In de bonen

De genetisch gemanipuleerde soja in Amerika is tot nu toe niet slecht maar ook niet goed voor het milieu geweest. Dat staat in een Nederlands rapport dat gisteren verscheen.

`Nee, de oorlog zullen we er niet mee winnen', concludeert onkruidexpert Gé Pak over het milieueffect van de omstreden soja uit Amerika. ``Maar ik zou ook niet willen zeggen dat deze soja foute boel is.'' Pak van het Centrum voor Landbouw en Milieu (CLM) in Utrecht en Piet Schenkelaars van Schenkelaars Biotechnology Consultancy (SBC) in Leiden bekeken diverse Amerikaanse studies naar de effecten van de zogeheten Roundup Ready soja. Deze soja was al jaren voor hij op de Amerikaanse markt kwam, in 1996, zwaar omstreden. Ook in Nederland, waar de soja wordt verwerkt om er eiwit en olie uit te halen voor gebruik in soepen, sauzen, mayonaise, margarine, chips, koekjes of crackers, heeft Greenpeace schepen proberen tegen te houden. De inmiddels beroemde soja is genetisch gemanipuleerd: het heeft een bacteriegen in het DNA gekregen. Niet alleen roept deze veredelingstechniek vraagtekens op, volgens de milieubeweging is in dit geval ook het doel fout: het bacteriegen in de soja maakt de plant ongevoelig voor het onkruidgif glyfosaat, dat verkocht wordt onder de handelsnaam Roundup.

Afhankelijker

De boeren kunnen met deze `soja die klaar is voor Roundup', op een eenvoudiger manier spuiten. Omdat het gewas er toch niet van dood gaat (bij niet-transgene gewassen moeten boeren beheerster omspringen met onkruidbestrijdingsmiddelen omdat het vaak algemene plantendoders zijn die ook de gewassen aantasten) hoeven sojatelers niet meer preventief te spuiten als het land nog braak ligt. Ze kunnen het bestrijdingsmiddel nog toedienen als de soja al is opgekomen. En dat, claimt genen- én Roundupleverancier Monsanto, is goed voor het milieu. De boeren zouden zo dertig procent aan herbiciden in kilo's per hectare kunnen besparen. De milieubeweging vreest echter dat telers met een gewas waarin het gebruik van een onkruidbestrijdingsmiddel al is ingebouwd, nog afhankelijker zullen worden van het landbouwgif.

Om uit de impasse te komen gaf een begeleidingscommissie met vertegenwoordigers van zowel de milieubeweging als Nederlandse biotechbedrijven en sojaverwerkers, CLM opdracht de Amerikaanse literatuur erop na te slaan: wat zijn nu de gemeten effecten op landbouw en milieu? De impasse is echter allerminst doorbroken. Greenpeace ziet nog geen reden het verzet tegen de soja te staken en neemt afstand van het rapport. ``De conclusies zijn gebaseerd op te weinig gegevens, die ook nog deels tegenstrijdig zijn'', aldus woordvoerder Geert Ritsema van Greenpeace.

Duidelijk is in ieder geval dat de soja zich voor een nieuw ras ongekend snel heeft verspreid. In 1998 bestond al eenderde van het totale Amerikaanse soja-areaal uit Roundup Ready soja. In 2000 was dit al meer dan de helft. Boeren blijken er vooral veel tijd mee te besparen. Voorafgaand aan het verbouwen hoeven ze de grond minder zwaar te bewerken, omdat ze ook nog kunnen spuiten als het gewas er al staat. Voor Monsanto is dit eerste genetisch gemodificeerde gewas dus een commercieel succes te noemen, te meer daar ook het gebruik van zijn bestrijdingsmiddel glyfosaat is gestegen van 0,2 kilo per hectare naar een halve kilo per hectare sojateelt.

Wat het milieu betreft heeft het CLM inderdaad niet zoveel deugdelijk onderzoek gevonden. Zo is in de VS nog nauwelijks onderzoek gedaan naar de effecten op de (bodem)biodiversiteit, als dat al te meten zou zijn, en ook niet naar een eventuele verspreiding van het bacteriegen. De onderzoekers baseren hun conclusies over de milieu-effecten dan ook voornamelijk op een studie van het Amerikaanse ministerie van Landbouw (USDA) naar het gebruik van onkruidbestrijdingsmiddelen tussen 1995 en 1998. Volgens het ministerie is het aantal kilo actieve stof bestrijdingsmiddel per hectare in de sojateelt in die tijd met tien procent gedaald. Het is echter moeilijk te zeggen in hoeverre dit door de nieuwe soja komt, of door het weer, of door beter management of door natuurlijke schommeling in onkruiddruk. De daling zou, afhankelijk van de gebruikte rekenmethode, voor 0 tot 10 procent te danken zijn aan de Roundup Ready soja.

Geen indrukwekkend effect dus. Maar gunstig is, aldus de Nederlandse onderzoekers, dat nu meer glyfosaat wordt gebruikt. Volgens de zogeheten milieumeetlat van het CLM behoort glyfosaat tot de minst giftige onkruidbestrijdingsmiddelen. Greenpeace betwijfelt dit, en wijst op studies die aantonen dat ook glyfosaat en het afbraakproduct Ampa giftig zijn. De Wageningse onkruidkundige Bert Lotz van Plant Research International geeft Pak echter deels gelijk: ``Het afbraakproduct Ampa wordt inderdaad moeilijk afgebroken in het oppervlaktewater, zoals de milieubeweging zegt, maar het is onduidelijk of deze verbinding schadelijk is voor het milieu.''

Illusie

Maar de boeren besparen dus geen dertig procent onkruidbestrijdingsmiddel zoals Monsanto vooraf claimde. ``Monsanto ging ervan uit dat boeren nog maar één keer zouden spuiten in plaats van drie keer, zoals op conventionele soja'', verklaart Gé Pak. ``Dat blijkt een illusie. Boeren lopen niet graag risico, en omdat spuiten nu toch gemakkelijk gaat en onkruidbestrijdingsmiddelen niet meer zo duur zijn, spuiten veel boeren nog een of twee keer extra voor de zekerheid.''

Drie weken wees Greenpeace de pers op een soortgelijk Amerikaans rapport van biotechnologie-adviseur Charles Benbrook. Hij concludeert op basis van dezelfde cijfers van het Amerikaanse landbouwministerie, dat gemiddeld in de VS op de velden met Roundup Ready soja juist iets méér herbiciden wordt gespoten dan op conventionele velden, in zes staten zelfs dertig procent meer. Maar Pak en Schenkelaars zijn het niet eens met de manier waarop Benbrook de landelijke cijfers heeft vertaald naar gebruik op staat- en veldniveau. Die methode kan statistisch niet door de beugel, aldus de onderzoekers.

Hoewel nog niet gesignaleerd, verwacht zowel Pak als Lotz dat de grootschalige invoer van glyfosaat zal leiden tot een verschuiving naar onkruidsoorten die minder gevoelig zijn voor dit bestrijdingsmiddel. Om dit effect uit te stellen, maar ook om een duurzamer landbouw te bereiken die alle partijen zeggen voor te staan, zouden de boeren een scala aan gewasbeschermingsmaatregelen moeten nemen, zoals schoffelen, meer vruchtwisseling, precieze monitoring van onkruiddruk en betere hygiëne. Maar zo'n geïntegreerde landbouw komt in de VS nog nauwelijks van de grond. Pak: ``Als Monsanto dus echt wil dat de Roundup Ready soja hier een bijdrage aan levert – en die potentie heeft het gewas omdat boeren nog kunnen spuiten wanneer het met het onkruid nog uit de hand loopt – moet het bedrijf ook investeren in onderzoek en voorlichting naar geïntegreerde gewasbescherming. Vertegenwoordigers van chemieconcerns zijn vaak de belangrijkste adviseurs van de Amerikaanse boeren. Zij hebben dus enorm veel invloed op het vakmanschap.''

Het rapport komt in de loop van volgende week beschikbaar op internet: www.clm.nl