Referenda zijn niet zonder risico

In 12 van de 15 lidstaten van de Europese Unie zijn referenda grondwettelijk mogelijk. Het houden ervan is niet zonder politiek risico, bleek deze week weer eens.

Kijk uit met referenda, waarschuwde Eurocommissaris Frits Bolkestein (Interne Markt) vorig jaar september. Aanleiding was het pleidooi dat zijn Duitse collega Günther Verheugen (Uitbreiding) hield voor referenda. Verheugen zag daar een geschikt middel in om de betrokkenheid van de bevolking bij politieke kwesties, zoals de op stapel staande uitbreiding van de Europese Unie met landen in Midden- en Oost-Europa te vergroten.

Maar Bolkestein dacht er anders over. Door zo'n referendum, meende hij, kan ,,het gevoelige proces van uitbreiding gemakkelijk leiden tot een blokkering, zoniet tot een volledige mislukking''.

Verheugen reageerde gisteren onmiddellijk – vanuit de Sloveense hoofdstad Ljubljana – toen de eerste berichten uit Ierland wezen op een `nee' tegen het EU-verdrag van Nice.

,,Als de meerderheid tegen het Verdrag zou zijn, zal dat geen invloed hebben op het uitbreidingsproces. We gaan gewoon door in hetzelfde tempo en in dezelfde kwaliteit.''

Formeel heeft hij gelijk. De uitslag van het Ierse referendum hoeft de EU-uitbreiding inderdaad niet te raken. Toch zal het ook Verheugen zorgen baren dat `Europa' in Ierse referenda op steeds minder steun kan bogen sinds het land in 1972 tot de Europese Gemeenschap (thans Europese Unie) toetrad.

Grondwettelijk zijn referenda in twaalf van de vijftien EU-landen mogelijk, al lopen de regelingen per land nogal uiteen. Alleen in België, Duitsland en Nederland kan het (nog) niet. In de landen waar het wel kan, wordt het referendum niet vaak gepraktizeerd. En als dat wel gebeurt, is succes niet gegarandeerd.

Ierland en Denemarken zijn de enige twee EU-landen die met zekere regelmaat referenda houden. Vorig jaar september zei de Deense bevolking `nee' tegen de euro. Dat betekende niet het einde van de euro, maar het was ook geen aanmoediging voor de regeringen van Zweden en Groot-Brittannië – de twee andere EU-landen die niet meedoen aan de euro en eveneens referenda in petto hebben.

Dat referenda niet zonder politieke risico's zijn, was eerder gebleken. In 1992 legde de Franse regering, bij wijze van uitzondering, het Verdrag van Maastricht (inclusief de Economische en Monetaire Unie) direct aan de kiezers voor. Het werd kantje boord: voor `Maastricht' 50,95 procent, tegen 49,05 procent. De Deense bevolking verwierp toen het verdrag.

De Ieren brachten donderdag voor de tweede keer een nederlaag toe aan een EU-verdrag. Eerder bezeerde de Noorse regering zich aan Europese referenda. Tot twee keer toe (begin jaren '70 en halverwege de jaren '90) waren Oslo en Brussel klaar voor Noorse toetreding tot de EU. Per referendum dacht de meerderheid van de Noren daar beide keren anders over.