Joods zangduo doet publiek snikken

Het Holland Festival 2001 is gisteravond in de Amsterdamse Stadsschouwburg geopend met de wereldpremière van Theo Loevendies korte `kameropera' Johnny & Jones. Na afloop was er bezwaard applaus, bravo-geroep en af en toe een droge snik. ,,Het janken staat me nader dan het klappen,'' verklaarde een dame in het publiek. Johnny & Jones sluit tevens het seizoen af bij De Nederlandse Opera.

Het joodse zangduo Johnny en Jones ontstond voor een personeelsfeestje in De Bijenkorf. Theo Loevendie opent niet daar, maar in een nachtclub, waar de versterkt zingende bariton Marcel Boone en tenor Arnold Bezuyen als het inmiddels succesvolle duo vrolijk scattend voor het voetlicht een wervelende jaren dertig-sfeer oproepen. Meneer Dinges mocht dan niet weten wat wat swing is, Theo Loevendie weet dat wèl.

De vrolijke noten van Loevendie en strakke showpakken van kostuumontwerper Jorge Jara maken in Johnny & Jones snel plaats voor wanklanken en sleetse regenjassen-met-ster. Al in de ouverture weven gongslagen en grommend koper een beklemmende ondertoon door wat aan de oppervlakte bruist alsof er geen morgen komt. Zo treft Loevendie de kern van zijn thematiek: Johnny en Jones staken de kop in het zand, doken niet onder uit naïviteit en verantwoordelijkheidsgevoel en kwamen om in Bergen Belsen. Niemand hield ze tegen, zoals ook in de opera de ene na de andere musicus zonder collegiaal morren door een zwartjas uit de orkestbak wordt geplukt. In de slotscène rest een klein, `zuiver' ensemble, waardoor de kaler wordende muziek en de vergrauwende handeling dramaturgisch één spoor volgen. Het kwaad in Johnny & Jones, dat is de passiviteit van de omstanders.

Het libretto van Carel Alphenaar kwam niet zonder artistiek geharrewar met Loevendie tot stand, maar flitst nu in een stroom van aria's en recitatieven heen en weer tussen heden (2000) en verleden (1938 en 1944). Met keurig rijm verleent Alphenaar een authentiek oubollig cachet aan de tekst, die rijk is aan mooie momenten en vondsten, maar in de scènes anno heden soms wat gewild eigentijds aandoet.

Tussen toen en nu is het personage Caroline, geïnspireerd op de tante van Loevendie, de dramaturgische schakel. Zij is Jones-fan en presentatrice anno 1938. In 2000 is zij een oude dame die haar verleden aan verzorger en Johnny & Jones-biograaf Alexander heroïscher voorstelt dan het was. Tussen de vijf losse scènes in heden en verleden schept Loevendie eenheid door `muziek van toen' te laten echoën in het heden. Ook het basale houten raamwerk van Bernhard Hammer dat als vast decor dienst doet, is een verbindend element.

Wie in Johnny & Jones hoopt op flarden uit het onbezorgde `swingnozem'-repertoire van het échte duo, komt bedrogen uit. Loevendie schreef zijn eigen swing in een turbulent, eclectisch idoom en bereikt met een soepele afwisseling van revueklanken en schurende akkoorden dat wat inhoudelijk zwaar is, ook loodzwaar treft. Waar Johnny en Jones zingen dat ze het wel `zullen maken', blijft de muziek luguber steken als de naald in een sleetse elpee. En waar de orkestmusici onverwacht opspringen om luid de verbodsbepalingen van de Kulturkammer te scanderen, oogst Loevendie een verward lachsalvo waarin de galgenhumor van Johnny en Jones (,,Tussen de barakken, kreeg ik het te pakken.'') even tastbaar wordt.

Met een zorgvuldige, zeker niet onmuzikale personenregie drukt ook de als operaregisseur debuterende Theu Boermans, algemeen directeur bij de Theatercompagnie, een stempel op Johnny & Jones. Boermans geeft de stevig zingende Marcel Boone (Johnny) en de in deze productie vocaal iets minder soepele Arnold Bezuyen (Jones) kleur met kekke pasjes en laat ze ontroeren met kleine gebaren. Ook Caroline een theatraal sterke, vocaal verdienstelijke rol van Monique Scholte is onder Boermans' handen een personage dat geen stap zonder reden zet.

Het twaalfkoppige Nieuw Ensemble geeft onder de zeer strakke leiding van Lawrence Renes stralend invulling aan zeer veeleisende solo-partijen, maar uiteindelijk blijven Johnny en Jones alleen over. Wat hen rest aan begeleiding is een hulpeloos, nog steeds swingend vingerknippen met de voeten in het graf. Dan dooft het licht.

Holland Festival: De Nederlandse Opera met Johnny & Jones van Theo Loevendie door het Nieuw Ensemble o.l.v. Lawrence Renes m.m.v. Arnold Bezuyen, Marcel Boone, Monique Scholte. Libretto: Carel Alphenaar. Regie: Theu Boermans. Decors: Bernhard Hammer. Kostuums: Jorge Jara. Gezien: 8/6 Stadsschouwburg, Amsterdam. Herh.: 9 t/m 12/6, aldaar.