LANDBOUW

Het openingsartikel van de bijlage W&O van 19 mei over biologische landbouw brengt ons niet veel verder. Ook nu weer wordt een bepaalde vorm van landbouw centraal gesteld en wordt vervolgens de vraag gesteld hoe acceptabel die is vanuit een bepaald wetenschappelijk gezichtspunt. Met als gevolg dat biologische landbouw door de ene deskundige wegens vermeende onwetenschappelijkheid in de taboehoek wordt gezet en door de andere deskundige als culturele uitdaging op een voetstuk wordt geplaatst. En de consument? Die wordt in het geheel niet genoemd.

Het is jammer dat de discussie blijft steken in voor- en nadelen van de gangbare versus biologische landbouw. Landbouw is een fundamentele maatschappelijke behoefte en het is beter dat de wetenschap suggesties aandraagt voor de positie die de landbouw kan krijgen in de samenleving van (over)morgen. Het gaat dus niet zozeer om het aandragen van argumenten voor of tegen biologische landbouw, maar om het aandragen van nieuwe perspectieven. We moeten nieuwe kennis ontwikkelen in wisselwerking met de alledaagse ervaringskennis waarover we beschikken. Uit die wisselwerking komt naar voren dat er aanmerkelijke verschillen in perspectief bestaan tussen de gangbare en biologische landbouw. De gangbare landbouw blijkt sterk reductionistisch van aard, is gericht op het – tegenwoordig ook in milieukundig opzicht – optimaliseren van het productief vermogen van onze omgeving. De natuur wordt daarin gezien als een concurrent in het gebruik van de ruimte, die dan ook op landbouwgronden bestreden moet worden en dat uit bedrijfseconomisch oogpunt liefst zo efficiënt mogelijk.

Ook in de biologische landbouw wordt getracht de agrarische productie te optimaliseren. Daarvoor wordt echter de natuur bewust uitgedaagd en zo weinig mogelijk bestreden. Niet het productief vermogen, maar het draagvermogen van de grond is uitgangspunt en door bewuste interventie in natuurlijke systemen wordt getracht dit draagvermogen te vergroten.

In de gangbare landbouw is met graagte gebruik gemaakt van de nieuwste technologische en wetenschappelijke kennis. Het agrarisch productivisme heeft echter grote, maatschappelijk ongewenste neveneffecten opgeroepen in termen van milieuproblemen, vermindering van biodiversiteit en landschappelijke nivellering. In de biologische landbouw gaat men vernieuwingen zeker niet uit de weg. Biologische landbouw heeft niets meer van doen met de vroegere kleinschalige, ambachtelijke landbouw. Net als in de gangbare landbouw is de verscheidenheid van bedrijfspraktijken groot. Maar het grote voordeel van deze landbouw is dat zich kansen voordoen om technologisch-wetenschappelijke innovaties te verbinden met het streven de rijkdom van natuurlijke ecosystemen ook voor ons nageslacht te behouden. Dat is een investering die ver uitstijgt boven het economisch belang dat nog steeds het debat over de landbouw overheerst.