islamoloog Peter van der Veer is ieder aftasten van nationale eigenheid het zoveelste bewijs voor het westerse waanidee van suprematie. Die houding komt voort uit een versleten links dogma dat ik altijd onbegrijpelijk heb gevonden: migranten moeten uit alle macht aangemoedigd worden hun eigen cultuur te behouden en assertief te koesteren (ga vooral niet op ons lijken!), maar alleen al het bestaan van een Nederlandse cultuur moet ontkend worden, anders voelen anderen zich maar buitengesloten.

Onzin natuurlijk: iedereen weet dat een stokbrood typisch Frans is. Wil dat zeggen dat niet-Fransen het niet kunnen of mogen eten?

Etty klampt zich nu vast aan nietszeggende woorden als internationalisme. Van der Veer gaat in zijn obsessieve afkeer van Hollandse zelfgenoegzaamheid zover dat hij de homohaat van in Nederland opgroeiende Marokkaanse jongeren verklaart uit het feit dat zij door Nederlandse homo's als exotisch lustobject worden gezien – typisch het resultaat dus van de onverbeterlijk oriëntalistische blik van de hoogmoedige Nederlander.

Het grappige is dat de smetvrees van mensen als Etty en Van der Veer van een afstand zo'n typisch Nederlandse indruk maakt. Het is de houding van de Hollander die in het buitenland tot zijn grote schrik in een groep andere Hollanders belandt: ik hoor hier niet bij. Ze lijken verdacht veel op die expats die op het internet hun handen van Nederland schoonwassen. Daarbij komt dat Etty en Van der Veer de hele discussie over nationale identiteit alleen in politieke termen kunnen zien, met steevast de associaties van uitsluiting van anderen en de racistische vernietigingsdrang van het fascisme. Die woorden leken na de Tweede Wereldoorlog inderdaad onlosmakelijk met elkaar verbonden. En, o ja, het is waar, er was het kolonialisme.

Maar je hoeft maar even goed te kijken naar alles wat er in Nederland over culturele identiteit gezegd en geschreven wordt, en het eerste wat opvalt is dat het helemaal geen politieke discussie is. Het voorzichtig aftasten van de Nederlandse identiteit lijkt tot nu eerder op een cultureel gezelschapsspel. Iedereen mag meedoen. Het is een paar jaar geleden begonnen, toen er plotseling tal van populaire boekjes verschenen over de Nederlandse volksaard, meestal geschreven door buitenlanders. Toen volgde de ontdekking dat ook Nederland, zelfs Nederland, zoiets als een geschiedenis had, en plotseling konden historische werken over Nederland ongehoorde bestsellers worden. Nu is daar de belangstelling bijgekomen voor wat Nederlandse cultuur is, of kan zijn, of zou moeten zijn.

Het ontbreken van een werkelijk politiek, nationalistisch element in die belangstelling, zorgt er natuurlijk voor dat de discussie oeverloos is. Er is geen zelfbewuste natiestaat die tegenover de buitenwereld zijn superioriteit wil bewijzen met rotsvaste ideeën over eigenheid. Ook is er in Nederland geen extreme politieke partij die een onveranderlijke en onvervreemdbare Nederlandse cultuur in zijn vaandel voert.

Integendeel, juist het wegvallen van een werkelijk politiek idee van vaste nationale identiteit, heeft de zoektocht naar culturele identiteit in gang gezet. Naar aanleiding van de lange serie In het holst van Nederland in het Cultureel Supplement, waarin Nederlandse schrijvers en journalisten zich over het idee van een Nederlandse cultuur buigen, merkte Elsbeth Etty op dat er geen Nederlandse cultuur bestaat, aangezien het de auteurs maar niet lukt eensgezind te zijn. Ze spraken elkaar zelfs tegen! Maar dat is het nu juist: culturele identiteit is niet langer een dwingende nationale kwestie, het is in de eerste plaats een persoonlijke aangelegenheid. Nu Nederland niet meer vanzelf spreekt, moet iedereen onderzoeken wat hem met zijn omgeving verbindt, zijn eigen Nederland maken. Want langzaam maar zeker is hier het besef doorgedrongen, dat de expats op het internet nog te wachten staat: er valt niet aan te ontsnappen.