Hollands Dagboek: Aaron Betsky

Aaron Betsky (42) begon deze week als directeur van het Nederlands Architectuurinstituut in Rotterdam. De Amerikaan Betsky, die van zijn vierde tot zijn zestiende in Nederland woonde, is aan de Yale University opgeleid als architect. Daarnaast werkte hij als journalist, schrijver, docent aan het Sci-Arc Institute in Californië en vanaf 1995 als conservator aan het San Francisco Museum of Modern Art.

Woensdag 30 mei

Begint lekker: twee uur 's nachts en net terug uit Amsterdam. Ik was al om zes uur op om te proberen een van de drie boeken de deur uit te krijgen die ik af had moeten maken voordat ik hierheen kwam. Schrijf driftig over architectuur in Californië en kijk uit over een Rotterdam van zakengebouwen en af en toe wat cultureels – ik kan net mijn nieuwe dagverblijf, het Nederlands Architectuurinstituut NAi, over de daken zien. Klein land, veel gebouwen, geen bergen zoals in Californië. Wat moet ik hier nu mee? Dit land weet toch al veel over zijn architectuur? Wat doen we dan met het NAi? De rest van de wereld over Nederland vertellen, zeker, maar ook met de Nederlanders zelf kijken naar wat er al gebouwd is en hoe het anders kan. Maar eerst moet Californië af.

's Middags de feestelijke presentatie van het nieuwe boek over de architecten Meyer en Van Schooten. Hoe is het mogelijk dat er in Nederland zoveel boeken over architectuur worden uitgegeven terwijl het zo'n klein taalgebied is? Bij het diner probeer ik uit te leggen wat ik nu wel en niet wil gaan doen, wat wel en niet mooi is aan Nederland. Moeilijk, want ik ken alles nog niet goed genoeg. Mijn kennis van Nederlandse architectuur is nog te krap en mijn kennis van de context houdt op bij Den Uyl. Een lange reis terug naar Rotterdam.

Donderdag

Met mijn adjunct-directeur Rob van Leeuwen naar Zoetermeer voor mijn eerste ontmoeting met de mensen van OCW. Maarten Asscher, hoofd van de afdeling Kunst, laat me weten dat staatssecretaris Van der Ploeg een cultuurbeleid voorstaat dat zich niet verschuilt in dure zalen, maar door mensen kan worden beleefd. Dat is prima, voor mij is het ook belangrijk dat een instituut als het NAi er niet alleen staat voor de vakmensen.

Het is natuurlijk niet allemaal theorie en mooie woorden die over tafel gaan. De Raad van Cultuur wil dat het NAi en de eerste internationale architectuurbiënnale Rotterdam, die volgend jaar plaatsvindt, zelfstandige organisaties zijn. Mij is gevraagd om ook nog directeur van de biënnale te worden met als thema mobiliteit. Er komt een grote tentoonstelling in het NAi, maar ook een tocht over de Rijn van Basel naar Rotterdam en een grote happening op de Maasvlakte. Dan zijn er nog vragen over hoe we kunnen samenwerken met de Nederlandse ambassades. Stel je voor, ambassades willen architectuur! Daar zou je in Amerika niet mee moeten aankomen.

Het is allemaal opwindend, veel nieuwe projecten, de tijd dat alles nog kan en geweldig gaat worden, voordat het echte werk beginnen gaat. Alleen krijg ik koppijn – of door de rosé gisteravond, of doordat ik probeer te begrijpen hoe al die ministeries en hun commissies zich onderling tot elkaar verhouden. Even terug om Peter, mijn partner sinds bijna dertien jaar die geen Nederlands kent, uit het appartement te redden. Lunchen, even winkelen (Hema – voor ons niet te geloven dat zo'n discount-winkel zoveel mooi ontworpen producten en verpakkingen heeft), en een interview met de KRO-radio. Als ze vragen wat ik van de Nederlandse architectuur vind, zeg ik dat de volkshuisvesting hier geweldig is. Zelfs Almere vind ik mooi, maar wat mij betreft kunnen ze bijna al die kantoorkasten aan de kant van de weg opblazen. Ik zal me gematigder uit moeten spreken.

Vrijdag

Om zes uur op om het boek af te maken over huizen in Zuid-Californië: gebouwen die je in veel zon ziet, met grote tuinen eromheen. Een droomherinnering van veel kleuren komt bij me op. Daar krijg ik ook heimwee door. We zitten hier nu twee weken, net de duur van een vakantie. Het verschil is dat we niet teruggaan.

Op het NAi praat ik met Martien de Vletter, die projectleider wordt van de tentoonstelling `Uit Eigen Huis'. Dat wordt een selectie uit de schatten in het NAi-archief. Ik heb het ingelast in het najaar, dus de keuzes moeten snel worden gemaakt. De mensen op het archief bedachten een tentoonstelling te richten op particuliere huizen. Eerst dacht ik: wat een flauw thema, maar later realiseerde ik me dat ik als Amerikaan oordeelde. Daar gaat het altijd alleen maar over huizen, nooit over steden of – heaven forbid – sociale woningbouw. In Nederland gaan ze (nee, we!) nu denken over het wilde wonen op vrije kavels. De resultaten in Amerika zijn in het algemeen afschuwelijk, maar misschien is hier de architectuurcultuur zo sterk dat het niet allemaal boerderettes worden.

Zaterdag

Naar Antwerpen voor hun grote modemanifestatie. De tentoonstelling `Mutilated/Verminkt' van Walter van Beirendonck in het Museum voor Hedendaagse Kunst is heel dramatisch. Je loopt tegen enorme videobeelden op van mensen uit de hele wereld die hun lijf veranderen, om, volgens de ontwerper, daardoor hun identiteit vast te leggen. Niet bepaald een nieuw idee, maar wel mooi gedaan met alleen zes groots opgezette scènes. Tentoonstellingen worden steeds meer een decor voor een music video. Kan een tentoonstelling inhoudelijk goed zijn én duidelijk tot de bezoeker spreken? Ja, en ik hoop dat we dat in het NAi ook gaan doen.

Terug in Nederland heeft alles veel meer orde. Maar over dat lage land met die keurige huisjes en schone straten raast een voortdurend veranderend landschap van wolken, lucht en regen. Zo af en toe stroomt de zon binnen als een echte hemelbui. Daar zit de grote schaal, het onmetelijke: niet als in Californië om je heen, maar boven je, gewoon een weertje.

Zondag

Eerste Pinksterdag. In de late middag een borreltje bij een bestuurslid die in een villa van Rem Koolhaas woont. Simpel maar mooi met zoals gebruikelijk bij Rem een vide in het midden. Relaxed: er worden niet echt zaken gedaan – tenzij ik het niet helemaal door heb. In Amerika zouden we zeker elke dag moeten lunchen, dineren en borrelen, zodat iedereen aan ons kan snuffelen en alvast wat kan `tussenbespreken'.

Maandag

Ik werk aan een boek. Het gaat over de vraag hoe het komt dat Nederland, het meest zelfontworpen en uitgeknutselde land, zo'n enorme bijdrage heeft geleverd aan ontwerpen in alle verschillende media, hoe dat er nu uitziet, en wat de toekomst is. Ik beweer dat het komt door de geografische werkelijkheid van het door mensen geschapen landschap, een cultuur die dat bewust weerspiegelt en een bewust overheidsbeleid.

We rijden met alle Duitsers naar het oosten. Wij om de beeldententoonstelling Sonsbeek in Arnhem te zien, zij terug naar huis. Ik weet waar het park is, maar door het bouwen aan het station is al het verkeer gestremd. Er staan ook geen borden, een ellende die in het park doorgaat. Ik realiseer me dat de houding hier is: eigen schuld als je het niet weet. Die kunst moet u toch vinden, meneer, zegt een van de quasi-behulpzame suppoosten. Peter en ik mopperen, omdat het volgens ons de taak van een culturele instelling is het voor ons toegankelijk te maken. Geen enthousiaste verhalen in volkstaal erbij, maar saaie bordjes. Die zie je bij het NAi ook niet, en dat moet beter. Goede kunst heeft toch een publiek nodig?

Terug naar Rotterdam via de nieuwe Vinex-wijk Leidsche Rijn. Hele moderne blokken die zo staan dat er genoeg variatie overblijft. Af en toe worden het van die eindeloze rijen met een kleur of een vorm die de wijk dreigen te wurgen in een verkeerd begrip van Berlage of gewoon goedkoop bouwen, maar aan de andere kant zijn er ook rijtjes die op een mooie manier de tradities open maken, soms letterlijk met glas of een dak dat omhoog wipt. Maar het beste zijn de kleine weilanden die tussen sommige achtertuinen zijn gelaten, en de manier waarop de bestaande bebouwing als vingers door de nieuwbouw steekt. Dat zou nog veel meer en veel radicaler kunnen, maar is een goed begin.

Morgen begin ik echt. Toch wel een beetje zenuwachtig.

Dinsdag

Een mooi begin. Mijn adjunct-directeur Rob van Leeuwen vertelt dat hij weggaat. Hem is een mooie baan aangeboden in Tilburg, waar hij woont. Begrijpelijk, maar nu zit ik ermee. Ik heb verschillende belangrijke posities die ik moet opvullen terwijl ik het zelf allemaal nog moet leren.

Daarna de ene vergadering na de andere. Natuurlijk zijn de lopende zaken belangrijk, maar ik wil zorgen voor een goede balans tussen hedendaags en historisch, thematisch en monografisch, Nederlands (en specifiek Rotterdams) en de rest van de wereld. We kunnen de wereld begrijpen door onze gebouwen, en haar anders maken. In Nederland begrijpt men dat architectuur een deel is van hoe de wereld wordt georganiseerd en begrepen, en daarmee is men hier al een stuk verder dan elders. Alleen hoe, door wie, voor wie, en waarom, daar kan je nog veel over praten, en dat gaan we dan ook doen.

Een lange dag, maar ik ben bezig geweest met iets heel moois. Een heel instituut dat helemaal op de architectuur is gericht. What a treat.

Woensdag 6 juni

Ik word bijgepraat, eerst over de komende tentoonstelling over de Rotterdamse stadsarchitect en latere Rijksbouwmeester Rose die de singels en Kop van Zuid heeft gepland, en daarna over Europan, de tweejaarlijkse prijsvraag voor woningbouw door jonge architecten. En dan krijg ik nog een bloemetje van het personeel, als welkom.

Dankzij een bespreking in Den Haag met een van onze bestuursleden kan ik alsnog de `Pig City'- tentoonstelling van MVRDV zien bij het centrum voor hedendaagse kunst Stroom. Zo moet het: aan abstracte vragen en ideeën een structuur geven waardoor we onze wereld anders bekijken. Jammer dat ik door al die grote overheidsgebouwen moet lopen om er te komen. Is de regering echt voor goede architectuur, of stimuleert die alleen het debat?

Een paar uur later krijg ik mijn antwoord, tijdens een mooie avond met Rijksbouwmeester Jo Coenen. Hij is twaalf jaar lang weggeweest, als professor in Duitsland, en ik zesentwintig jaar in Amerika. Dat geeft problemen, maar biedt ook perspectief. Hij heeft allemaal plannen en ik ook, dus we zijn de laatste gasten in het restaurant.

Ik heb m'n handen vol, maar met deze mensen en deze projecten gaat het echt goed worden.

We kunnen de wereld begrijpen door onze gebouwen, en haar anders maken