Leasebak-elite

Andere opmerkelijke conclusie van Paul de Beer: de economische groei is vrijwel alleen te danken aan harder werken, niet aan grotere prestaties. De productiviteitsgroei bleef ver achter bij die van andere Europese landen.

De mensen die het eigenlijke werk doen, worden wel productiever maar er hangen steeds meer goed betaalde leidinggevenden of adviseurs rond met een drukbezette maar onduidelijke taak. Ze behoren tot de leasebak-elite. Ze zijn grote en kleine imitaties van de topman en willen er zelf zo snel mogelijk ook een worden. Ze moeten anderen beter of harder laten werken maar drukken eigenlijk alleen maar op het magere eindresultaat met door uitvoerders niet op prijs gestelde vergaderingen en coördinatiehandelingen. Nederland wordt een diensteneconomie, maar het aantal dienstverleners als politie-agenten, verpleegkundigen, obers, schoonmakers of kappers is van 1973 tot 1998 slechts met twee procent gegroeid. Het aantal managers en staffunctionarissen is daarentegen van 1973 tot 1998 meer dan verdubbeld van 140.000 tot 290.000 mensen.

Wie slim is, leert niks maar studeert bedrijfskunde. Iedere Nederlander heeft recht op een leasebak en minstens één ondergeschikte. Leasebakken te over, het vinden van zo'n ondergeschikte wordt de uitdaging van de 21ste eeuw.