`Ik doe niet aan carrièreplanning'

Frank Köhler (GroenLinks) is eind vorige maand opgestapt als wethouder in Amsterdam. Opnieuw een gemeente- bestuurder van GroenLinks die de eindstreep niet haalt. Kunnen GroenLinksers wel besturen? Een gesprek over socialisme, achterkamertjesgedoe en ontbijten met ministers. `Wat mijn aftreden betekent voor mijn plaats in de hiërarchie van de partij interesseert mij nul komma nul.'

In het nieuwbouwhuis van het gezin van Frank Köhler in Amsterdam-Oost staat geen meubel te veel. De huiskamer: twee stoelen, een bank, een tafel en een boekenkast. De muren zijn nagenoeg kaal met als opvallendste uitzondering een poster van het Nederlands voetbalelftal ten tijde van het wereldkampioenschap in 1998.

Frank Köhler (47), vader van twee tieners, houdt van voetbal. Het ene team bestrijdt het andere. Zo werkt volgens hem ook de politiek. Sinds hij op zijn zeventiende lid werd van de Pacifistisch Socialistische Partij (PSP) is hij politiek actief. Met zijn dossierkennis, analytisch vermogen en goede geheugen wint hij vaak in discussies. Maar dat bezorgde hem de afgelopen drie jaar als wethouder Verkeer en Sociale Zaken in Amsterdam nauwelijks politieke winst. Anders dan bij voetbal, vereiste de `regenboogcoalitie' van VVD, D66, PvdA en GroenLinks namelijk dat je zo nu en dan met het andere team meespeelt. En dat vertikte Köhler. ,,Ik houd niet van politieke inteelt'', zegt hij.

In de familiaire Amsterdamse raad waar over de partijgrenzen heen heel wat wordt afgeborreld, is Köhler een buitenbeentje. Volgens VVD-raadslid Ferry Houterman, zelf een groot netwerker, besteedt Köhler ,,meer tijd aan kennis dan aan kennissen.'' Over zichzelf praten doet hij niet zomaar. ,,O jee! Psychoanalyse!'', antwoordt hij op de vraag uit wat voor een gezin hij komt.

Frank Köhler, die na een conflict in de gemeenteraad over problemen bij de Sociale Dienst dezer dagen zijn wethouderskamer op het stadhuis leegruimt, is niet triest gestemd, zegt hij. ,,Aan mijn aftreden zit niets treurigs. Het is teleurstellend dat een coalitie die wij groen en sociaal wilden maken, er niet meer is. Wethouder zijn is mooi, maar als er geen ruimte meer is voor je idealen moet je het kunnen loslaten. In Nederland bestaat de vreemde gewoonte om met programma A de verkiezingen in te gaan, bij de uitvoering de richting van Z op gedwongen te worden en vervolgens als een soort burgemeester in oorlogstijd te blijven zitten. Op de lange duur zullen kiezers dat niet waarderen. Ik krijg van voorbijgangers in de stad te horen: eindelijk iemand die weggaat omdat hij iets moet doen wat hij niet wil.''

Zijn wethouderschap kenmerkte zich door een kloof tussen de werkelijkheid volgens Köhler en de werkelijkheid volgens anderen. De problemen met de Taxicentrale Amsterdam (TCA ) die ontstonden na de door het rijk opgelegde liberalisering, konden de wethouder maar matig boeien. Hij had zelf niet om die liberalisering gevraagd en distantieerde zich van de gevolgen: oorlog op straat tussen ex-monopolist TCA en concurrent TaxiDirekt. Terwijl hij onderhandelde met de directie van TCA over de toegankelijkheid van de taxistandplaatsen, leek Köhler doof voor de verontwaardiging in de raad over de terreur van TCA-chauffeurs. De hardnekkige geruchten over criminele activiteiten van de directie lieten hem koud. Op de dag dat hij een akkoord sloot met de TCA, werd de directie gearresteerd wegens lidmaatschap van een criminele organisatie.

Met zijn analyse van de toestand bij de Sociale Dienst stond Köhler ook tamelijk alleen. De dienst functioneert voor 99 procent goed, verzekerde hij steeds in de Amsterdamse raad. Tot zijn verrassing stuurde minister Vermeend (Sociale Zaken) onlangs 25 accountants op de dienst af om te controleren of uitkeringen wel rechtmatig worden verstrekt. Köhler, die de afgelopen jaren meer heeft gescoord met het uitdelen van extraatjes aan uitkeringstrekkers dan met het activeren van werklozen, begreep niet waarom dat nodig was. Maar de raad was het vertrouwen in de door managementproblemen geplaagde Sociale Dienst ook kwijt, zo bleek twee weken geleden. Het activeren van werklozen moest voor onbepaalde tijd worden uitbesteed aan uitzendbureaus, vonden VVD, D66 en PvdA Voor Köhler en zijn wat minder zichtbare partijgenoot Ruud Grondel (Milieu en Openbare Ruimte), was dat reden om uit het College te stappen.

U wordt beschuldigd van het vluchten voor problemen.

,,Als ik was aangebleven, was er gezegd: het kan de wethouder kennelijk niet schelen welk beleid er wordt gevoerd. Een beleid waar de Sociale Dienst zelf niet meer betrokken is bij het begeleiden van cliënten – een publieke taak bij uitstek – kan ik onmogelijk steunen, laat staan uitvoeren.''

Het leek wel of u de problemen bij de dienst – fraude met uitkeringen, onvoldoende activering van werklozen – de afgelopen jaren niet heeft willen zien.

,,Er waren vooral managementproblemen. Ik heb een plan gemaakt om die op te lossen. En fraude, ach, daar doen we al genoeg tegen. Fraude is er altijd, de belasting wordt ook ontdoken. Ik wil geen percentages noemen, maar ik denk dat het meevalt. Als er van de tien dingen acht goed gaan en je blijft maar steeds over die twee andere dingen praten, ontstaat de beeldvorming dat het een chaos is. Het is geen chaos bij de Sociale Dienst. De stand van de organisatie is niet flitsend, maar de productie en de rechtmatigheid zijn goed geregeld.''

Hoe kan de indruk zijn ontstaan dat u aan het activeren van werklozen en de controle op uitkeringen een broertje dood hebt?

,,Omdat sommigen er kennelijk belang bij hebben om die indruk te wekken. Ik sluit niet uit dat de actie van Vermeend alleen maar tot doel had om een GroenLinks-wethouder ten val brengen. Als de PvdA in een volgend kabinet verder wil met de VVD, kun je dat soort opzetjes verwachten.''

Wegens zijn afkeer van het Amerikaanse optreden in Vietnam werd Köhler al vroeg lid van de PSP. Hij klom op tot voorzitter van de jongerenafdeling en later tot vice-voorzitter van het landelijk bestuur. Van 1980 tot 1987 zat Köhler in de Amsterdamse gemeenteraad voor de PSP en later het Links Akkoord. Behalve kritiek op de `imperialistische oorlogen' was zijn drijfveer destijds de wil om de economische verhoudingen drastisch te wijzigen. Hij werkte voor de vakbond FNV als onderhandelaar om in 1994 terug te keren naar de Amsterdamse raad als fractievoorzitter van de tot GroenLinks gefuseerde CPN, PPR en PSP.

In Köhler's geboortehuis in Den Haag, waar hij tijdens zijn eerste levensjaren met zijn broer en zijn ouders twee kleine kamers deelde in het huis van zijn oma, was politiek altijd onderwerp van gesprek. Voor zijn oma, moeder van zeven kinderen en vroeg weduwe, was de sociaal-democratie heilig. Haar dochter, Köhlers moeder, zocht het in links-radicalere kring. De steun van de PvdA aan het imperialisme in de Indonesië-kwestie en de Vietnam-oorlog overtuigden haar dat de partij de sociaal-democratie heeft verraden. Eind jaren zestig week ze uit naar de PSP. ,,Mijn moeder is radicaal'', zegt Köhler ,,Voor mensen die anders denken heeft ze weinig achting.''

Tussen het radicalisme van zijn moeder en de meer gematigde houding van zijn vader, kantoorbediende uit een middenstandsmilieu, zocht Köhler zijn eigen weg. Hij zegt te zijn geïnspireerd door Rosa Luxemburg, de Duitse revolutionaire die geloofde in een democratische socialistische omwenteling maar al jong werd vermoord. Socialisten die het tot bestuurder schopten, spreken hem minder aan.

Toen in Amsterdam in 1998 de regenboogcoalitie tot stand kwam, werd Köhler wethouder van Verkeer en Sociale Zaken. ,,Mijn moeder zei: `zou je dat nou wel doen, glijd je niet af?' Maar ze heeft gezien dat ik nog steeds voor dezelfde dingen sta. Mijn ouders juichen het allebei toe dat ik door af te treden mijn eigen grens heb getrokken.''

Geloofde u als PSP'er in een socialistische revolutie in Nederland?

,,Nee. Maar wel in drastische wijziging van de economische machtsverhoudingen, in arbeiderszeggenschap en in de nationalisatie van bedrijven. Dat heb ik ook allemaal programmatisch uitgewerkt.''

Gelooft u daar nu nog in?

,,Door de slechte ervaringen met de planeconomie in de Sovjet-Unie en Oost-Europa ben ik mijn theoretische kader een beetje kwijt geraakt. Maar dat wil niet zeggen dat ik geen concrete ideeën heb over politieke verandering. De PvdA komt alleen nog op voor de middengroep die in ons land inderdaad van het kapitalisme profiteert. Oog voor de ongelijkheid die het kapitalisme produceert, hebben zij niet. De inkomensverschillen zijn onder Kok evenzeer toegenomen als onder Lubbers. Van alles wordt geprivatiseerd en de resultaten zijn niet fraai. Ik wil tegenwicht bieden.''

De kritiek op u als wethouder is dat u een solist was. U leek naar niemand te luisteren.

,,Dat zul je mensen uit mijn eigen partij niet horen zeggen. Andere partijen vinden dat misschien, maar dat is ook een andere categorie. Ik geloof niet in professionele kameraadschap over de partijgrenzen heen. Ze bestrijden elkaar politiek, soms zelfs in het geniep, en naderhand vliegen ze elkaar weer om de hals. Aan die hypocrisie doe ik niet mee. Dat kleffe gedoe in de Amsterdamse raad is een schijnwereld. Ik ben van GroenLinks en wat ik daarbuiten doe, ervaar ik als een soort vreemdgaan. Omgekeerd is de partij ook loyaal aan mij. Degenen die dachten dat ze mij konden bestrijden zonder met de partij te hoeven rekenen, zijn bedrogen uitgekomen. Tijdens de crisis over de Sociale Dienst is informeel gezegd: we willen wel met GroenLinks besturen als jullie met een andere wethouder komen. Maar niemand heeft ook maar één moment overwogen om mij in te ruilen. Dat was wel een fijn gevoel, dat als je zolang bij een partij werkt, die partij je op het moment dat er aanvallen komen, niet zomaar opoffert. Zo moet het ook zijn. Ik ben er zelf altijd tegen geweest dat wij ons intern iets door anderen laten voorschrijven.''

Denkt u achteraf: ik had mij als bestuurder minder compromisloos op moeten stellen?

,,Nee. Als ik ervan wordt beschuldigd dat ik nooit iets toegeef, wordt vergeten dat ik ondertussen wel de wethouder ben die de meeste voorstellen van de raad heeft overgenomen. En wat betreft het verwijt dat ik te weinig besprak buiten de formele vergaderingen om: ik houd nu eenmaal niet van dat achterkamertjesgedoe.''

In het verdedigen van uw beleid trad u zo formalistisch op dat de indruk ontstond dat het u allemaal weinig deed. De ernst van de `taxi-oorlog' leek u bijvoorbeeld niet in te zien.

,,Openbare orde was niet mijn competentie, maar die van de burgemeester. En wat betreft de Taxicentrale Amsterdam: niemand kon bewijzen dat de directie die terreur op straat regisseerde. Wij waren verwikkeld in een rechtszaak. Toen de leiding werd gearresteerd, was dat op verdenking van strafbare feiten. Het zou toch tegen de principes van de rechtsstaat ingaan als ik had geroepen: met die mensen doe ik geen zaken? Politiek gaat steeds minder over inhoud en steeds meer over losgezongen beelden. De stijl-Rottenberg: af en toe iets proclameren en dan ben je een groot bestuurder. Gruwelijk vind ik dat.''

Wat waren de voordelen van het wethouderschap?

,,Ik kon aan een groot publiek overbrengen waar ik mee bezig was. Dat vond ik prettig, omdat mijn opvattingen de reden zijn dat ik in de politiek zit. De keerzijde zijn de vele plichtplegingen. Werkontbijten met ministers, bijvoorbeeld. Ik houd er niet van om mijn maaltijden te delen met mensen met wie ik alleen een zakelijke relatie heb. Dat doe ik liever met mijn kinderen.''

Lijkt u op uw moeder?

,,Nee, uiteindelijk toch meer op mijn vader. Ik heb uitgesproken opvattingen, maar breng de nuance aan dat mensen die anders denken ook kunnen deugen. Mijn moeder is zo radicaal, dat kan geen toetssteen zijn. Nu ze ouder is zijn er nog minder remmingen, want ze heeft minder mensen in haar omgeving waar ze rekening mee moet houden. Toen Jeltsin de macht kreeg in Rusland, heb ik geprobeerd haar duidelijk te maken dat het toch van belang was dat hij ten minste iets van democratie wilde. Maar zij vond hem een verrader. Kok heeft ze sinds zijn WAO-manoeuvre helemaal afgeserveerd. Zij heeft mij altijd gewaarschuwd: die politiek is een onbetrouwbaar zooitje.''

En ze heeft gelijk gehad.

,,Nou, het is niet allemaal een onbetrouwbaar zooitje. Je moet ermee kunnen breken, dat wel.''

Maar u bent wel weer terug bij af.

,,Hoezo? In mijn carrière? Nee hoor. Ik heb het raadslidmaatschap nooit gezien als een opstapje naar het wethouderschap.''

Heeft u tijdens de crisis contact gehad met de landelijke fractievoorzitter, Paul Rosenmöller?

,,Nee, het contact met hem liep via onze fractieleider, Maarten van Poelgeest.''

Heeft Rosenmöller u gebeld na uw aftreden?

,,Nee. Waarom zou hij?''

Bijvoorbeeld om u zijn steun te geven.

,,Ach nee. Paul heeft ons in het openbaar gesteund en voorzover hij vragen had, heeft hij die aan Van Poelgeest kunnen stellen.''

Uw optreden komt Rosenmöller misschien wel heel slecht uit: weer een wethouder die de indruk wekt dat GroenLinks niet kan besturen.

,,Nee hoor, het signaal van ons aftreden is juist dat wij geen zetelklevers zijn. En dat is gunstig.''

Vindt Rosenmöller dat ook?

,,Dat weet ik niet.''

Wilt u Tweede-Kamerlid worden?

,,Dat overweeg ik. Ik ben door Amsterdamse afdelingen van onze partij gevraagd om mij te kandideren bij de volgende verkiezingen.''

Als u het Tweede-Kamerlidmaatschap ambieert, is het dan niet van belang om te weten hoe Rosenmöller over u oordeelt?

,,Hoezo? In onze partij zoekt een kandidatencommissie kandidaten en het partijcongres kiest. Er zal best met Rosenmöller overlegd worden, maar hij heeft geen vetorecht.''

Denkt u dat uw aftreden uw plaats in de hiërarchie binnen de partij goed gedaan heeft?

,,Dat interesseert mij echt nul komma nul. Ik doe niet aan carrièreplanning. Ik wil politiek actief zijn. In welke functie is secundair.

Dan zult u die carrière waarschijnlijk niet maken.

,,Nee, misschien niet. Maar ik pieker er niet over om mijn optreden aan te passen aan hoe hoog je kan komen in de bestuurlijke hiërarchie. De vrijheid om voor mensen op te komen inruilen voor een carrière, is als het eerstgeboorterecht verkopen voor een linzenschotel.''

Bent u in de politiek dan wel op uw plaats?

,,Ik hoop het wel. Ik zou het heel erg vinden als het alleen maar om carrières gaat. Landelijk is ons standpunt ook: we willen regeren, maar er moet genoeg voor ons inzitten. Anders hoeft het niet.''